Interview

Regisseur en actrice Ilse Warringa: ‘Op het moment dat je niks meer mag relativeren met humor, staan we met zijn allen stil’

Ilse Warringa  Beeld Bianca Pilet
Ilse WarringaBeeld Bianca Pilet

Na de tv-hit De Luizenmoeder is er nu ook de film. Het is het regiedebuut van Ilse Warringa (46) die ook de hoofdrol speelt en het scenario schreef. Daarin zocht ze de lach, maar de onderliggende boodschap is bloedserieus. ‘Ik moest en zou dit verhaal vertellen.’

De betraande gezichten van de cast van Luizenmoeder – De film vullen het telefoonscherm van Ilse Warringa. Acteur Rop Verheijen, die in de film de adoptievader van het Aziatische meisje Rianne speelt (‘Het meisje met die oogjes’), spreekt haar, ook met natte ogen, toe: ‘We hebben de film net met z’n allen zitten bekijken, en iedereen zit hier te janken.’

‘Bianca (Krijgsman, red.) kon tijdens het opnemen van dit filmpje helemaal niks meer zeggen van ontroering’, lacht Ilse Warringa terwijl ze haar mobiel op het tafeltje van het terras in het Amsterdamse Vondelpark legt. ‘Ze zei later nog hoe mooi ze het vond. Dus ik was zielsgelukkig na de viewing.’

Waarom was je er zelf niet bij?

‘Ik vind dat veel te eng. Dan ben ik bang dat de film niet goed overkomt, en ga ik aan alles twijfelen. Kut, ik had het toch anders moeten doen, denk ik dan misschien.’

Luizenmoeder – De film is haar regiedebuut. Daarnaast schreef ze het scenario en speelt ze de hoofdrol, juf Ank. De film zit net als de gelijknamige tv-serie, die wekelijks vele miljoenen kijkers trok en bekroond werd met de Nipkowschijf, vol grappen die spelen met vooroordelen en stereotyperingen, maar kent in tegenstelling tot de serie ook veel ontroerende momenten, onder meer vanwege een jongetje dat buiten de boot valt.

Directeur Anton (Diederik Ebbinge) en de conciërge (Henry van Loon) zijn niet meer werkzaam op basisschool De Klimop – beide acteurs wilden zich na twee series van De Luizenmoeder graag op andere projecten storten. Dus juf Ank en haar overgebleven collega’s moeten de school weer op de rails zien te krijgen. Door de onderbezetting, de coronacrisis, de veeleisende ouders en een nieuwe interim-directeur die leraren het liefst vervangt door e-teachers is dat nog best een uitdaging. En dan moet de Chinese avond nog komen, waarbij alle onderhuidse spanningen komen bovendrijven. ‘Hoelang is een Chinees’, grapt Kenneth (André Dongelmans) bijvoorbeeld tegen de andere ouders, waarna de vader van Maledieve (Arnoud Bos) de zwarte homovader bestraffend toespreekt. ‘Juist jíj zou moeten weten hoe gevoelig dit ligt!’

Je goede vriend Rop Verheijen vertelde me dat je eigenlijk nooit meer geïnterviewd hoeft te worden, omdat alles wat je bent in deze film zit. Is dat zo?

‘Ja, alles waarover ik me druk maak en wat ik gezegd wil hebben, zit in deze film. En de kern daarvan is het belang van goed onderwijs. Op school wordt het alsmaar cerebraler, het draait te veel om presteren. Minister Arie Slob geeft nu alweer miljarden uit aan externe bureaus om de leerachterstanden weg te werken, terwijl ik denk: leren is belangrijk, maar leren samenleven ook. Hoe ga je met elkaar om? Hoe maak je echt contact? Hoe maak je ruzie, hoe los je conflicten op? Hoe zeg je sorry? Dat zijn essentiële dingen die in ieder klaslokaal gebeuren, en als je een goede docent bent speel je daarop in. Een goede docent die kinderen echt ziet, is onontbeerlijk. Want ouders vinden hun eigen kind het allerbelangrijkste, maar we zouden ons wat meer verantwoordelijk moeten voelen voor het grote geheel. Ouders willen het onderste uit de kan voor hun eigen kind, dat er daardoor voor het kind erna niks meer over is, interesseert ouders steeds minder. Dus ik wilde graag een ode brengen aan goede juffen en meesters. En een pamflet maken tegen managers in het onderwijs die de boel ontregelen met regels. Want daarmee verdwijnt de vrijheid en het vertrouwen.’

Waarom gaat dit thema jou zo aan het hart?

‘Ik ben er diep van overtuigd dat leren oprecht contact te maken en elkaar goed in de gaten te houden, het belangrijkste is om overeind te blijven in het leven. Mijn kinderen zijn nu 14 en 16, maar toen zij nog op de basisschool zaten, was mijn eerste vraag aan de docent altijd hoe ze naar hun klasgenoten waren. Doen ze niet gemeen naar anderen? Op dat hele leren ben ik nooit zo gefocust geweest. Het gaat om een goede sfeer in de klas, pas dan kunnen álle kinderen floreren. Maar om me heen zie ik vooral veel ouders die hun kinderen op bijles doen omdat ze havo-advies hebben. Terwijl havo-advies al bovengemiddeld is!’

Bemoei jij je nooit met het huiswerk van je kinderen?

Lachend: ‘O ja, heel erg. Zeker in het eerste jaar dat mijn oudste naar de middelbare ging. Het is gewoon een moederlijk instinct om je kinderen te willen behoeden voor narigheid, dus je wilt graag dat ze een goede beoordeling krijgen. Ik heb hele werkstukken voor hem zitten maken. En dan vroeg ik daarna: ‘Wat hadden wé?’ Ik ben net zo erg. Ik was echt Magister-verslaafd (het leerlingvolgsysteem van middelbare scholen, red.). Nu wat minder, omdat ik geleerd heb dat je ze gewoon moet laten gaan. Maar ik zat erbovenop, dat is echt deze tijd. Inclusief ikzelf.’

Het is misschien moeilijk je te onttrekken aan de cultuur waarin je leeft.

‘Ja. Mijn kinderen zijn allebei voetballers, en langs de kant staan allemaal ouders die graag willen dat hun kind wint, vanwege de succeservaring. Terwijl je natuurlijk veel meer leert van verliezen. Maar niemand die er zo naar kijkt. Dat maakbare, het maximale eruit halen, het kán dus dan moet je er ook voor gaan, zit erg in de ouders van nu. Dat is ook de Rutte-mentaliteit.’ Imiteert zijn stem: ‘Als je wat wil, moet je ervoor vechten! Ieder zijn eigen verantwoordelijkheid, hou je eigen broek op.’ Als dat al wordt voorgeleefd door de mensen die ons besturen, is het niet zo gek dat wij dat met zijn allen ook gaan doen. Het is het tijdperk van ieder voor zich, en dat is waar ik tegen ageer in deze film. Want vergeet niet: die kinderen in de klas, dat zijn de bestuurders van de toekomst. En ik wil niet dat het VVD-balletjes worden, die naar het corps gaan, elkaar voor feuten uitmaken. Ik hoop zo dat de kinderen die nu opgroeien mensen worden die naar elkaar omzien, die moeite doen om elkaar te begrijpen in plaats van enkel voor hun eigen geluk te gaan. Maar dan moeten we ophouden met onze kinderen als halfgoden te behandelen. Want als je ze opvoedt met het idee dat alles altijd voorhanden is en ze altijd de hoofdrol zullen hebben, dan leren ze niet om niet altijd te krijgen wat ze willen.’

Ilse Warringa 
 Beeld Bianca Pilet
Ilse WarringaBeeld Bianca Pilet

Hoe minder je krijgt, hoe leuker je wordt?

‘Haha ja.’ Zet bekakte stem op: ‘Hoe minder we de paupers geven, hoe leuker ze worden. Verdienen niks, bereiken niks, maar wel leuke mensen.’

Joost Prinsen zei laatst in dit magazine: ‘Je voelt je als ouder zoals je ongelukkigste kind zich voelt’.

‘O, zo herkenbaar! Je bent zo verbonden, je kind is toch een verlengstuk van jezelf. Met mijn zoon ging het het eerste jaar op de basisschool helemaal niet goed. Hij was echt een soort pain in the ass voor de andere kinderen. Elke dag werd ik naar school geroepen omdat er weer wat was. Dan had hij weer (zet de stem van juf Ank op) ‘heel bijzonder gedrag vertoond’. Toen heb ik weleens huilend voor die juffrouw gestaan. ‘Maar het is ook een leuk kind! En heel humoristisch. Maar u moet het wel willen zien. Want als u dat niet ziet, dan is het geen wonder dat hij zich zo gedraagt!’ Als een tijgerin kwam ik op voor mijn kind.’

En? Hielp dat een beetje?

‘Nee, ik heb hem van school gehaald. Terwijl mijn man zei: ‘We gaan niet schoolhoppen. Ik heb zo’n hekel aan van die ouders die altijd de school de schuld geven van het gedrag van hun kind.’ Maar via via kreeg ik een tip van een klein montessorischooltje in de Amsterdamse Pijp, en daar ben ik gaan kijken. Want ik wilde mijn zoon graag van die andere school hebben omdat ik zag dat hij qua gedrag onbewust ging voldoen aan het beeld dat ze van hem hadden. Dat moest ik doorbreken. Achter mijn mans rug om ben ik naar die school gefietst. Stond ik daar – weer huilend – bij die directrice: ‘Het is echt een leuk kind, maar het wordt daar gewoon niet gezien!’, snikte ik. ‘Nou, als ik het een leuk kind vind, mag hij komen’, zei zij. En na een proefochtend was hij welkom. Hij heeft daar zeven jaar gezeten en hij heeft er een toptijd gehad. Maar och man, als moeder greep mij dat zo verschrikkelijk aan, want ik dacht onmiddellijk dat ik een kind had waar iets mee was. ADHD, of weet ik wat. Dus hij werd getest, kreeg een interne begeleider, dat hele riedeltje. Ze gingen ons ook observeren terwijl hij zichzelf moest tekenen. Hij tekende toen een hele grote lul, zo van: fuck you. Ik moest daar vreselijk om lachen, waarna de begeleider mij aankeek met een blik van: waarom lach jij nou zo?’

Kreeg je daar nog kritiek op? Zo van: misschien lacht u iets te veel om het onaangepaste gedrag van uw kind!

‘Nee. Maar ik wist op dat moment wel dat we moesten oppassen dat hij niet bestempeld zou worden als een geval apart. Kijk, het is een dunne lijn tussen willen dat je kind gezien wordt voor wie hij is, en willen dat je kind altijd overal in het centrum van de aandacht staat. Het is belangrijk dat je kind leert om het een ander te gunnen aandacht te krijgen. Dat leer je in een groot gezin ook. Ik kom uit een gezin met vier kinderen, bij ons deden we er als individu niet zo toe. Het ging om het geheel.’

Gaat de film je ook zo aan het hart omdat je iets van jezelf herkent in Bradley, het jongetje dat maar geen aansluiting vindt op school?

‘Nee, ik was zelf geen kind dat buiten de boot viel. Maar ik heb altijd al sterk meegevoeld met de underdog. Kinderen die het wat minder goed getroffen hebben in hun leven, die niet vanzelfsprekendheid altijd overal vooraan staan, met rijke ouders, mooie kleren en voortdurende steun, gaan me aan het hart.’

Hoe was het gezin waaruit je zelf komt?

‘Ik kom uit een eenvoudig milieu, we woonden in Dalfsen. Er waren bij ons thuis altijd wel struggles met geld. Ik droeg de kleren van mijn oudere nichtje en van mijn twee oudere broers. De kinderen uit mijn klas, die uit de VVD-gezinnen kwamen, zaten automatisch op hockey en tennis, wij zaten op voetbal. Ik maakte wel altijd van de nood een deugd. Zeker op de middelbare school, toen mijn ouders echt geen cent te makken hadden, dacht ik: laat ik er dan maar alternatief gaan uitzien, want dan lijkt het tenminste een keuze om geen nieuwe kleren te dragen. Dus ik verknipte en vermaakte het allemaal.’

Ilse Warringa 


 Beeld Bianca Pilet
Ilse WarringaBeeld Bianca Pilet

Bradley heeft last van woedeaanvallen, die kon jij als kind ook wel hebben, vertelde je broer. ‘We hebben extreem veel ruzie gemaakt, heel heftig. Twee broers tegen een zusje, dat enorm fel hapte’, zei hij.

‘Ja, ik zat er altijd vol bovenop. Op school was ik een beetje een verlegen kind, maar thuis moest ik mezelf verdedigen. Het is ook mijn temperament, die felheid zit er gewoon in, dat hebben mijn kinderen ook. Fel, snel verontwaardigd, gepassioneerd, gevoelig. Ik heb me er vaak schuldig over gevoeld, in mijn kelder heb ik veertig dagboeken liggen die ik vanaf mijn 7de heb geschreven en het thema schuldgevoel komt daarin steeds terug, maar bij mijn kinderen vind ik dat temperament nu een goede eigenschap. Want dat betekent dat je je verbindt met iets, je bent niet onverschillig. Het heeft er ook voor gezorgd dat ze direct zijn naar hun vrienden. Ik was als kind veel meer een pleaser. Ik ben er trots op dat ik dat niet op hen heb overgedragen. Zij hebben zelfvertrouwen genoeg om het gewoon te zeggen als ze ergens geen zin in hebben of iets niet leuk vinden, zonder bot te worden.’

Je broer zag je op de set aan het werk en vond het bijzonder om te zien hoe anders je ineens was. ‘Privé is ze soms bijna té kwetsbaar’, zei hij. ‘En nu hoorde ik haar heel resoluut zeggen: nee, dat is niet goed. Die kant van haar kende ik niet.’

‘Ja, dan ga ik er gewoon 100 procent voor. Dat heeft niets met assertiviteit te maken, maar puur met de drang dat als een verhaal verteld moet worden, ik geen genoegen neem met minder. Maar als ze thuis vragen wat we met de vakantie gaan doen, heb ik dat resolute helemaal niet. Wat zullen we doen? Ja god, waar hebben jullie zin in? Wat willen jullie? Mij maakt het niet zo veel uit, als we maar samen zijn.’

Vond je het nog spannend om deze film zonder Diederik Ebbinge te maken?

‘Ik ben ooit ook zonder hem aan de Luizenmoeder-televisieserie begonnen, hè? In 2012 begon ik met het schrijven van deze serie, al snel lagen de eerste drie afleveringen op tafel. Regisseur Jan Albert de Weerd en ik hebben de serie bedacht.’

Als ze na deze film zeggen: ‘We willen graag een derde seizoen van De Luizenmoeder’, zou je dat dan doen?

‘Ik heb nooit gezegd dat ik dat niet wilde. Toch schreven de media ineens: ‘De Luizenmoeder stopt.’ Wie heeft dat gezegd?’

Diederik Ebbinge zei dat hij ermee ging stoppen.

‘Ja, dus het is wel grappig om te zien hoe dat dan gaat. Ik dacht alleen maar: ik heb nooit gezegd dat we ermee gaan stoppen, vreemd dat de media dat niet aan mij vragen. Want er zijn maar twee mensen die daarover gaan, en dat zijn Jan Albert de Weerd en ik. Als wij met zijn tweeën zeggen: er komt een derde seizoen, dan komt er een derde seizoen. Het schoolplein is zo’n goede doorsnede van Nederland, er valt nog zo veel te vertellen en er is momenteel zoveel aan de hand om satire over te maken, dus ik sluit niks uit.’

‘Het is nog best een opgave in deze tijd om comedy te schrijven’, zei Rop Verheijen. Allerlei commissies kijken over je schouder mee of je grappen nog wel kunnen. Hij vertelde dat hij laatst bij je in de tuin zat en je bijna moest huilen. ‘Dat is mijn kern, als dat niet meer kan, dan houdt het dus op’, zei je.

‘Ja, ik weet waar dat over ging. Een vriend van ons is bezig met een jeugdtheatervoorstelling, en daarin wil hij een personage opvoeren met een Spaans accent. Toen hadden zijn collega’s gezegd: ‘Nee, dat kan niet meer. Een Spaans accent is kwetsend.’ Daar gaan mijn haren recht van overeind staan. Want wat is daar dan precies kwetsend aan? De uitleg was dat je iemand toch een beetje voor gek zet. En dat kinderen die bijvoorbeeld niet zo lang in Nederland wonen en gebrekkig onze taal praten, mogelijk gekwetst kunnen worden. Man, de weerbaarheid is momenteel echt ver te zoeken, hoor. Mensen voelen zich voortdurend persoonlijk aangevallen. Dan denk ik: waarom maken we onszelf nou toch zo belangrijk, wat nemen we onszelf toch ongelooflijk serieus. Als mensen grappen over mij maken, voel ik me júíst serieus genomen. Als je grappen over iemand maakt betekent het dat je de ander gelijkwaardig behandelt. En stigmatiseren, vooral lomp stigmatiseren, heeft ook een functie. Daardoor vergroot je dingen uit, gaan we om onszelf lachen, met al onze vooroordelen en onze krampachtige neiging om te doen alsof we die niet hebben. Dat geeft veel meer lucht dan wanneer je alles met fluwelen handschoentjes aanpakt. Benoem het gewoon.

‘In de culturele sector is diversiteit en inclusiviteit momenteel hét grote thema. Natuurlijk moeten we ons bezinnen of we geen blinde vlekken hebben, maar als je zelfs geen accenten meer mag doen, wordt alles eenduidig, vreugdeloos en saai. Humor en woke gaan gewoon niet samen. Humor gaat vaak om spelen met vooroordelen en stereotyperingen, en dat is precies waar de wokebeweging tegen strijdt. Nou, daar trek ik me zo min mogelijk van aan. Dat heb ik in deze film ook niet gedaan, ik word daar al snel woedend van.’

‘Dit wordt haar missie de komende jaren’, zei je vriend Rop Verheijen.

‘Ja, de barricades op. Ik neem humor serieus, het heeft als taak om vastgeroeste patronen te doorbreken. Op het moment dat je niks meer mag relativeren met humor, staan we met zijn allen stil. Ironie is ook zo’n uitstervend iets. Daar maak ik me grote zorgen over. Alles moet uitlegbaar zijn.’ Zet zoete stem op: ‘Maar wat bedoel je met die grap, Ilse? Neenee, ik wil weten wat je ermee bedoelt.’ Dat wordt zo vaak tegen me gezegd tegenwoordig. Dat is echt anders dan een paar jaar geleden. Ik speel vaak in het kinderprogramma Het Klokhuis mensen met een accent, maar ik vraag me af hoelang dat nog mag. De mensen achter de schermen zitten er steeds meer bovenop.’

Het lijkt een tegenovergestelde tendens van de ‘god voor ons allen, ik voor mezelf’-sfeer op school die je eerder schetste. Bij dit soort dingen is het ineens: o, pas op, straks wordt er iemand gekwetst.

‘De overlap is volgens mij dat mensen zichzelf als individu belangrijk maken. Daardoor kunnen mensen steeds minder hebben. Natuurlijk moeten we mild zijn naar elkaar, maar er moeten ook grappen over elkaar gemaakt kunnen worden. Want humor verbindt. Bij de satirische serie Nieuw Zeer (van Niek Barendsen, red.) waaraan ik meewerk en De Luizenmoeder kregen we van kijkers nooit de reactie dat ze zich gekwetst voelden, maar we moeten vooral blijven tonen dat je de ander de moeite waard vindt om grappen over te maken.’

Jort Kelder trok een tijdje geleden in Op1 heel even met zijn handen zijn ogen in een spleet toen het over Chinezen ging. Er ontstond meteen ophef. Hoe kijk jij daar tegenaan?

‘Ik zou zelf het spleetooggebaar niet maken, omdat ik weet hoe gevoelig het ligt, maar ik wil er wel een scène over kunnen maken. Dit zit ook in de film: er is een Chinees feest en Kim (Rian Gerritsen) komt verkleed als Chinees het schoolplein op. ‘Kim, dat kun je echt niet maken’, zegt haar vriendin Mel (Meral Polat). ‘Alsof alle Chinezen er zo uitzien.’ ‘Ja’, zegt Kim. ‘Chinezen zijn wel meer dan hun spleetogen’, zegt Mel dan. ‘Ja natuurlijk’, zegt Kim, ‘maar zo zien ze er toch uit?’ Dat vind ik goed kunnen, want veel mensen denken zoals Kim, en het ongemak en verwarring van zo’n situatie vind ik grappig.

‘Dat ze in Engeland een aflevering van Little Britain en van Monty Python offline hebben gehaald vanwege scènes die in deze tijd mogelijk racistisch kunnen worden opgevat, vind ik zo enorm kortzichtig.’

Ilse Warringa 

 Beeld Bianca Pilet
Ilse WarringaBeeld Bianca Pilet

Maar geldt daar niet hetzelfde voor als waar we het eerder over hadden, dat je je juist in die ander moet verplaatsen, de gevoeligheden van diegene moet leren begrijpen?

‘Natuurlijk, dat is belangrijk, maar je moet het wel in perspectief blijven zien. Mensen zijn nu zo bezig met ‘mijn identiteit’. Het zijn vooral navelstaartoneel, navelstaardocumentaires, en navelstaartelevisieseries die nu in zijn, de uitzondering wordt steeds meer de norm in plaats van op wat ons verbindt en waarin we elkaar herkennen.

‘Op veel plekken heb je genderneutrale toiletten, terwijl: ik wil als vrouw gewoon naar de vrouwen-wc en geen man naast me hebben staan pissen terwijl ik mijn lippen sta te stiften. Dat willen de meeste mannen ook niet volgens mij, die voelen zich daar ook hoogst ongemakkelijk bij. Ik ken een man die vrouw is geworden, en die zegt: ‘Ongetwijfeld goedbedoeld, maar ik wil helemaal niet naar een transgender-wc. Ben ik eindelijk vrouw geworden, dan wil ik ook naar het vrouwentoilet.’ Dat hele ge-‘hen’ ook. Dat we non-binaire mensen met ‘hen’ moeten aanspreken. In meervoud. Vinden ze dat echt prettig? Ik vind het zo vergezocht. Ik stel me dan zo’n commissie voor die dat bedenkt. Hoe zullen we ze eens aanspreken? Met ‘het’? Nee, nee, nee, dat is kwetsend. ‘Het’ is onzijdig. ‘Daar heb je wel een punt, zullen we dan ‘hen’ doen?’ Hen!? Wie verzint dat? Ik voel me een hen. Dat is toch juist dat afgezonderde? Dat voelt voor mij juist niet gemeenschappelijk, niet inclusief.’

Waarom is humor voor jou zo belangrijk dat je er emotioneel van wordt als je het gevoel hebt dat je bewegingsruimte dreigt te worden ingeperkt?

‘Ik ben er van jongs af aan in gespecialiseerd, denk ik. Wij namen elkaar vroeger thuis altijd de maat, waren elkaar altijd aan het relativeren. Niets kan mij zo ontroeren als dat je samen erg om iets moet lachen. Het is altijd de leidraad in ons leven geweest, zelfs met erge dingen. Dankzij de humor kun je het leven beter aan, omdat je even uitzoomt en er dan een wat lichtere kijk op hebt, doordat je de situatie weer van een afstandje kunt bekijken. Zodat je er nooit in verdwijnt, wat voor drama’s je ook meemaakt.’

Kun je een voorbeeld noemen?

Er valt een stilte. Dan, geraakt: ‘Mijn zusje heeft een kindje verloren. Dat is het ergste wat er kan gebeuren. Ik herinner me dat op een van die avonden dat ik bij haar sliep – want wij logeerden in die tijd veel bij haar – zij de opblaasbedjes naar boven haalde. Ik was die aan het opblazen toen ik met Gronings accent tegen haar zei: ‘Luister, wij doen nu heel veel voor jou, dus ik vind het best teleurstellend dat jij dit niet even voor mij opblaast. Ik bedoel, ik ben hier voor jou, ik help je, ik steun je, maar waarom blaas je dat bedje dan niet even voor mij op?’ Daar heeft zij toen, door alle tranen en drama heen, hard om gelachen. We hebben samen gek genoeg vaak de slappe lach gehad in die periode, dwars door onze tranen heen. Humor helpt. Het brengt lucht. Ook al zit je midden in een drama, midden in ellende. Dankzij een goede grap kan je hart even ademhalen.’

Cv Ilse Warringa

1 juni 1975 Geboren te Dalfsen.

1994-1996 Conservatorium Zang-Lichte Muziek.

1998 Artez Hogeschool voor de Kunsten.

1998-2007 Speelt o.m. bij jeugdtheatergezelschappen Stella Den Haag en Het Filiaal.

2003 Tweede in de finale van Cameretten, na Ronald Goedemondt.

2005 Oprichting Tg BloodyMary met Marije Gubbels en Lies Visschedijk.

2005-heden Actrice in en schrijver voor Het Klokhuis, rollen in talloze films en tv-series, stem in diverse tekenfilms, documentaires en luisterboeken.

2008-2020 Toren C.

2010 Oprichting cabaretduo met Niek Barendsen.

2012 Speelt in serie Groote Markt 30 bij RTV Oost. Op de set ontmoet ze Jan Albert de Weerd en ontstaat het idee voor De Luizenmoeder.

2012-heden Actrice in de ‘Welkom’-series van Niek Barendsen bij de NTR.

2018-2019 Actrice in en schrijver van De Luizenmoeder.

2018 Wint voor De Luizenmoeder een Gouden Kalf voor Beste Actrice in te- levisiedrama, de Zilveren Televizierster, de Zilveren Krulstaart voor beste scenario, de Nipkowschijf en Opzij Top 100 meest invloedrijke vrouw van Nederland in de categorie Cultuur.

2018-heden De TV-kantine.

2019 Actrice in Single Camping en Zwijnenstal (winnaar Zilveren Krekel).

2020-2021 Nieuw Zeer.

2021 Luizenmoeder – De Film is vanaf 28 juli in de bioscoop te zien.

Warringa woont in Amsterdam, is getrouwd en heeft een zoon (16) en een dochter (14).

Fotografie en kleding

Styling: Koen T. Hendriks (House of Orange), visagie: Bastien Zorzetto (House of Orange). Blazer en pantalon LaDress, top Samsoe & Samsoe via De Bijenkorf. Laarzen Toral via De Bijenkorf. Zonnebril Tom Ford.