Het Eeuwige Leven

Remco Ekkers (1941–2021): Docent en dichter die liever onderzocht dan oordeelde

‘Ben ik hier om gedachten / mee te geven, woorden?’ Wellicht overpeinsde Remco Ekkers alvast zijn eigen aardse aanwezigheid in het gedicht ‘Herdenking’, opgenomen in de afgelopen voorjaar nog verschenen poëziebundel Hop over de sofa. Op 4 juni overleed de schrijver en dichter aan een hartstilstand, fietsend door zijn woonplaats Zuidhorn, net geen tachtig jaar oud.

Dichter, schrijver en docent Remco Ekkers. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Dichter, schrijver en docent Remco Ekkers.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Ekkers werd geboren in Bergen maar groeide op in Den Helder, als zoon van een Rijkswerf-ambtenaar. Tijdens voordrachtwedstrijden op de hbs sloeg de letterenvonk over. Met jeugdliefde Roel, met wie hij altijd samen zou blijven, toog hij naar Groningen. Zij werd lerares, hij ging Nederlands studeren en later naar de pedagogische academie. Ze streken neer buiten de stad en kregen drie zoons. Tot aan zijn vervroegde pensionering werkte hij op de lerarenopleiding Nederlands in Groningen en later Leeuwarden.

In 1979 debuteerde Ekkers als dichter voor volwassenen met de bundel Buurman. Maar hij brak in de jaren tachtig door met kinderpoëzie, op de golf van de befaamde jeugdpagina’s in Vrij Nederland: De Blauw Geruite Kiel. In 1985 kreeg hij de Zilveren Griffel voor Haringen in sneeuw.

‘Studenten vertelden dat ze tijdens hun stage kinderen niet enthousiast kregen voor poëzie’, zei hij eens. Begrijpelijk, vond Ekkers, ‘want kinderen willen gedichten vanuit hun eigen perspectief’. Omdat die er nauwelijks waren, ging hij ze zelf schrijven. Dood, schuld, verdriet, jaloezie, afscheid: de grote thema’s van de poëzie zijn voor alle leeftijden, meende hij.

Binnen de lerarenopleiding stond hij op een voetstuk, zegt Coen Peppelenbos, door Ekkers daar aangedragen als collega en later zijn redacteur bij uitgeverij Kleine Uil. ‘Hij had prijzen gewonnen, schreef voor De Gids, interviewde schrijvers als Harry Mulisch. Een culturele duizendpoot waar je tegenop keek.’

Literatuur, muziek, beeldende kunst, mythologie: Ekkers wist veel van veel en nam alles tot zich. Met twee van zijn zoons ging hij eens mee naar een concert van Herman Brood. ‘Dat wilde hij dan gewoon een keer meemaken’, zegt de oudste van hen, Bas. Ook zijn kinderen liet hij zelf ontdekken. ‘Ik ben nooit een lezer geworden. Maar, als grafisch ontwerper, wel boekenmáker.’

Meer nog dan als dichter, zag Ekkers zichzelf als leraar. Al ging hij ervan uit dat anderen op dezelfde hoogte stonden als hij, ervoer Peppelenbos. ‘Dan zei hij: ‘Nietzsche heeft dit of dat geschreven, dat weet je.’ Ook als je dat niet wist, was het prima. Dan legde hij het je graag uit.’

Sommige studenten stonden op de gang mee te luisteren naar zijn lessen. Toch was Ekkers sociaal geen uitbundig man, zegt Peppelenbos. ‘Na een literaire avond meegaan naar de kroeg, dat was niks voor hem. Liever nam hij de trein terug naar Zuidhorn.’

De dood kwam plotseling. Maar Ekkers’ grootste vrees, dement worden zoals zijn moeder, bleef hem bespaard. ‘Het was goed zo, ik blijf niet achter met vragen’, zegt zoon Bas. ‘Ik had een fantastische vader. Ik vind het alleen jammer dat ik zelf nooit les van hem heb gehad.’

Tot zijn dood was Ekkers zeer productief als dichter, criticus, interviewer en docent, de laatste jaren aan de Schrijversvakschool Groningen. Dagelijks schreef hij op zijn website – op de dag van zijn overlijden nog. Peppelenbos prijst Ekkers’ nieuwsgierigheid. ‘In zijn recensies ontbrak het oordeel. Hij onderzocht liever, wilde doorgronden.’

Zelf zei hij daarover in zijn laatste interview: ‘Je ziet meer vogels als je meer weet van vogels. Dat geldt ook voor poëzie. Als iemand jou uitlegt hoe het in elkaar zit, kan je bewondering alleen maar groeien.’ Toch geloofde hij niet in dood-analyseren. ‘Er blijft altijd wel een geheim, je kunt het nooit helemaal ontraadselen.’

Meer over