InterviewNaeeda Aurangzeb

Politicus: ‘Loop je stage hier?’ Ik: ‘Nee, ik ben de presentator. Ik ga u zo interviewen.’

 Naeeda Aurangzeb Beeld Eva Roefs
Naeeda AurangzebBeeld Eva Roefs

Naeeda Aurangzeb (47), al jarenlang radio- en tv-maker, noteerde voor een boek de scènes die haar overkomen als gekleurde collega. Droog, erg geestig – en op den duur slopend: ‘Bij elkaar wordt het groot.’

Zomaar een van de 365 korte dialogen uit het boek 365 dagen Nederlander, voorzien van een nummer en verder alleen begeleid door een korte plaatsbepaling:

140, LEZING, DEN HAAG

Vier uur. Frits Bolkestein: ‘En u bent?’
Ik: ‘Naeeda Aurangzeb.’ We schudden elkaars hand.
Halfvijf. Frits Bolkestein: ‘U bent?’
Ik: ‘Eh... Naeeda Aurangzeb.’ We schudden elkaars hand.
Halfzes. Frits Bolkestein: ‘En wie bent u?’
Ik: ‘Ik heb mij al twee keer aan u voorgesteld.’
Frits Bolkestein: ‘Waarom geeft u mij geen hand? In ons land schudden we elkaar de hand.’

Bij de herinnering aan de drievoudige ontmoeting met de oud-politicus, in 2008, moet Naeeda Aurangzeb (47) eerst lachen. Net als de meeste gesprekjes uit het boek was ook deze situatie komisch, maar met een zwart randje. ‘Bij die derde keer stonden er vijftien mensen omheen, ineens voelde je de spanning: wat gaat hier gebeuren? Ik dacht: serieus, meneer Bolkestein, doet u dit nu echt, nadat we elkaar al twee keer de hand hebben geschud?’ Ze maakt een gebaar waarbij de handen voor haar borst worden gevouwen. ‘In mijn cultuur doen we het zo, zei ik: ik draag u in mijn hart. Nu ging ik hem echt geen hand meer geven.’

De dialoogjes, soms niet langer dan één of twee zinnen, gaan over afkomst en kleur. ‘Het gaat over de Nederlander die ik ben.’ Ze vinden plaats bij de bakker, de kapper of in het café, maar ook in de debatcentra waar Aurangzeb gesprekken leidde en vooral: in Hilversum. Daar belandde Aurangzeb uiteindelijk na een carrière die begon bij de Migrantenomroep Rotterdam. ‘Begin jaren zeventig kwam mijn vader met de trein van Pakistan naar Rotterdam, daar stond hij op de markt met stoffen die hij importeerde uit China. Ik studeerde communicatie en management en werd gevraagd voor de Migrantenomroep, later werkte ik bij Radio West en TV West. Ik zeg altijd: de journalistiek heeft mij gekozen, niet omgekeerd. Na drie jaar jongerenwerk in Amerika en Israël, waar ik werkte met kinderen uit landen die in conflict waren, werd ik gevraagd als presentator voor het tv-programma De Halve Maan, zo rolde ik Hilversum in. Daarna was ik op de NPO Radio presentator bij onder meer OBA Live en Bureau Buitenland en verslaggever voor Nieuws en Co.’

Een van de vele scènes uit Hilversum:

009, NTR WERKOVERLEG, HILVERSUM
Eindredacteur: ‘Je moet als radiopresentator een autonome persoonlijkheid hebben.’
Ik: ‘Oké...’
Eindredacteur: ‘Jij hebt vanuit je cultuur natuurlijk niet geleerd wat autonomie is. Dat wordt nog lastig voor jou.’

Naeeda Aurangzeb: ‘Dit werd tegen me gezegd toen ik drie programma’s per week presenteerde, allemaal live. De Halve Maan op tv en twee radioprogramma’s. Al jaren presenteerde ik op NPO Radio 5 en Radio 1, op goede tijdstippen. Hoe kun je dan niet autonoom zijn? Ik stond er versteld van dat mijn eigen eindredacteur zo naar me keek. En ik dacht: waar heb jíj ooit voor gevochten in je leven, wanneer heb jíj ooit voor de troepen uitgelopen?’

Hoe kwam je op het idee om al die korte scènes op te schrijven?

‘Ik vertelde vaak anekdotes aan vrienden, zowel gekleurde als witte. Korte verhaaltjes over wat ik meemaakte. Tot iemand tegen me zei dat ik ze sec moest opschrijven. Zonder toelichting of uitleg, gewoon noteren wat er gebeurde. Tijdens corona begon ik dat te doen en het werkte, het begon te rollen.’

Ze noemt een voorbeeld:

001, ROTTERDAM
Buurmeisjes Linda en Sandra: ‘Hi Naeeda, mogen wij jouw kleren lenen voor carnaval?’

‘Dat is toch grappig? Als kind vroegen twee buurmeisjes om mijn kleren voor carnaval. Het is bijna veertig jaar geleden en ik zie het nog voor me. Kennelijk maakte het indruk. In het boek staat ook een situatie met een biologielerares die tegen de hele klas zei: kijk allemaal even naar Naeeda, zij heeft een olijfkleurige huid, dit betekent dat ze mooi is in de zomer en lelijk in de winter. Zoiets blijft je bij. Tot een paar jaar geleden heb ik ieder jaar in de herfst gedacht: hè vervelend, het wordt winter, dan ben ik weer lelijk.’

Je bent gestopt in Hilversum.

‘Mijn programma-onderdeel in Nieuws en Co stopte. Daar maakte ik interviews in de Nieuws en Co-Bus. Ik dacht: wat wil ik nu? Als ik daar wilde blijven werken, moest het onder mijn voorwaarden en dat is niet mogelijk. In de jaren ervoor had ik me in Hilversum over oudere gekleurde collega’s altijd afgevraagd: waarom zijn ze zo moe? Nu was ik zelf die vermoeide oudere collega geworden.’

Waar was je zo moe van?

‘Ik heb mijn hele werkende leven in de media gezeten. Al die gesprekjes in Hilversum, die speldenprikjes: los van elkaar zijn ze klein, maar bij elkaar wordt het groot. Iedere keer is het een druppeltje gif in een glas schoon drinkwater. Van één druppel ga je niet dood, alleen word je wel ziek. Ik heb de gifbeker leeggedronken en nu is het tijd om te ontgiften.’

Daarom wilde je hierover schrijven?

‘Ik wilde dit boek helemaal niet schrijven, verre van zelfs. Het moest geschreven worden. Na een paar schrijfcursussen wilde ik boeken maken over de grote thema’s: intimiteit, vrouwelijkheid, spiritualiteit, het eeuwige geworstel met de liefde. Vooroordelen en racisme zijn niet de onderwerpen waaraan ik denk als ik achter de laptop ga zitten om te schrijven. Alleen merkte ik dat dit er eerst uit moest voor ik verder kon.’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Wat waren de voorwaarden waaronder je wilde werken?

‘In Hilversum is de ongeschreven regel dat de presentator zich bij ieder gesprek moet opstellen alsof die er niets van af weet. Ik mocht nooit van binnenuit werken en mijn eigen ervaringen meenemen. Ook niet als het ging over kleur, religie of het Midden-Oosten: onderwerpen waar ik zelf iets over te zeggen heb.

‘Ik zag toe hoe witte collega’s na een paar reizen, bijvoorbeeld naar Amerika, werden gebombardeerd tot Amerika-deskundige: kom maar door, hier is een podcast, wil je een reisprogramma? Bij gekleurde collega’s werkte dat heel anders, die worden niet op het schild gehesen. Onze expertise en specialisatie, waar vaak lang onderzoek aan vooraf ging, wordt gereduceerd tot het zijn van een ervaringsdeskundige, alsof het een soort hobby is. Dit heb ik overal gezien, bij mezelf en bij collega’s. Het gebeurde bij Bureau Buitenland van de VPRO en bij NOS Nieuws, NTR en Nieuwsuur. De specialisatie wordt tegen gekleurde journalisten gebruikt, zogenaamd om ons te beschermen. Dan wordt er gezegd dat je eens moet ophouden over die moslims en het Midden-Oosten, omdat je anders het stigma krijgt dat je over niets anders iets weet.

‘Als je iets meer weet over een bepaald onderwerp, kun je heel vervelende discussies krijgen. Een collega bij de NOS kwam ooit met het verhaal dat in Dubai wilde housefeesten werden gehouden, dat was verboden en spannend. Een gekleurde collega zei: dit gebeurt al twintig jaar, voor jóú is het nieuw omdat je het nu pas leest, dus kunnen we hier niet beter een gelaagder verhaal over maken? Uiteindelijk werd het gepresenteerd zoals de witte collega het wilde: alsof het een nieuwe ontwikkeling was. Zo ging het bijna altijd.

‘Ik word bedreigd door mijn familie en ze willen me allemaal dood hebben – dat mag, daarover horen ze graag in Hilversum. Maar wanneer je het aanvliegt vanuit een andere hoek, zoals: de brutaliteit die je tegenwoordig bij meiden onder hun hoofddoekjes vandaan hoort komen, dat is typisch Rotterdams of Haags – dat is ingewikkeld, daar horen ze minder graag over.’

032, VLAK VOOR LIVE-UITZENDING VAN TALKSHOW

Redacteur: ‘Het lijkt ons een goed idee als jij straks spreekt als ervaringsdeskundige, als Pakistaanse.’

Ik: ‘Ja, ik heb Pakistaanse roots, maar ik heb ingestemd met jullie uitnodiging om als journalist aan te schuiven.’

Redacteur: ‘Dat snap ik, maar jij hoeft geen inhoudelijke uitleg of politieke analyse te geven. Voor de inhoud hebben we Natalie Righton aan tafel. Het is mooi als jij de emotie inbrengt.’

Regisseur: ‘Ja, dat kan jij heel mooi, de emotie.’

‘Dit was voor een uitzending van Pauw. Het ging over een grote aanslag op een school in Peshawar en van tevoren voelde het als een thuiswedstrijd. De regisseur was mijn eigen regisseur bij De Halve Maan en Jeroen Pauw ken ik ook redelijk goed. Natalie Righton was op dat moment correspondent in Afghanistan. Ik had de hele dag gebeld met Pakistan om informatie te verzamelen en wilde daarover vertellen als professional, als specialist. Pas bij de visagie, vlak voor de uitzending, hoorde ik over deze rolverdeling.

‘Dit gebeurt overal met gekleurde Nederlanders. De gedachte is dat alleen een witte Nederlander de autoriteit kan zijn. Wij worden gereduceerd tot ervaringsdeskundigen die moeten vertellen over ons gevoel, over hoe erg een bepaalde situatie is voor onze mensen. Bij DWDD heb ik dit ook meegemaakt op de dag dat Bin Laden werd vermoord in Abottabad. Ik kom uit die stad, een maand eerder was ik er nog geweest.

‘In de uitzending zat ik aan tafel met Twan Huys en een paar andere mannen. Het werd weer duidelijk gemaakt dat ik alleen mocht vertellen over mijn familie, dan konden ze het blokje emotie afvinken. Daarna zat ik erbij terwijl de andere gasten begonnen te lachen over hoeveel de foto’s van een dode Bin Laden zouden opleveren. Ik dacht: dit laat ik me niet gebeuren, ik ben hier niet voor mijn one minute of fame.

‘Dus ik vertelde het verhaal waarvoor ik was gekomen: dat de War on Terror niet voorbij was, na de dood van Bin Laden gingen de aanslagen gewoon door. Na afloop stond de eindredacteur, een vrouw was dat, met overslaande stem tegen me te schreeuwen: jij houdt je niet aan de afspraken, jij komt er nooit meer in bij DWDD. Ik zei dat ik me niet wilde laten reduceren tot hoe erg het is voor mijn familie. Voor hij wegging liep Twan Huys nog langs me: sterkte met je familie.’

52, RECEPTIE STADHUIS, DEN HAAG

Onbekende vrouw: ‘Spreken ze bij jullie in Marokko ook Turks?’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Ik had ook een vooroordeel: ik dacht dat jij braaf was, niet zo scherp. Niet zo grappig ook.

‘Het is wie ik ben, maar wie ik niet kon zijn in Hilversum. De opzet was niet om grappig te zijn, ik schreef alleen op wat er gebeurde en dat was van zichzelf al komisch. Ik hou van spiegels voorhouden, in ieder gezelschap. Dat doe ik op een witte redactie en bij witte vriendinnen, maar ook in de jaren dat ik in Israël woonde, bij joden en bij mijn Palestijnse vrienden. Ik doe het bij mijn Pakistaanse familie als ze weer beginnen over mensen uit India.

‘Ik ben van de generatie van de bruggenbouwers: als ze ons in Nederland maar leren kennen, zullen ze vast van ons gaan houden. Met mijn eigen geld ging ik als tiener langs kerken door heel Nederland om te vertellen over de islam. Tot mijn broertje, die negentien jaar jonger is, een nakomertje, een keer aan me vroeg: waar gaat die brug van jou eigenlijk heen, denk je dat er iemand aan de andere kant op je staat te wachten?’

Waarom gaat het boek alleen over de vooroordelen van autochtone Nederlanders?

‘Toen ik begon, schreef ik ook over situaties met gekleurde Nederlanders. Want die zijn er zeker. Maar ik merkte dat het te nauw werd, te incrowd. Niet iedere Nederlander kent de nuances van hoe Pakistanen praten over mensen uit India en Bangladesh. En een belangrijker verschil: de Pakistaanse buurvrouw die niet wil dat jij trouwt met een jongen uit India – zij gaat niet over jouw stageplek of over de belastingtoeslagen. Hun racisme en vooroordelen hebben minder impact in Nederland.

‘Vorige week was ik op een bijeenkomst over Vluchtelingenwerk in Rotterdam. Daar vertelde ik over dit boek en al snel begon iedereen soortgelijke verhalen te delen. Na een paar minuten vroeg de enige witte vrouw in dat groepje of er in mijn boek ook nog iets áárdigs stond over Nederlanders. De tranen stonden bijna in haar ogen en dit was een vrouw die zelf net had verteld hoeveel vluchtelingen ze had opgevangen. Het boek is niet tegen haar bedoeld, het gaat mij om de rode draad die ik na al die jaren begon te zien.’

En dat is?

‘De generatie net boven mij, de Nederlanders die nu op belangrijke posities zitten, blijven toch als grondhouding hebben: jullie moeten dankbaar voor alle kansen die jullie krijgen in dit mooie land. Want in jullie eigen land was dit allemaal niet mogelijk geweest. Zij voelen het als verraad en ondankbaarheid wanneer ik mijn mening geef.

‘De rode draad die ik zag in al die anekdotes is superioriteit. De gedachte dat wij in Nederland slimmer, liberaler en gewoon béter zijn dan in andere delen van de wereld. Andere landen, laten we zeggen de zwarte landen en daar hoort Pakistan dus ook bij, worden gezien als warm, droog, vies en druk. De mensen die ervandaan komen hebben geen geld. En als ze dat wel hebben is het niet eerlijk verdiend. Het stuk land dat mijn ouders daar hebben, hun huis – daarover wordt automatisch gezegd: dat is natuurlijk minder waard dan het hier zou zijn. Hoezo? Waarom zo kortzichtig?’

008, NPO RADIO 1, VPRO

Politicus: ‘Loop je stage hier?’

Ik: ‘Nee, ik ben de presentator. Ik ga u zo interviewen.’

Politicus: ‘O...’

‘Ja, dat was een Tweede Kamerlid. Misschien zie ik er iets jonger uit, maar toen hij dat vroeg was ik 45. Wat voor stage zou ik dan nog moeten lopen? Het zit er heel diep in: jij moet dankbaar zijn dat jij in dit land op de radio mag komen. De vijfde generatie van immigrantenkinderen komt er nu aan hè, wanneer worden die gezien als Nederlanders?’

027, DEBAT, DELFT

Onbekende uit het publiek: ‘U heeft hier in Nederland een grote mond, maar in Iran was u onthoofd.’

‘Op die toon wordt vaak gesproken. Zo van: durf je dit ook in Saoedi-Arabië te doen? Daar woon ik niet, ik woon hier. Ik dacht dat ik een volwaardige Nederlander ben, die vanuit passie en bevlogenheid commentaar mag geven op mijn land. Je kritische mening geven, dat is alleen weggelegd voor de échte Nederlanders. Ik vind het heel naar om dat hardop te zeggen, het voelt niet fijn. Maar het is wel zo.’

Na een korte stilte: ‘De wereld wordt gezien als een decor. Een collega in Hilversum ging ooit op reis naar India en klaagde: overal religie en tempels daar, zo vermoeiend. Heel Nederland staat vol kerken en musea gevuld met christelijke kunst. Waarom lukt het hier niet om het grotere geheel te zien? Nederigheid wordt gezien als een vies woord en daarom zijn wij het niet. Nederlanders zien zichzelf als nieuwsgierig naar andere culturen, maar zijn ze dat werkelijk? Of is het alleen betweterigheid?’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

In het boek staan veel dialogen over wel of niet alcohol drinken, wel of niet vasten tijdens de ramadan en wel of niet varkensvlees eten.

‘Voor alledrie geldt: als je het niet doet is het niet goed en als je het wel doet is het ook niet goed. Het zou niet in mij opkomen om aan een witte vriend te vragen waarom hij wél uitgebreid Kerst gaat vieren bij zijn ouders terwijl ik weet dat hij níét gelovig is. Ik weet dat er duizend verschillende soorten christenen zijn. En dat het heel goed mogelijk is om te hechten aan Kerst terwijl je nooit naar de kerk gaat. Waarom kan omgekeerd niet worden bedacht dat er duizend verschillende soorten moslims zijn? Waarom moet ik mij voortdurend verantwoorden over waarom ik wel of juist niet een glas wijn wil? Of een glas water overdag tijdens de ramadan. Waar bemoei je je mee?

‘Een ander belangrijk deel van die superioriteit: pas wanneer ergens een wit stempel op is gezet, dan bestaat het. Waar denken wij aan bij een yogadocent? Een blonde dunne vrouw in een yogabroek. Niet aan een Indiaas vrouwtje in een sari. Ik kom uit Pakistan, de bakermat van het mediteren. Een vriend zei tegen me: nee, ik bedoel het échte mediteren, daarvoor moet je deze app downloaden. Serieus?’

084, BLOEMIST HAARLEMMERSTRAAT, AMSTERDAM

Eigenaar: ‘Wij verkopen alleen maar dure bloemen.’

Ik: ‘Eh...’

Eigenaar: ‘Wij verkopen dus geen goedkope bloemen. Dan weet u dat.’

‘Ik ging terugkijken en zag hoe venijnig die superioriteit overal in zit. Van de bloemist tot de dokter en van mijn beste vriendinnen tot mijn hoofdredacteur bij de radio. Dat wilde ik laten zien. Natuurlijk heb je overal op de wereld racisme, maar ik denk dat het superioriteitsgevoel niet overal zo groot is. En ik wilde laten zien hoe het op de ene plek schadelijker is dan de andere.

‘Bij de bakker of de bloemist is één ding, maar een docent op een school hoort voor een veilige omgeving te zorgen voor alle leerlingen. Journalisten moeten eerlijk verslag doen van het nieuws. Dokters moeten goede medische zorg verlenen. Politici horen er te zijn voor alle burgers. Wanneer het op al die plekken zit, heb je een probleem. Hilversum wordt de Linkse Staatsomroep genoemd. Ze zullen daar vast tegen racisme en voor Black Lives Matter zijn, maar het gaat niet om links of rechts. Hoe kijk je naar de ander? Doe je dat met dezelfde gelaagdheid als waarmee je naar je eigen mensen kijkt?’

044, JONGERENBIJEENKOMST OVER DE POLITIEK, DELFT

SP’er na te veel drank: ‘Geef nou maar toe, die joden zijn toch ook niet te vertrouwen?’

Ik: ‘Pardon?’

SP’er: ‘Jij bent toch moslim? Geef het maar toe, jij denkt er ook zo over.’

‘Dit heb ik overal gehoord: van Kamerleden, ambtenaren, mensen met wie ik debatten voorbereidde en van mijn hoofdredacteur in Hilversum. Een gesprek dat begint met hoe erg de situatie in Israël is en binnen drie zinnen ben je bij joden die overal de macht hebben en de Tweede Wereldoorlog naar zich toe trekken terwijl anderen net zo goed hebben geleden. Omdat ik moslim ben gaan ze ervan uit dat ik ook een antisemiet ben, dat ze vrij kunnen praten.’

Kun je na dit boek nog terug naar Hilversum?

‘Ik hou van de journalistiek, de mensen die daar werken voelen als mijn familie. Mijn angst is dat ze het boek negeren, zo gaat dat meestal. Dat zou ik heel jammer vinden. Het mooiste zou zijn als ze zeiden: Naeeda, kom, dan kijken we samen hoe dit beter kan. Niet alleen voor mezelf, maar voor alle jonge gekleurde mensen die daar nu werken. De mensen die in de gangen of de lift naar me toe komen om te vertellen wat ze is overkomen. Voor hen is die ervaring nieuw, ik heb het al honderd keer eerder zien gebeuren.’

Naeeda Aurangzeb: 365 dagen Nederlander. Uitgeverij Pluim, 376 pagina’s, € 19,99.

365 dagen vrouw

Bij het schrijven van 365 dagen Nederlander merkte Naeeda Aurangzeb dat een deel van de scènes ging over hoe ze als vrouw tegemoet wordt getreden. ‘Ik schreef die dialogen op en bedacht later dat ze eigenlijk niet over mijn kleur gingen. Het ging over dat ik een vrouw ben. Die stukken heb ik eruit gehaald, ik ben ze nu aan het uitbreiden. Dat boek gaat heten: 365 dagen vrouw. Het verschijnt in oktober.’

Meer over