Columnarthur van amerongen

Pensioen heb ik niet, in het beste geval mag ik over zes jaar om mijn schamele AOW’tje bedelen

null Beeld

Toen ik nog jong en aanstootgevend knap was, kwam ik regelmatig bij Willem Alferink over de vloer. Deze volle neef van kardinaal Alfrink had de homoseksualiteit uitgevonden en verbeterd en was tevens helderziende. Leen Jongewaard en Adèle Bloemendaal rekende hij tot zijn beste klanten.

Als die twee heerlijke Mokumers niet bij Willem thuis zaten te beppen, belden ze hem continu op voor paragnostische adviezen.

Op zijn etage tegenover de Stopera in Amsterdam stond de drank altijd klaar. Terwijl Willems artistieke clientèle vals roddelde over het hoofdstedelijk variété, maakte ik snaaks de jeneverflessen soldaat.

Eens begon het medium licht te hijgen – ik had een korte broek aan – en fluisterde: ik zie een oude man op je schouder. Het is een engel die je altijd beschermen zal. Maar wat is dat nou toch? Jakkes, allemaal paarse en zwarte vlekken op je lijfje!

De aidsepidemie was uitgebroken – homokanker, noemde Willem het – en kaposisarcoom tierde welig in de scene. Met stille trom verliet ik de borrelseance, want ik geloof niet in engelbewaarders, kabouters, laven en regenboogeenhoorns.

null Beeld Gabriël Kousbroek
Beeld Gabriël Kousbroek

Ook mama was met de helm geboren. Zo voorspelde ze dat ik de 60 niet zou halen.

Enfin.

Ik moest aan Willem denken tijdens een medronhoproeverij in de heuvels bij Odemira. Een daar aanwezige Nederlandse drinkebroer die trouw mijn columns leest, maakte zich zorgen over mijn levensstijl en het dientengevolge onvermijdelijke lichamelijke en geestelijke verval. Daar had Andries een goed punt en juist daarom pluk ik de dag. Mijn moeder zei vaak: wie dan leeft, wie dan zorgt, er valt geen musje van het dak zonder de wil van de hemelse Vader, Tuurtje.

Het goede mens had zo een groothandel in tegeltjeswijsheid kunnen beginnen.

Mama noemde mij vaak een flierefluiter en een luchtfietser, een soort Johnny Depp in Arizona Dream, begeleid door In the Death Car van Iggy Pop.

Pensioen heb ik niet, in het beste geval mag ik over zes jaar om mijn schamele AOW’tje bedelen.

Ik maak mij hoogstens zorgen over een TIA. Dan kan ik niet meer schrijven en zit ik zonder inkomen. Gelukkig heb ik sinds kort een peperdure Portugese ziektekostenverzekering, de vijftien jaar daarvoor was ik onverzekerd.

So far, so good, mama. Mijn levensdroom was te eindigen in een huis aan het strand in een warm land, met een lief, honden, geiten, kippen, varkens en fruitbomen. Dat is gelukt. De honden heb ik, de buurman heeft de kinderboerderij.

Misschien had die lieve Willem toch gelijk, met zijn engelbewaarder.

Meer over