Praten mag niet, schieten wel

De linkse terreurbeweging uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is in de betere Duitse boekhandel goed voor een paar strekkende meters....

Sander van Walsum

De student Benno Ohnesorg was tijdens een demonstratie tegen de sjah vanPerzië door een nerveuze politieman doodgeschoten. En de radicalestudentenleider Rudi Dutschke was zwaar gewond geraakt bij eenmoordaanslag. Mede onder invloed van deze gebeurtenissen haddengeëngageerde jongeren hun toevlucht gezocht tot extreme strijdmethoden.Andreas Baader en Gudrun Ensslin hadden brand gesticht in twee Frankfurtsewarenhuizen 'omdat je beter warenhuizen kunt afbranden dan bezitten'.Berlijnse communeleden doodden de tijd met wilde fantasieën overbomaanslagen. Toen zij waren begonnen de daad bij het woord te voegen,waren ondergrondse 'stadsguerrilleros' al overgegaan op moord en doodslag.

De ontsporing van de protestbeweging heeft veel gewetensbezwaardeDuitsers bevestigd in het sluimerende wantrouwen jegens zichzelf: ze zijntot gewelddadigheid geneigd. Niet zozeer vanwege hun 'volksaard' - alsluiten de meest zelfkritische geesten ook dat niet uit - maar vanwege hetspecifieke karakter van hun nationale geschiedenis. De Duitsers zijngevangen in een historische duivelskring. De stadsguerrilleros zagen deBondsrepubliek als een voortzetting van het Derde Rijk met andere middelen.Deze perceptie diende als rechtvaardiging voor grof geweld.

Van de talrijke boeken die over de verdwaasde ideologen zijn verschenen,is Alois Prinz' biografie van Ulrike Meinhof (Lieber wütend als traurig)niet eens het beste. Het boek is stilistisch niet bijster aantrekkelijk.Het bevat geen persoonsregister. De auteur manoeuvreert zichzelf soms ophinderlijke wijze in beeld. En sommige nevenplots zijn onvolledig. Maar inéén opzicht onderscheidt het zich positief van de RAF-bibliografie(inclusief het onvolprezen Baader-Meinhof Komplex vanSpiegel-hoofdredacteur Stefan Aust): het geeft een overtuigende indruk vande ontwikkeling van een vredelievende, belezen en maatschappelijkgeëngageerde vrouw tot een hatelijke predikster van geweld. Door toedoenvan Prinz is Ulrike Meinhof een minder schimmige en eendimensionale figuurdan voorheen.

Op 14-jarige leeftijd had Ulrike Meinhof (1934-1976) beide oudersverloren. Haar stiefmoeder Renate Riemeck, de hartsvriendin van Ulrikesmoeder Ingeborg, had niet het gevoel dat zij buitengewoon onder de indrukwas van deze lotswending. 'Nu hebben we alleen jou nog', zei Ulrike nadatzij haar moeder had begraven. En zij ging, zo leek het, over tot de ordevan de dag.

Haar gedrag baarde Riemeck geen zorgen. Integendeel. 'Ik heb velebeminnelijke kinderen gekend', schreef de gepromoveerde germaniste later.'Maar geen van hen was zo innemend, zo inlevend, zo kwiek, maar ook zoaandachtig stil als Ulrike.' Het enige wat de stiefmoeder vreesde, was eengebrek aan sociale weerbaarheid. Ulrike had de onbedwingbare neiging zichover ontheemde konijntjes en hulpbehoevende klasgenootjes te ontfermen.Riemeck dichtte haar een onuitputtelijk vermogen toe om 'mee te lijden'.Een heel mooie karaktertrek natuurlijk. Maar Ulrike moest, aldus haarstiefmoeder, ook leren om voor zichzelf op te komen.

Op de middelbare school in haar woonplaats Oldenburg positioneerdeUlrike zich zelfbewust bij de avantgarde. Zij droeg zwarte kleren. Zijzocht het gezelschap van begaafde en hippe jongemannen. Zij kende hetoeuvre van Hermann Hesse, en schreef verhandelingen over deexpressionistische schilder August Macke. 'Haar geestelijke kwaliteitenrechtvaardigen hoop voor de toekomst', zo heette het in haareindbeoordeling.

Na de aanvang van haar studie pedagogiek aan de universiteit van Marburgvoltrok zich - aldus Prinz - geleidelijk de transformatie van 'onberadenSchöngeist naar politiek activiste'. Ze begon nog betrekkelijk dicht bijhuis: in de mensa van de universiteit, waar zij actievoerde tegen deberoerde kwaliteit van de geserveerde maaltijden.

Mede onder invloed van haar pacifistische stiefmoeder verruimde zij haarblikveld. Zij opponeerde tegen de herbewapening van de Bondsrepubliek, en - vooral - tegen de stationering van kernwapens. Daarbij beriep ze zich nognadrukkelijk op de Duitse grondwet die, aldus Meinhof, 'totaalvrijheidlievend en totaal antimilitaristisch is'. Met deze bekentenis totde geest van de Bondsrepubliek oogstte zij de hoon van haar linksebondgenoten. 'Zij is een typisch evangelisch blokfluitmeisje', oordeeldeeen van hen.

Zoals velen van haar generatiegenoten raakte zij - zoals het heette -vervreemd van de samenleving en de politieke elite. In haar geval werd dieontwikkeling krachtig bevorderd door 'de zelfverloochening' van deBondsrepubliek. Haar hoogste representanten ontvingen de Amerikaansevice-president Hubert Humphrey op de hoffelijkste wijze, maar tradengedecideerd op tegen activisten - 'hersendode samenzweerders', aldus Bild - die met een rookbomaanslag tegen de oorlog in Vietnam hadden willenprotesteren. In het opinieblad konkret commentarieerde Meinhof bitter: 'Hetgeldt als onkies om politici met pudding en kwark te bekogelen, maar hetis geoorloofd om dorpen weg te vagen.'

Voor haar was dit geen retorische truc, maar een uiting van haaroprechte vertwijfeling over de zondeval van de Bondsrepubliek. Dieontwikkeling werd gemarkeerd door de (onbestrafte) dood van Benno Ohnesorg,de moordaanslag op Rudi Dutschke, de noodwetten waarmee de staat zich tegenhet linkse gevaar meende te moeten verweren, de dubieuze bondgenootschappendie Duitsland was aangegaan, en de repressieve tolerantie waarin deoppositie verstrikt raakte.

In 1962 beleed Meinhof in konkret, waarvan zij enige tijd hoofdredacteurwas, nog haar geloof in het vreedzame verzet: 'Met wapens verandert men dewereld niet - men vernietigt haar slechts.' Acht jaar later was 'iedereenin uniform' voor haar 'een varken'. 'Het is verkeerd om met deze mensen tepraten. Maar er mag natuurlijk wel op hen worden geschoten.'

Op dat moment voerde Ulrike Meinhof Duitslands most wanted-lijst al aanvanwege haar betrokkenheid bij de gewapende bevrijding van Andreas Baader(waarbij een dode was gevallen). Om haar twee kinderen te behoeden voor de'burgerlijke opvoeding' waaraan hun vader, konkret-uitgever Klaus RainerRöhl, hen zou willen onderwerpen, had Meinhof hen naar een kamp vooraardbevingsslachtoffers op Sicilië laten overbrengen. Als Röhl dit niethad weten te verhinderen, zouden de twee meisjes uiteindelijk in een tehuisvoor Palestijnse weeskinderen - dat tevens dienstdeed als guerrillabasis - zijn geëindigd. Want Ulrike Meinhof zag zich op deze perfide wereld voorbelangrijker taken gesteld dan het moederschap.

Deze vreugloze taakopvatting bracht haar - ettelijke bankovervallen,autodiefstallen en politieke moorden verder - uiteindelijk in deStammheim-gevangenis bij Stuttgart. Hier pleegt zij op 9 mei 1976 zelfmoord- nog voordat er in haar strafzaak vonnis is gewezen. De laatste uren vanhaar leven heeft zij besteed aan de opstelling van een onleesbaar politiekmanifest. 'Het einde van een weggegooid leven is altijd tragisch',commentarieerde The Times.

Sander van Walsum

Alois Prinz: Lieber wütend als traurig - Die Lebensgeschichte derUlrike Meinhof Suhrkamp311 pagina's 9,-ISBN 3 518 45725 X

Meer over