Papon vastgezet in afwachting van rechtszaak

Onder luid protest heeft Maurice Papon zich dinsdagmiddag om vijf uur gemeld bij de gevangenis van Gradignan, onder de rook van Bordeaux....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

En voor de voormalige minister Papon is geen uitzondering gemaakt, ook al is hij 87 jaar, heeft hij hartklachten, en gaf hij gisterochtend nog een communiqué uit waarin hij zijn proces 'voorgekookt' noemde, 'een maskerade' en 'een rechtstaat onwaardig'.

Vandaag begint om half twee dan eindelijk voor de rechtbank van Bordeaux de zaak tegen Maurice Papon, beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid, preciezer van verantwoordelijkheid voor de deportatie van 1560 joden vanuit Bordeaux naar het 'doorgangskamp' Drancy bij Parijs. Papon was in de periode 1942-1944 secretaris-generaal van de prefectuur van Bordeaux, en uit dien hoofde verantwoordelijk voor 'joodse kwesties'.

Nog voordat het proces is begonnen, heeft deze zaak de emoties doen oplaaien, en niet alleen vanwege de gruwelijkheid van het ten laste gelegde. Na de oorlog kon Papon zijn ambtelijke bliksemcarrière moeiteloos voortzetten. Hij werd prefect van Corsica in 1947, twee jaar later prefect van Constantine in Algerije. In 1958 haalde De Gaulle hem naar Parijs om politieprefect van de hoofdstad te worden kort nadat de Vijfde Republiek haar beslag had gekregen.

In dezelfde maand dat de generaal De Gaulle Papon zijn opdracht had gegeven: 'Houd Parijs', slaagde de laatste erin zijn 'brevet' als verzetsman te krijgen, dank zij een legerkapitein die later als kletsmajoor werd ontmaskerd. Papons verzetsdaden: het waarschuwen van joodse gezinnen voor razzia's; bescherming bieden aan de opperrabbijn van Bordeaux; maatregelen om het transport naar het kamp van Drancy menselijker te laten verlopen. Maar geen van deze daden werd vorig jaar door de rechter-commissaris geloofwaardig bevonden.

Papon was politieprefect tijdens de periode van grote spanningen in verband met de Algerijnse vrijheidsoorlog. In 1961 demonstreerden de Algerijnen van het FLN, die in Algerije tegen de Fransen vochten, vreedzaam in Parijs. De politie opende het vuur op de Pont de Neuilly over de Seine. Een onbekend aantal Algerijnen vond de dood; zeker is dat de lijken wekenlang uit de Seine werden opgevist. Een jaar later vonden kwamen negen personen om tijdens een demonstratie tegen de OAS, de Franse revanchisten die het verlies van Algerije niet konden verkroppen. De verantwoordelijkheid van Papon werd opnieuw gedekt door De Gaulle.

Maar Papon moest vertrekken als politieprefect na de ontvoering op klaarlichte dag van de Marokkaanse oppositieleider Ben Barka, in oktober 1965. Twee Parijse politiemensen bleken direct bij de affaire betrokken. Het duurde even, maar Maurice Papon kwam terug. Eerst in 1968 als afgevaardigde voor de gaullistische partij UDR, en in 1978 uiteindelijk als minister in de regering van president Giscard d'Estaing.

Papon was minister toen in 1981 werd onthuld dat hij een kwalijke rol had gespeeld tijdens de oorlog. Hij organiseerde zelf een 'ere-jury' van vijf voormalige verzetslieden die zich over zijn ondergrondse verleden zou buigen. Die jury bevestigde Papons verzetsverleden, maar zei er meteen bij dat Papon 'heeft moeten overgaan tot daden die ogenschijnlijk tegengesteld zijn aan het idee dat de jury heeft van eervol'. Papon werd erkend als verzetsman, maar had volgens de jury wel in 1942 moeten aftreden. Enig spoor van spijt vertoonde Papon nooit, tot zijn verklaring van gistermorgen aan toe.

Door zijn carrière tijdens én na de oorlog, schreef de bekende essayist Alain-Gérard Slama onlangs in het weekblad Le Point, 'is via Papon een heel oude Frans-Franse strijd weer leven ingeblazen: jong tegen oud, het volk tegen de bourgeoisie, de burgermaatschappij tegen de staat, de veelkleurige democratie tegen de unitaire republiek - om kort te gaan: links tegen rechts.'

Het proces zal vermoedelijk wel drie maanden duren. De eerste weken zullen worden besteed aan het horen van een aantal historici - tamelijk bijzonder en even omstreden - om de context van het collaborerende Vichy-bewind en de anti-joodse wetten toe te lichten. Daarna komt de rol van Papon in de prefectuur van Bordeaux aan de orde. Eind oktober komt de zaak tot de kern: de verantwoordelijkheid van de aangeklaagde bij de deportatie van 1560 joden. Daarna de vraag wat Papon al of niet wist over het lot van de joden, wat hij had moeten en kunnen doen om mensenlevens te redden. De pleitredes beginnen omstreeks 5 december. Het proces eindigt op z'n laatst op 23 december.

Meer over