Het eeuwige leven

Peter Hofstede (1924-2021), een kleurrijke Groninger die de toekomst zag en vijf keer trouwde

Zijn broer was de hofnar van de economie, hij de pias van de sociologie.

Peter Hofstede. Beeld
Peter Hofstede.

Hij zou de bedenker zijn van de term vertrossing, hoewel niemand het zeker weet. ‘Alleen ken ik geen ander die zich het begrip heeft toegeëigend’, zeg ex-omroepcoryfee Nico Haasbroek over mediasocioloog Peter Hofstede. ‘Vergehaktballing’ was een van zijn andere termen voor het inruilen van informatie en educatie voor amusement in omroepland.

Hofstede was altijd goed voor een scherpe quote of gevatte opmerking. Over de EO zei hij: ‘Dat is geen omroep, maar een elektronische kerk, die wordt gerund door een haast fundamentalistisch gezelschap dat een koekoeksei in het bizarre Nederlandse omroepbestel heeft gelegd’.

Zijn vorig jaar overleden broer, organisatiepsycholoog Geert Hofstede, noemde zichzelf ‘de hofnar in economenland’. Peter hing ook graag de pias uit. Op zijn laatste kerstkaart stond hij afgebeeld als kerstman, compleet met rode puntmuts en baard, met de tekst: ‘Welke omissies vertoont ons politieke stelsel, dat de rechten van de burgers decennialang genegeerd konden worden? Hoe kan dit gerepareerd worden?’

Hofstede overleed 30 januari in zijn boerderij De Schatsborg in het dorpje Leermens, in het epicentrum van het Groningse aardbevingsgebied, waar hij met zijn echgenote Ingrid Mortiers het leven vierde. Hier ligt hij ook begraven in de richting van de boerderij zodat hij ‘Ingrid in de gaten kan houden’. Met haar was hij veertig jaar samen. Daarvoor was hij nog vier keer getrouwd; uit die huwelijjken zijn drie kinderen voortgekomen. ‘Hij heeft hard gewerkt en heftig geleefd’, zegt Mortiers.

Peter Hofstede werd geboren in Haarlem als een van de drie kinderen van ingenieur Gerrit Hofstede - naast broer Geert had hij ook nog een oudere zus Rita. Hij begon na de oorlog als medewerker van het Haarlems Dagblad en het Rotterdamse Algemeen Dagblad, wat hij combineerde met studies rechten en sociologie. Daarna werd hij rijksambtenaar bij de emigratiedienst. In 1964 promoveerde hij op de dissertatie Thwarted Exodus, over het na-oorlogse emigratiebeleid.

Vervolgens raakte hij betrokken bij oprichting van de Filmacademie in Amsterdam en de School voor Journalistiek in Utrecht. In 1967 werd hij hoofd van de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek in Hilversum. Zelf maakte hij voor de Ikon (toen nog Ikor) een aantal baanbrekende documentaires Tot onze diepe droefheid, over de dood, en Het gezin is geen torpedojager over het generatieconflict. In het Gooi genoot hij de reputatie van bon-vivant, boulevardier en bourgondiër. Ondanks zijn fascinatie voor religie was hij eigenlijk agnost . ‘God blijft een hypothese’, zei hij in 1969 in Het Parool.

Niettemin werd hij in 1971 benoemd tot hoogleraar godsdienstsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vanuit het noorden bleef hij zich bemoeien met de politiek en de media en bestookte hij het land met visies en quotes. ‘Hij had een speelse omgang met de Nederlandse taal en voorzag ontwikkelingen ver voordat anderen die zagen’, zegt Ingrid. Jarenlang was hij als Stuurman aan Wal columnist van het Nieuwsblad van het Noorden. Nico Haasbroek: ‘Zijn boerderij zat stampvol boeken, beesten, eten en drinken, muziekinstrumenten, een biljart en een tv-toestel waarop beelden uit de hele wereld waren te zien. Op die plek ontstonden idiote ideeën, er werd enorm gelachen, maar ook gehuild en ruziegemaakt. Peter behoorde tot de mensen van wie je het extra erg vindt dat ze er niet meer zijn.’

Meer over