Respect, daar gaat het om

Hiphop heeft allochtoon Europa veroverd. Turken rappen in Berlijn, Afrikanen in Parijs, Marokkanen in Rotterdam. Rap geeft hun een stem, hiphop een identiteit....

Nederlandse hiphop is een fantoom. Het is ondefinieerbaar, en daardoor ongrijpbaar. 'Ik houd niet van labels', zegt dj Sergio. 'Achter de ME aangaan als ze een kraakpand ontruimen, dat is hiphop', grapt rapper Yukkie B. 'Hiphop bestaat niet', beweren insiders in het nieuwe lifestyle-tijdschrift Zin.

Hiphop is een haast metafysische term voor een subcultuur die in Nederland al zo'n vijftien jaar bestaat en die, dankzij constante verandering, overleeft. Buitenstaanders hebben tevergeefs geprobeerd er vat op te krijgen.

'Hiphoppers creëren hun eigen regels en veranderen die steeds, omdat mensen als jij en ik er niet bij mogen horen. Wat je ook schrijft, ze zullen zeggen dat je het helemaal mis hebt', zegt Dorien Pels, die afstudeerde op Nederlandstalige hiphop (Nederhop). De hiphoppers, stelt zij, hebben een eigen sociaal systeem ontwikkeld, waarbinnen ongeschreven regels gelden over wat wel en niet kan. 'Ze behoren meestal tot de lagere sociale klasse. Je ziet dat in Nederland vooral de tweede generatie allochtonen moeite heeft met hun identiteit. De hiphop heeft hen in staat gesteld toch een identiteit en respect te verwerven.'

Hiphop is geboren in de Verenigde Staten. Zwarte jongeren beschreven daar de situatie in de getto's. Maar Nederland is geen Amerika. Echte getto's zijn hier niet, gangsteroorlogen evenmin. Nederlands racisme is van een heel andere orde. De politie gedraagt zich hier vrij beschaafd. 'Natuurlijk is rap in Nederland niet de stem van de onderdrukte klasse, van de getto's', zegt Pels. 'Maar hiphop is hier wel kunst, en cultuurvernieuwend.'

Nederlandse hiphop is opvallend gemengd. Blank, zwart en bruin horen allemaal in de familie. 'Op school leer je niks over Surinamers, Turken of Marokkanen', zegt Kees de Koning, alom beschouwd als dé Nederlandse hiphopkenner. 'Dat heb ik allemaal uit de muziek geleerd, van die jongens zelf. We zijn wereldburgers, we zijn een nieuwe generatie. We hebben van elkaar geleerd door muziek te maken.'

Respect, daar gaat het om in de hiphopwereld. Respect krijg je dankzij je skills, door goed te kunnen dansen, gewaagde graffiti te maken, heel veel van muziek te weten, razendsnel te kunnen rappen en de juiste kleding te dragen. Respect krijg je ook door je houding. Cool zijn. Tough doen. Barman Franklyn over bezoekers van het Amsterdamse hiphopcafé De Duivel: 'Je hebt veel haantjes. Mannen die vinden dat ze tough zijn. Ik ben tough, jij bent tough. Twee toughe gasten, dat gaat niet samen.'

Hiphop is macho, en geld is absoluut geen vies woord. Waar punk commercie als vilein beschouwde, willen hiphoppers graag rijk worden. Hun cliché-rolmodel is de Amerikaanse gettojongen die dankzij zijn hiphopskills miljonair wordt en rondrijdt in flitsende auto's, omgeven door opvallende vrouwen. 'Maar ze beseffen wel steeds meer dat het in Nederland anders is', zegt Pels. 'Hier mag je de buurthuizen langs als je eenmaal een platencontract hebt.'

De lat der idealen ligt niet hoog. Kees de Koning: 'Straks zingt de groentenboer Yukkie B.'s single Wat Nou! mee. En dat die persoon zich daar vervolgens op betrapt en denkt: hé, ik zing het liedje van een Turk mee; dat is het mooiste. Meer bereik je niet. Maar het is meer dan al die politici ooit kunnen bewerkstelligen.'

Een deel van de Nederlandse hiphoppers rapt in het Engels, omdat ze beroemd willen worden en omdat ze vinden dat ze bij de internationale hiphopgemeenschap horen. Maar na de successen van de Amsterdamse Osdorp Posse stappen steeds meer rappers over op het Nederlands. Pels: 'Hiphop is dat mensen horen wat je vindt, en dat gaat nou eenmaal beter in je moers taal.'

Dankzij de vindingrijke raps van de Osdorp Posse en hun navolgers is rap gebombardeerd tot poëzie. Poëzie van de straat. De jonge schrijver/dichter Serge van Duijnhoven publiceerde in NRC Handelsblad een schotschrift tegen Gerrit Komrij, omdat die zich verbijsterd afvroeg waar de jonge dichters waren. Rap is nieuwe poëzie, riep Van Duijnhoven. Weg met de starheid! Weg met de Nederlandse calvinistische traditie dat poëzie vanaf het katheder moet worden gebracht! 'Rap en poëzie zijn twee takken aan dezelfde stam', zegt hij. 'Tussen de straat en de elite ligt het braak.'

Samen met onder anderen Def P. van de Osdorp Posse nam Van Duijnhoven onder de naam Sprooksprekers 'Eindhalte Fantoomstad' op, een cd met een boekje, een experimenteel mengsel van rap, poëzie en elektronica.

'Sprooksprekers had je al in de Middeleeuwen. Het waren barden die teksten schreven, die sneldichtten, die de taal van de straat bezigden. De elite en de klassieken haalden er hun neus voor op. Die tweedeling bestaat nog steeds.'

1. DE KAAPVERDIAAN

E-life heeft sinds kort een deugdelijk huis met een kurken vloer in een nette Rotterdamse buurt. Dat is stap één. Het huis kijkt uit op luxueuze hoogbouw, met bovenaan een prachtig penthouse. Dat wordt stap twee. Een penthouse voor hemzelf, zijn vrouw en de kleine meid. 'Het is geen droom, man, ik krijg dat huis. Ik vecht er voor.'

E-life is 25 en heeft een heel hiphopleven achter de rug. Als dertienjarig jochie danste hij op de Lijnbaan, het was de tijd van electric boogie, de eerste hiphopplaten en de straatbendes. E-life rolde in de Bad Boyz Posse, toen de beruchtste bende van Nederland, zegt hij. 'We maakten geen grappen. We voelden ons fokop. De harde rapmuziek paste bij ons gevoel.'

Hij is klein en gedrongen, maar een opvallende verschijning in zijn sneeuwwitte donsjack. Vrijwel kaalgeschoren hoofd, gouden sieraden om nek, polsen, vingers. Gouden voortanden. Op weg van het Centraal Station naar de tramhalte schudt hij tientallen handen. Sommige vrienden zwerven nu, andere hangen doelloos rond in de stad. In de tram naar Kralingen fluisteren twee Marokkaanse jongens zijn naam. 'E-life, man, het is E-life.' Hij blijft er koud onder.

E-life staat in hiphopkringen bekend als een bluffer, een boaster. Hij kroont zich in zijn raps tot keizer. E-life is de beste, de rest is wack.

Maar onder die grootspraak schuilt iets dat al zijn teksten doordrenkt. Het systeem zit E-life dwars.

'Het systeem is een bitch. Als je in Nederland het systeem niet kent, ben je verloren. Buitenlanders, zelfs al wonen ze hier vijftig jaar, zullen het systeem nooit bevatten. Daarom hebben jonge allochtonen het hier zo verrekte moeilijk.'

Hij is in Nederland geboren, spreekt bij vlagen plat Rotterdams, maar voelt zich hier nauwelijks thuis. Het systeem, die kluwen regels, wetten en geboden, is zo verfijnd en onzichtbaar dat ook hij erin verstrikt raakt. Daarom, zegt E-life, 'blijft een buitenlander hier altijd een buitenlander'.

E-life the fly being, African-European, rapt hij. Believing the system didn't work from the getgo.

Nederlanders haten heel subtiel, zegt E-life. Oude dames grijpen hun tas vast als hij ze passeert op het trottoir. Vaak wordt hij door agenten naar zijn papieren gevraagd.

'Kennelijk willen ze dat wij zwarten ons op een bepaalde manier gedragen. Dat we dealers en rovers zijn, nou, daardoor zullen sommigen die rol gaan spelen. Het wordt ons opgedrongen. Het wordt van ons verwacht.'

Hij komt omhoog uit zijn bankstel. 'Nederlanders gaan prat op hun tolerantie, maar tolereren is accepteren wat je eigenlijk niet wil accepteren. Rot op met je tolerantie. Respecteer me dan! Oké, hier zijn geen veldslagen met de politie, zoals in Parijs. Hier is het racisme niet zo openlijk als in Berlijn. Maar het is hier erger, het is onderhuids, het is achterbaks. Het verschuilt zich achter een glimlach. Het maakt je kapot.'

Zijn ouders zijn Kaapverdianen. Ze hielden in Nederland vast aan hun eigen levensstijl, hun eigen normen en waarden, net als veel andere gastarbeiders. De kinderen, de tweede en derde generatie, verdwalen nu in het systeem. 'Op school gelden opeens andere regels dan thuis. Dat is verwarrend. En als je je niet kunt aansluiten, is de enige uitweg het maken van je eigen regels. Just don't give a fuck. Je ziet het aan de zwarte spelers in het Nederlands elftal. Zoals Edgar Davids zich vorig jaar gedroeg, ze weten zich geen raad in die Nederlandse wereld.'

Daarom ook is E-life hiphopper, geen Hollander. 'Ik kan me niet afmeten aan Wim Kok of Guus Meeuwis. Hiphop geeft je de ruimte jezelf te ontdekken. Wie je bent, wat je voelt, maakt niet uit. Alles heeft een invloed op mij, alles maakt indruk op me. Ik kijk niet te veel naar andere mensen.'

Hiphop kan hem rijk maken. Geestelijk en materieel. Alleen een rijk man, zegt hij, kan ontsnappen uit het doolhof van bureaucratie en de duizenden ongeschreven levensregels. 'De maatschappij heeft niet het recht mij een positie te geven. Die moet je zelf nemen.'

Hij wijst weer naar het penthouse. 'Ik wil mijn eigen levensweg bepalen, weg van het systeem. Weg van Nederland. Daarom ook rap ik in het Engels. Mijn wereld houdt niet op bij Leeuwarden.'

2. DE TURK EN DE SURINAMER

'Hé, daar heb je Yukkie' De Turks-Nederlandse rapper wordt in hiphopcafé De Duivel als een held onthaald. Ingewikkeld handen- geschud, schouderkloppen, en bier voor Yukkie en zijn Surinaamse partner, dj Sergio. Achter de bar van het café is een sticker geplakt, 'Wat Nou', de titel van de eerste single van het duo.

Na twaalf jaar ploeteren is het eindelijk gelukt: Yukkie B. staat in de tophonderd. In Amsterdam-Oost is 'Wat Nou' uitverkocht. Yukkie (26) lacht. 'De single is onze introductie, met een Amsterdams tintje.' Tintje? Het begint met de aankondiging van metrostation Wibautstraat, en daarna blijft het een grote aubade aan Amsterdam-Oost.

'Ja, Oost is ons referentiekader. Daar ben ik opgegroeid. Daar komen mijn mannen vandaan, mijn posse. Ik heb de liefde nodig van die mensen. Dat houdt de motor draaiende.'

Het begon voor Yukkie in de jeugdhonken van Oost. 'Toen had je nog buurthuizen', mijmert hij. 'In buurthuis Iepenburg deed ik mijn eerste rap met Sergio als dj. We hadden elkaar leren kennen na een ruzie over gestolen verfspuitbussen.'

We spreken midden jaren tachtig. De Nederlandse allochtone jeugd ontdekt de Amerikaanse hiphop, eindelijk muziek die de tweede generatie migranten aanspreekt. Sergio: 'Het was een schok, een roeping. Je voelde het. Ik vond de muziek heel tof en wilde er alles van weten. Zo kreeg je de identificatie.'

Yukkie: 'Je had toen alleen Luv', en opeens was er hiphop. Je zou toen bij wijze van spreken een moord plegen voor witte Adidas, of die Kangolhoedjes van Run DMC. Die had je hier niet, maar dan kocht je een oudemannenhoed, die bolde je uit en dan liep je de deur uit en dan (staat op en doet een stukje straatbluf), dan dacht je ''Yeah''

Sergio: 'Hiphop gebruikte wijsheden, over het leven, over de maatschappij. Dingen die je op school niet leerde. Als je een jaar of 18 bent, en je luistert naar KRS-1, dan gaat er een wereld voor je open.'

Yukkie praat plat Amsterdams. Hij werd in Nederland geboren. Zijn vader kwam als correspondent voor een Turkse krant. Yukkie kreeg een vrije opvoeding en was vooral op straat te vinden. Zijn schoolcarrière verliep stroef, zijn beroepscarrière eveneens. Meisjes en zomaar wat aanklooien waren leuker. Hij is nog wel moslim maar sinds zijn schoenen er een keer zijn gejat, gaat hij niet meer naar de moskee.

Hij rapt in het Nederlands. 'Ik wil geen politieke boodschapper zijn. Politiek is een gepolijste zaak, man. Als ik iets op mijn hart heb, dan zeg ik dat. Het kan over het leven gaan, over mezelf of over de buurvrouw.'

Sergio: 'Hiphop is altijd de CNN van de straat geweest. Je moet toch mensen bereiken. Je wilt dat ook je buurjongetje weet wat je te zeggen hebt. In Nederland is de situatie heel anders dan in Amerika. Hier rap je niet over gangsters, maar over de stapels onbetaalde rekeningen.'

Sergio is wat afstandelijker en argwanender dan Yukkie. Zo wil hij niet zeggen hoe oud hij is. 'Laat mensen maar raden.' Hij kwam eind jaren zeventig, kort na de onafhankelijkheid, met zijn ouders naar Nederland. Voelt zich nog steeds Surinamer. 'Mijn navelstreng ligt daar begraven', zegt hij in het Sranangtongo.

Yukkie: 'Ik zeg in mijn nummers weleens dat ik Turk ben, tuurlijk. Mensen zien toch vaak dat ik van Turkse afkomst ben. Ze denken nog altijd: daar heb je Ahmed met zijn rok en muts. Het is jammer dat mensen niet zo ruimdenkend zijn. Maar ja, ik heb ook veel landgenoten die het vertikken zich aan te passen.'

Yukkie voelt zich geen Turk en geen Nederlander. Hij voelt zich Amsterdammer, inwoner van een wereldstad. 'Amsterdam is een grote mixpot. Ik ben beïnvloed door Nederlanders, Turken, Marokkanen, Surinamers. Dat zit allemaal in mij.'

Sergio: 'Dat is ook dat hiphop-ding. Dan deal je niet met afkomst of kleur.'

Als ware Amsterdamse hiphoppers laten ze niet het achterste van hun tong zien. Criminaliteit? 'Ik ben nog nooit met de politie in aanraking geweest', zegt Yukkie. 'Natuurlijk had ik weleens een akkefietje. Een vechtpartij. Een boterhammetje gegeten in een keuken die niet van mij was. Maar dat geldt voor elk kind in Amsterdam.'

Sergio lacht om Yukkie's geveinsde onschuld. 'Ik was vroeger gek van brommers. Dan zag je een gast met een mooie brommer. . . Maar iedere keer als ik wat deed, was de politie er meteen bij. De kinderrechter enzo, ik heb het allemaal meegemaakt. Maar ik had een onschuldig hoofd en ik deed vwo, dat vonden ze altijd geweldig.'

Hij wijst op Yukkie. 'Maar hij. . .' Yukkie lacht, een woordeloos 'Wat Nou'

3. DE MAROKKAAN

'Als ik een blow rook, vind je dat erg?'

Achmed is onrustig. Struint door het huis, van keuken naar woonkamer, van woonkamer naar keuken en weer terug. Zijn woorden buitelen over elkaar. Graag zou hij alles in één keer vertellen.

'Ik ben klaar voor de thee, jij ook? Oké dan, daar gaan we dan.'

MC Berber is zijn hiphopnaam. Hij rapt in het Berbers. 'Weet je wat Berbers zijn? Berbers zijn de boeren uit de bergen. Daar ben ik geboren, in een klein Marokkaans dorp. Het leven is er hard, maar we waren tevreden. Tot we de verhalen hoorden over Nederland en toen gingen we denken: wij hebben niks, zij hebben alles, dat willen wij ook. Zeg maar: er rijdt een BMW 8-serie langs met een Nederlands nummerbord, gave auto, die wil je dan dus ook, het gaat je helemaal overmeesteren en je wilt de gekste dingen doen om aan die auto te komen.'

Hij was acht toen zijn ouders hem meenamen naar Rotterdam-West. Ze mochten blijven omdat Achmed ziek was en geopereerd moest worden aan zijn vergroeide been. Hij lag lang in het ziekenhuis en ging daarom nooit naar school. Toen hij weer kon lopen, kreeg hij ruzie met zijn ouders ('de cultuurclash'), liep weg van huis en leefde lang op straat. Een merkwaardig ondergronds leven tussen jongens met dezelfde historie. Allemaal ruzie thuis. Allemaal op zoek.

MC Berber is nu 22 en de eerste groeven staan in zijn gezicht. Het straatleven heeft hij de rug toegekeerd. Sinds een jaar woont hij in Hoogvliet, het huis is van een stichting die ontspoorde jongeren leert zelfstandig te wonen. Hij is er trots op dat hij een baan heeft, voor vier dagen in de week, aan de lopende band.

'In dit huis heb ik rust gevonden, ik kan er bijkomen van wat ik heb meegemaakt en ik kan er mijn muziek maken.'

Met zijn muziek waarschuwt hij 'de jongens', zoals hij zijn Marokkaanse maten van vroeger noemt. Om die reden ook rapt hij in het Berbers, wat zijn muziek oriëntaals en romantisch maakt in de oren van een Hollander, maar zo is het niet bedoeld.

'Respect voor jezelf en anderen gaat voor alles, dan krijg je er niet te geloven zoveel meer respect voor terug. Daar gaat het over. En hoe de wereld weer goed voor alle mensen is, weet je.'

Hij schrijft de teksten 's nachts, en steeds vaker ook in het Nederlands. Twee talen door elkaar. Hij gaat staan en heft zijn armen langzaam ten hemel. 'Twee talen, twee volken, ik heb twee wortels en ik groei maar door, tot die wortels bij elkaar komen en op dat moment leef ik in vrede.'

Maar ja, de jongens op straat denken daar vaak anders over en hetzelfde geldt voor de Nederlanders. Hij wil ze niet de schuld geven, maar zolang niemand oog heeft voor de jongens zullen ze geen haar beter worden.

'Niemand zoekt naar ons. Niemand praat met ons of is oprecht geïnteresseerd in onze problemen. Een vriend van mij is psychisch niet in orde, maar wordt door de politie behandeld als een misdadiger. De politie behandelt alle Marokkanen hetzelfde, ze zien geen verschil. ''Hup Marro'', zeggen ze, ''opschieten jij'' Jullie Nederlanders willen ons niet begrijpen. Jullie hebben een baan en een huis en willen ons niet zien. Jullie zijn bang voor ons! Dan verandert er toch niks? Jullie geven de jongens een alibi om crimineel te leven.'

MC Berber bidt elke dag voor de jongens die nog geen rust hebben gevonden. 'Ik bid naar Allah, wat bij jullie God is, dat de wereld weer een paradijs wordt. De hele wereld vol respect! Maar soms betwijfel ik of het ooit zal lukken.'

Wacht, zegt Achmed, en hij trekt haastig de laden van een kast open, tot hij de ringbandvelletjes met zijn nieuwe rapteksten heeft gevonden. Cassettebandje in de gettoblaster en daar is het geluid van MC Berber. Boven is een betere plek, beter dan op deze aarde. De tekst is voor zijn vriend, die werd doodgestoken bij een kaartspel.

'Mag ik nu iets schrijven, voor je lezers?'

Hij pakt het notitieblok en schrijft in grote letters:

'WILLEN JULLIE VOOR MIJ DUIMEN WANT IK BID EN DUIM DAT HET MET JULLIE OOK GOED MOET GAAN OP DEZE AARDE, DOEN DAT JULLIE OOK VOOR MIJ OM ER MET MIJN RAP MUZIEK ER OOK TE KOMEN, EN VOOR JULLIE ZAL KOMEN OM TE LUISTEREN. PEACE OOST WEST ZUID NOORD.'

De eerdere afleveringen van deze serie verschenen op 12 juli, 26 juli en 9 augustus.

Meer over