Papon ontroert jury en wordt weer hard

De zaal houdt de adem in als Maurice Papon opstaat voor het slotwoord. De hand met de uitgeschreven rede trilt, de stem klinkt hoog en afgeknepen, als staat de 87-jarige op het punt in snikken uit te barsten....

MARTIN SOMMER

Van onze correspondent

Martin Sommer

BORDEAUX

'Het koude monster dat men heeft geprobeerd te schilderen, is in het hart geraakt.' Zo begint hij, zichtbaar aangeslagen door de dood van zijn vrouw Paulette, die na 66 jaar aan zijn zijde vorige week donderdag werd begraven. 'De dood is een schandaal, schreef Camus terecht. Er is nog een ander schandaal - dit proces.'

'Op dat moment emotioneerde Papon de jury echt,' zal maître Jakubowicz, de raadsman van de Israëlitische gemeente en de Franse B'nai B'rith in het proces, na afloop in de hal zeggen. Hij heeft levenslang gevraagd voor 'medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid' - de deportatie van 1560 joden uit Bordeaux en omgeving. 'Papon had de jury naar zijn kant kunnen buigen. Maar kort daarop werd hij weer zichzelf, een blok graniet.'

Eerder die dag beweert Papon dat de 'eis van het Openbaar Ministerie van twintig jaar voor mijn vrouw de genadeslag was'. Dan wint de stem aan kracht en wordt zichtbaar dat deze 87-jarige zijn hele leven heeft gesproken in hoge staatsfuncties - te beginnen in Bordeaux, waar hij op 32-jarige leeftijd secretaris-generaal van de prefectuur was, verantwoordelijk voor 'Joodse Zaken'. Hij striemt de 'mediatieke terreur' waaronder dit 'valse proces' gebukt is gegaan, de 'manipulaties', de 'leugens, beledigingen, de infamie'.

Geen spoor van twijfel over zijn eigen rol in de ambtenarij onder het collaborerende Vichy-regime. 'Aftreden zou synoniem geweest zijn met lafheid, middenin de strijd.' Geen twijfel over zijn onschuld. 'Ik heb maître Lévi (ook raadsman van een 'partie civile', red) uitgedaagd één handtekening onder het bevel tot één konvooi te tonen.' De rede wordt pathetisch waar Papon verwijst naar Kafka's roman Het Slot en zichzelf vergelijkt met de hoofdpersoon Jozef K. 'Waarom ik? Ik ben de aangewezen schuldige. Een noodzakelijk symbool. Niet de man is schuldig maar de mythe waaraan lang is gewerkt.'

Hij eindigt zijn verhaal op de verongelijkte toon die hem gedurende het hele proces eigen is geweest. De toon van een leraar die de domheid van zijn leerlingen moe is, en die hem het afgelopen half jaar niet geliefder heeft gemaakt. Mocht hij veroordeeld worden wegens misdaden tegen de menselijkheid, zegt Papon, dan 'ben ik een absoluut monster, vergelijkbaar met Hitler en Pol Pot. Want een schuld van 30 procent of 60 procent, dat bestaat niet. Het is alles of niets, en als het alles is, dan voltrekt zich hier een groot onrecht dat nog jaren zal naklinken, een echo van de affaire-Dreyfus die Frankrijk meedraagt als een gevangene zijn ijzeren bal.'

Veertig minuten heeft Maurice Papon gesproken. Voor het hek van het Paleis van Justitie demonstreren de Zonen en Dochters van de Gedeporteerde Joden van Frankrijk (FFDJF). Jeanine Josette is een van hen en zij heeft haar woede maar nauwelijks onder controle. 'Geen woord van spijt, hij was als God uit de hoogte. Niet een klein eerbetoon aan de vermoorde joden.'

Meteen na het slotwoord van Papon leest de president van het Hof de procedure voor. Volgens het Franse strafrecht delibereren de negen juryleden samen met president Castagnède en zijn twee assessoren over het vonnis. De president zit het debat voor, maar heeft geen stemrecht. De jury, geloot uit de kieslijsten van het departement, moet via overleg en stemming het antwoord geven op 764 vragen. Daarna spreekt de jury volgens haar 'persoonlijke overtuiging' het schuldig of onschuldig uit. Zonder motivering.

In Bordeaux gaan de juryleden elke dag naar huis, waar in de krant, op televisie en wie weet in het gezin de debatten over Papon voortwoeden. En dan is er nog de aanwezigheid van de president van het Hof, die met zijn expertise en zijn magistratelijke gewicht de debatten aanzienlijk kan sturen. 'Castagnède is integer, maar hij duwt wel sterk', zegt maître Lévi in de wandelgangen.

De jury staat voor een zo goed als onmogelijke keuze - die Papon ze tijdens zijn rede inwreef en die ook al bleek uit de eis van het Openbaar Ministerie: 'misdaden tegen de menselijkheid' zijn de zwaarst denkbare misdrijven, waarvoor levenslang in het boekje staat. De eis van twintig jaar voor Maurice Papon impliceert al dat de procureur-generaal niet helemaal zeker van zijn zaak was. Hij zei in zijn requisitoir ook dat Papon géén Touvier, géén Barbie, géén Bousquet is geweest.

Levenslang, of twintig jaar, voor een 87-jarige man die zijn vrouw vorige week heeft begraven? Voor een misdrijf van 53 jaar geleden, waarvoor weinig tastbaar bewijs is aangedragen, dat niet is begaan met aantoonbare kennis van de Endlösung? 'Ze kunnen onmogelijk aankomen met twee jaar, of vijf jaar', zegt een advocaat. 'Dat krijg je voor doorrijden na een ongeluk.'

Meer over