Restverwerking

Elke maand verkent de Volkskrant een plek in de samenleving van binnenuit. Deze maand: de wietkwekerij...

'Kappen', zoals wietkwekers het oogsten noemen, is een secuurwerk. Het is niet alleen een kwestie van de plantentoppen erafknippen, het werk vraagt een behendigheid die een machinale oogstvrijwel uitsluit. Behalve geknipt moeten de toppen namelijkworden gemanicuurd.

Tys doet het voor. Hij pakt de plant bij de stengel en 'kapt'hem vijf centimeter boven de pot. Vervolgens knipt hij de toperaf, daarna verwijdert hij met de vlijmscherpe spitsesnoeischaar de zijblaadjes die uit de bloem steken. Een ervarenknipper doet vier toppen in een halfuur.

Voor de manicure is een apparaatje op de markt, de zogenoemdetoppensneller, maar Tys wil er niet aan. Het is een langwerpigestaaf waaraan een freesje is gemonteerd. De zijblaadjes wordendoor dat freesje weliswaar razendsnel verwijderd, maar, zegt Tys,'het risico is veel te groot dat je behalve de blaadjes ook watvan de top meeneemt'. Doodzonde.

Bij handwerk is het bovendien makkelijker het knipafval teverzamelen. En in de wietbranche wordt niets weggegooid. Hetafval wordt verzameld in vuilniszakken en voor een paar tientjesverkocht aan liefhebbers die het restproduct meestal verwerkenin hun zelfgemaakte hasjiesj.

De oogst heeft nog een bijproduct, een ware delicatesse voorde stevige blower. Om het uur maken de knippers hun scharenzorgvuldig schoon: ze halen voorzichtig de thc-kristalletjes wegdie aan het metaal kleven. Aan het einde van de avond is er eenklein balletje ontstaan: de hoogst mogelijk concentratie thc dieer te krijgen is. 'Als je dat rookt, verandert de muziek inkleuren', zegt Tys, die het zelf liever bij een Marlborootjelight houdt.

De knippers zijn evenmin doorgewinterde blowers. Hoeft ookniet: na vier uur in de wietlucht zijn twee van hen knetterstoneden voelen de anderen zich ook wat zweverig.

Nell Westerlaken

Meer over