ColumnIbtihal Jadib

Plaats mij in een grote winkel en ik loop rond als een verdwaalde toerist in Mumbai

Ibtihal Jadib Beeld
Ibtihal Jadib

De aanschaf van voedingsmiddelen mag een alledaagse klus heten, het blijft een uitdaging de boodschappen tijdig in huis te halen. Misschien had ik een universitaire graad in de logistiek moeten verkrijgen want hoe ik het ook organiseer; mijn melk is altijd op wanneer ik pannenkoeken wil bakken. Of dan heb ik wel aan de melk gedacht, maar niet aan de eieren. Mijn man ergert zich kapot aan mijn tochtjes van de poelier naar de bakker en de kaasboer, heen en weer fietsend met m’n mand vol peuzelwaar. Zelf rijdt hij liever met een vrachtwagen naar de groothandel om inkopen te doen alsof we een jaar moeten onderduiken. Ik zie daar het voordeel wel van in, heus, maar ik kan het niet opbrengen. De aardigheid van een mooie Franse knoflook tegenkomen verdraagt zich nu eenmaal niet met het concept efficiëntie.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik ook niet anders kán. Noem het een rare kronkel in m’n bovenkamer, maar plaats mij in een grote winkel en ik loop rond als een verdwaalde toerist in Mumbai. De meest hopeloze versie van mijzelf zult u aantreffen in een Franse hypermarché; ik heb daar eens een door wanhoop gedreven lachstuip gekregen bij de aanblik van 30 strekkende meter aan yoghurtbakjes.

Nu schijnt het tegenwoordig zo te zijn dat al wat er mis is in de wereld en in onszelf afgeschoven kan worden op onze (voor-)ouders. Zo ook in dit geval; de schuldige aan mijn boodschappeninefficiëntie is namelijk niemand minder dan mijn oma. Gedurende onze zomervakanties in Marokko moest ik als kind meerdere keren per dag boodschappen voor haar doen bij de winkel naast ons huis. Ik schrijf ‘winkel’ maar het was meer een hok. Een wonderbaarlijk hok, want binnen die paar luttele meters werd álles verkocht wat een mens bedenken kan. Van kruiden, etenswaren en wasteiltjes tot schoolspullen, pannen, gasflessen en bezems. Ik sluit niet uit dat je daar ook terechtkon voor raketonderdelen, maar daar vroeg m’n oma nooit om. De winkelier noemden we trouwens moel pisri, een verbastering van l’épicier, en was altijd op de hoogte van nieuwtjes uit de wijk. Wel zo gezellig.

De dagen bij mijn oma verliepen ongeveer als volgt. Zij was bezig iets te koken of te maken, bedacht halverwege het proces ineens dat ze nog een ingrediënt of voorwerp miste en brulde dan vanuit (meestal) de keuken dat ik naar moel pisri moest. Die gaf me het gevraagde mee zonder gedag te zeggen want hij wist dat ik binnen het uur zou terugkeren. Behalve het verbluffend ruime assortiment was ook de wijze van inpakken opvallend. Komijn, paprikapoeder en zonnebloempitten bijvoorbeeld werden verpakt in volgeschreven blaadjes uit een schoolschrift. De kruidenier scheurde zo’n vel eruit, draaide er een strak hoorntje van en goot de inhoud er behendig in, zonder morsen. Eieren verpakte hij ook in gebruikt schriftpapier, maar die vouwtechniek was rommelig omdat een ei zich nou eenmaal niet goed laat inpakken. De kruidenier had uiteraard ook tasjes die hij meegaf als ik handen tekortkwam. Dat waren van die doorzichtige plastic tasjes zoals we die hier kennen van de groente- en fruitafdeling, alleen waren deze paars gekleurd. Daarnaast had de kruidenier nog speciale, zwarte tasjes. Die gaf hij alleen wanneer ik maandverband had gekocht. Zo’n zwart tasje was weliswaar ondoorzichtig, maar iedereen wist meteen wat erin zat.

Meer over