Relaxte relatie met het verleden

Sissi en Sachertorte zijn behouden gebleven. Maar dominant is het nieuwe Wenen, dat walst op de klanken van elektronische easy listening....

Het meisje achter de kassa van het Sigmund Freudmuseum heeft een kleine tribal tattoo op haar arm. Wat is er gebeurd met Wenen, de tuttigste hoofdstad van Europa, met zijn Sachertorte, Mozartkugeln en zoete Sissi-romantiek?

Dat Wenen bestaat nog altijd, als attractie voor de oudere reisconsument. Dominant is het nieuwe Wenen met zijn clubs, designcafés en trendy restaurants, met jonge mensen die het internationale modebeeld op de voet volgen.

Het centrum van het oude Wenen is de Stefansplatz. Voor de dom staan levende standbeelden en mannen in Mozartpakjes, die tickets verkopen voor klassieke concerten in het toeristische genre. Aan de voet van de dom wachten de fiakers, de koetsjes, op toeristen die in een ontspannen tempo door de stad gevoerd willen worden. In de hele stad liggen dampende paardendrollen.

Het centrum van het nieuwe Wenen ligt een paar honderd meter verder: het in 2001 geopende Museumquartier. Het hoofdgebouw werd in de 18de eeuw gebouwd als een barokpaleis voor paarden: de keizerlijke stallen waren hier gevestigd.

Op de binnenplaats van het complex zijn twee musea voor moderne kunst neergezet: het Leopoldmuseum, een rechthoekige doos in modernistische stijl, en het MUMOK, ook rechthoekig, maar dan van donkergrijze betonblokken met artistieke spleten ertussen, alsof de metselaar de voegen is vergeten. In een deel van het oude complex is ook nog de Kunsthalle gevestigd.

Het Museumquartier is meer dan een geslaagd staaltje city marketing. Anders dan bijvoorbeeld het Guggenheim in Bilbao - dat als een culturele vliegende schotel is geland in een Baskische industriestad - maakt het Museumquartier organisch deel uit van het Weense leven. De cafés, restaurants - en bij mooi weer de terrassen - zitten altijd vol.

Elk jaar ontwerpt een kunstenaar een artistieke hangplek voor het centrale plein. Dit jaar zijn het rode sculpturen in de vorm van een O. Kinderen lopen eroverheen, studenten liggen erin te lezen of te luieren in de zon.

Het kwartier is een briljant staaltje stadsplanning. Het heeft niet alleen aantrekkingskracht voor toeristen, maar wordt ook gebruikt door Weners zelf. Allerlei mensen weten de plek te vinden, zegt Thomas Askan Vierich, hoofdredacteur van The Best of Vienna, een toeristische uitgave van het weekblad Faltert. 'Jong en oud, gezinnen met kinderen.'

De balans is perfect: de binnenplaats is druk en levendig, maar afgesloten van het drukke stadsverkeer. De sfeer is cultureel en een beetje alternatief, maar ook weer niet zo ondraaglijk trendy dat je je meteen een heikneuter voelt.

Over de ontwikkeling van het kwartier is hevige strijd gevoerd, zegt Vierich. Het boulevardblad Die Kronenzeitung voerde een felle campagne tegen de ontheiliging van dit barokke erfstuk, vooral omdat er aanvankelijk ook een hoge toren was gepland waarin een bibliotheek moest komen.

Vierich: 'Die toren is er niet gekomen, dat was misschien ook een beetje veel van het goede. Maar verder zijn de plannen doorgezet. Daarmee is het kwartier ook een symbool: wij Weners willen niet alleen in het verleden leven.'

De eerste aanzet voor een nieuw Wenen werd eind jaren tachtig gegeven, met de bouw van het Haas Haus op de Stefansplatz. Het is een gebouw van staal en spiegelglas, in de alweer gedateerde stijl van de yuppentijd, toen architecten blij waren dat ze lekker brutale, intimiderende en patserige gebouwen mochten neerzetten. 'Maar het was een teken aan de wand: in het historische centrum, tegenover de Stefansdom, werd een hypermodern gebouw neergezet', zegt Vierich.

In de jaren negentig werd ook Wenen aangesloten op de mondiale jeugdcultuur, waardoor je tegenwoordig in een soort MTV-bel van Stockholm naar Bratislava kunt reizen, zonder je ook maar een moment ontheemd te hoeven voelen.

Maar Wenen heeft zijn lokale variant van die popcultuur, stelt Vierich. 'We hebben de elektronische easy listening, waarvan dj's Kruder en Dorfmeister de belangrijkste exponenten zijn. Dat is typisch Weens, heel anders dan de keiharde techno uit Berlijn. Weners zijn ontspannen, niet zo gestresst.'

Wie nu een dag door Wenen trekt, wordt dan ook niet begeleid door de walsen van Johan Strauss, maar door electronische percussie, zachte synthesizers en jazzy damesvocalen.

De Weense cafés en koffiehuizen passen in deze ontspannen sfeer. Geen roestvrij stalen snel-wegwezen-bars zoals in Parijs, of duistere pubs als in Londen. Maar ruime en lichte etablissementen, waar je in comfortabele lederen fauteuils de krant leest of zachtjes converseert. En modernisering of niet, het assortiment aan taartjes is vaak krankzinnig. Ook traditioneel Weens: nurkse obers die de klant met professionele distantie benaderen.

En wie toch op zoek is naar de kitscherige zwier van weleer: op 7 juni speelt André Rieu in slot Schönbrunn.

Meer over