Proefschrift toont volgens onderzoeker 'lager gemiddeld niveau' aan bij buitenlanders Psychologen twisten over intelligentie allochtonen

Zijn allochtonen gemiddeld dommer dan Nederlanders? Over die vraag - tot dusver taboe bij Nederlandse wetenschappers - is een controverse ontstaan onder testpsychologen....

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

AMSTERDAM

Volgens Te Nijenhuis pakken psychologische tests niet of nauwelijks nadelig uit voor kandidaten die niet in Nederland zijn geboren, zoals bij eerder onderzoek door het Nederlands Instituut voor Psychologen was gesuggereerd.

De Amsterdamse onderzoeker analyseerde hiervoor de testresultaten van achthonderd autochtone en dertienhonderd allochtone sollicitanten bij de Nederlandse Spoorwegen.

Hoewel de niet-Nederlandse sollicitanten daarbij gemiddeld duidelijk als minder intelligent naar voren kwamen, kan dat volgens de psycholoog niet aan de kwaliteit van de test worden toegeschreven. 'Het gemiddeld niveau van cognitieve vermogens in de groep allochtonen is lager dan het gemiddeld niveau in de groep autochtonen', concludeert hij.

De psycholoog sluit zich aan bij Amerikaans onderzoek dat zou hebben aangetoond dat allochtonen gemiddeld minder intelligent zijn dan autochtonen. In de Verenigde Staten onstond in 1994 grote commotie over het boek The bell curve van de wetenschappers Murray en Herrnstein, vanwege hun betoog dat blanke Amerikanen erfelijk over een grotere intelligentie zouden beschikken dan zwarte Amerikanen.

De promotie van Te Nijenhuis heeft echter niet iedereen overtuigd. Prof.dr. Y. Poortinga, hoogleraar cultuurvergelijkende psychologie in Tilburg, autoriteit op het gebied van testmethoden voor allochtonen en lid van de leescommissie van het Amsterdamse onderzoek, vindt dat Te Nijenhuis te verregaande conclusies trekt: 'Hij gaat mee met de Amerikanen die vinden dat minderheden voldoende gelegenheid hebben gehad zich aan te passen en dat hun intelligentie nu wel vastligt. Voorlopig blijf ik echter van het tegendeel overtuigd.'

Uitslagen van IQ-tests koppelen aan capaciteiten van minderheidsgroepen gaat volgens Poortinga helemaal te ver. 'Intelligentie wordt bepaald door de context. Dat betekent bijvoorbeeld dat je in een Turks bergdorp andere capaciteiten nodig hebt dan in een baan bij de spoorwegen.'

Ook Te Nijenhuis' voormalig collega en kamergenoot op de Vrije Universiteit, de arbeids- en organisatiepsycholoog drs. R. van den Berg, tevens directeur van het Nederlands Onderzoekscentrum Arbeidsmarkt en Allochtonen (NOA), bestrijdt de conclusies. De suggestie dat buitenlanders vaker werkloos zijn vanwege hun gemiddeld lagere intelligentie, noemt hij 'zeer dubieus'.

Lagere testscores van allochtonen van de eerste generatie worden vooral veroorzaakt door hun mindere 'schoolse vaardigheden', zegt hij. 'De leeftijd waarop iemand naar Nederland komt, is erg belangrijk. Wanneer de scholing vroeg op Nederlands niveau begint, heeft dat vrijwel zeker gevolgen voor de uitslag van dit soort tests. Te Nijenhuis weet van zijn onderzoekspersonen niet wanneer ze naar Nederland zijn gekomen.'

Het onderzoekscentrum NOA van Van den Berg ontwikkelde twee jaar geleden de Multiculturele Capaciteiten Test, die wel rekening zou houden met de obstakels die allochtonen bij psychologische testen ontmoeten. Kandidaten krijgen bijvoorbeeld vooraf een instructie of voorbeeld toegestuurd, waardoor ze zich beter kunnen voorbereiden. Ook is de test ontdaan van ingewikkelde begrippen en loopt de moeilijkheidsgraad van afzonderlijke items voor allochtonen en autochtonen gelijk op.

Delen van de test hebben in Indonesië, Afrika en India bewezen begrijpelijk te zijn voor andere culturen. Overigens scoren ook in deze multiculturele test eerstegeneratie-allochtonen gemiddeld iets slechter dan geboren Nederlanders.

Die verschillen verdwijnen wanneer dezelfde test wordt afgelegd door tweedegeneratie-allochtonen. Zij, zegt Van den Berg, hebben vanaf hun eerste kinderspeelgoed geleerd om test-achtige opdrachten uit te voeren.

Ook de vergelijking die te Nijenhuis maakt met Amerikaans onderzoek, gaat mank, meent de collega-onderzoeker. Daar zijn immers de resultaten gemeten van in Amerika geboren, Engels sprekende minderheidsgroepen. 'Terwijl voor eerstegeneratie-allochtonen in Nederland de cultuurverschillen veel groter zijn en hun taalbeheersing een stuk slechter is.'

Meer over