POSTUUMJan Blaauw (1928 - 2020)

Oud-commissaris Jan Blaauw: een lieve, keiharde en innemende misdaadbestrijder

Hij fietste 1285 kilometer naar een FBI-congres, schreef zestien politieboeken en groeide uit tot een van de grootste misdaadbestrijders van Nederland. Maandag overleed oud-politiecommissaris Jan Blaauw op 92-jarige leeftijd.

Oud-hoofdcommissaris van de Rotterdamse politie Jan Blaauw in 2009. Beeld Arie Kievit
Oud-hoofdcommissaris van de Rotterdamse politie Jan Blaauw in 2009.Beeld Arie Kievit

‘Ik pleitte voor werkkampen voor voetbalvandalisten. Iedereen viel over me heen, want werkkampen hoorden bij de Tweede Wereldoorlog. Ik zei: Beste Kamerleden, trek een ME-uniform aan en loop eens mee bij een risicowedstrijd.’

Jan Blaauw was een markante persoonlijkheid. De maandagochtend overleden oud- hoofdcommissaris van de Rotterdamse politie nam in interviews geen blad voor de mond. ‘Men verweet mij dat ik een law-and-order-figuur zou zijn. Helemaal waar, wet en orde zijn me lief. Mag het alstublieft? Maar law-and-order was een vies begrip, vooral in de linkse politiek.’

De 92 jaar geworden diender werd in 1950 agent bij de gemeentepolitie Rotterdam, in een tijd dat voetbalvandalisme, de portofoon, het kogelwerend vest en pepperspray nog moesten worden uitgevonden. Typemachines waren schaars, een proces-verbaal schreef je met een kroontjespen en rechercheren leerde je gewoon van een collega.

Origineel en onverveerd

Hij groeide uit tot een van de grootste misdaadbestrijders van Nederland. ‘Jan Blaauw reorganiseerde de recherche tot tweemaal toe, om rechercheurs klaar te stomen voor de zware, georganiseerde misdaad’, zegt politiewetenschapper Cyrille Fijnaut, die als inspecteur een cursus bij zijn collega heeft gevolgd. ‘Jan Blaauw was origineel en onverveerd. Origineel in zijn aanpak en agendering van de zware criminaliteit, onverveerd omdat hij nergens voor terugdeinsde, ook niet toen vertegenwoordigers van het grootschalige, illegale gokcircuit in Het Vrije Volk lieten optekenen dat Blaauw moest stoppen met zijn onderzoek, omdat hij anders ergens ingemetseld zou worden teruggevonden.’

Blaauw schopte het in 1990 tot hoofdcommissaris. Hij viel op door zijn originaliteit en doortastendheid. Als inspecteur bij de Kinder- en Zedenpolitie in Rotterdam-Zuid benaderde hij eens het actualiteitenprogramma Achter het nieuws voor een opsporingsbericht op tv, als ultieme poging om een kindermoord opgelost te krijgen. Het werd de voorloper van het huidige programma Opsporing Verzocht. In 1971 was hij de eerste Nederlandse politieman die na een opleiding in Amerika het FBI-diploma kreeg uitgereikt, waarna hij geregeld zijn leermeester memoreerde: ‘Elke moord went, behalve die op een kind.’

Na zijn pensionering schreef hij zestien boeken over het politiewerk. In 2004 ging de toen 76-jarige Jan Blaauw op de fiets naar een FBI-congres in het Noorse Lillehammer, een tocht van 1285 kilometer, ‘want fietsen is gezond’. De Nijmeegse Vierdaagse liep hij steevast elk jaar.

Advocaat van het Jaar

En hij kreeg, als eerste niet-jurist, in 2002 de prijs voor Beste advocaat van het Jaar voor de herziening die hij samen met Peter R. de Vries bewerkstelligde in de Puttense moordzaak, waarvoor Herman du Bois en zijn zwager Wilco Viets zeven jaar ten onrechte vast zaten.

‘Over Jan kun je eigenlijk alleen maar in clichés praten’, zegt misdaadjournalist Peter R. de Vries. ‘Bij hem zijn die clichés ongelofelijk waar. Wat Jan typeerde was zijn liefde voor de politie, maar hij was er ook kritisch op. Je ziet vaak dat politiemensen de mindere kanten van de politie verdoezelen, omdat die het beeld van de organisatie aantasten. Zo was Jan niet. Van rotte appelen in de mand moest ie niets hebben. Daar kon hij hard tegen optreden, en dat maakte hem zeer gerespecteerd. En hij had ook een zeer innemende kant, vraag maar eens aan Anja du Bois.’

Anja du Bois, de vrouw van de ten onrechte veroordeelde Herman, herinnert zich ‘een vaderfiguur’: ‘Ik was heel jong toen die gerechtelijke dwaling ons overkwam. Meneer Blaauw – zo noem ik hem altijd – had zich helemaal in Hermans zaak vastgebeten, hij en Peter hebben echt voor ons geknokt. Een heel lieve man. Hij belde me in die tijd vaak, soms gewoon alleen maar om me te troosten of moed in te spreken. Hij eindigde het gesprek altijd met: ‘Hou vol meid, het komt goed.’

Meer over