Eeuwig levenOtto Louw 1946-2021

Otto (‘Ot’) Louw werd de Johan Cruijf van de filmediting genoemd

Hij won een Gouden Kalf en werkte onder meer voor Van Kooten en De Bie.

Otto Louw. Beeld
Otto Louw.

‘Vandaag is de laatste dag van mijn 75-jarig leven. Het coronavirus heeft m’n longen opgevreten, zodat ik niet meer zonder beademing kan. En zonder beademing kan je niet leven. Dus einde verhaal.’

Op 21 januari waren dit de laatste gesproken woorden van Ot Louw op zijn Facebookpagina. Een dag later overleed hij. Hij werd de Johan Cruijff van de filmediting genoemd. Hij was een van de beste in het vak, iemand met ‘ontwapenende humor’ en ‘morsig uiterlijk’, aldus zoon Erik.

Hij stond jarenlang – ‘montage Ot Louw’ – op de aftiteling bij het Simplistisch Verbond van Van Kooten en De Bie. Hij zou meer dan vierhonderd documentaires en speelfilms monteren, onder meer voor regisseur Maria Peters (Sonny Boy, Tasjesdief), Theo van Gogh (Baby Blue), Steven de Jong (Spaak, Kameleon) en Rita Horst (Iep!, Pietje Bell). Zijn boodschap was niet alleen gericht aan collega’s uit de film- en televisiewereld, ook aan boekenmakers, filatelisten, bierliefhebbers en levensgenieters. Want dat waren de andere werelden waarin hij verkeerde.

Hij werd als Otto Louw geboren in Koog aan de Zaan, waar zijn vader Jo Louw in de crisisjaren dertig was begonnen met een winkel in huishoudelijke luxe-artikelen, later ook kunstobjecten en stoffen. Ot was het derde kind. ‘Een naoorlogs cadeautje’, zegt zijn vrouw Marian Ris. Op het Zaanlands Lyceum maakte hij met de 8mm-camera van zijn moeder zijn eerste film Afscheid, over de verplaatsing van de school. Ook maakte hij fotoreportages op bruiloften, die anders waren dan de romantische fotoshoots van professionals.

Met het hbs-diploma kon hij naar de Filmacademie, voor een opleiding montage & geluid. In 1968 kon hij daardoor als dienstplichtig militair aan de slag bij de foto- en filmdienst van de marine. Vervolgens werkte hij bij Film- en Televisiewetenschap in Utrecht, voordat hij begin jaren zeventig in Bussum aan de slag kon bij het productiebedrijf van de NOS, schuin tegenover Studio Irene. Hij werkte voor Het Gat van Nederland, en kwam daardoor in contact met Van Kooten en De Bie. ‘Hij deed hun uitzendingen tot Keek op de Week. We hadden drie kinderen en hij wilde niet elk weekend werken en heeft toen zijn aandacht verlegd naar andere langere producties’, aldus Marian.

Inmiddels was hij in 1985 samen met twee collega’s zijn eigen montagebedrijf begonnen, Het Materiaal – ‘de naam was verzonnen door Kees van Kooten’. In 1988 nam hij een Gouden Kalf in ontvangst voor de documentaire De Wording van regisseur Cherry Duyns. Hierin werden vijf kunstenaars (Hans van Manen, Carel Visser, Reinbert de Leeuw, Armando en Ida Gerhardt) gevolgd van een idee naar de voltooiing van een kunstwerk. Zelf ontving hij in 1992 een Gouden Kalf, Vakprijs Montage. Regisseur Rita Horst zei op zijn uitvaart: ‘Als ik na de draaidagen doodvermoeid met het materiaal bij hem aanklopte, was hij voor mij de eik, diepgeworteld en niet omver te blazen.’ In 2010 stopte hij met Het Materiaal.

‘Maar hij ging gewoon door, achter zijn laptop’, zegt Marian. Hoewel hij in ’t Gooi woonde, bleef hij zijn geboortegrond trouw. Hij maakte een jubileumboek over het 140-jarig bestaan van het Zaans Lyceum en een documentaire over de teloorgang van de Zaanse familiebedrijven.

Begin vorig jaar kreeg hij kanker. Die leek onder controle, totdat hij getroffen werd door het coronavirus. Na drie dagen ziekenhuis werd hij opgenomen in een Covid-herstelcentrum in Hilversum. Daar kwam hij niet meer uit.

Meer over