Organisator van verwoestende aanslagen

Noordin M. Top..

Michel Maas

JAKARTA De Maleisiër Noordin M. (Mohammed) Top voelde zich in zijn eigen land niet veilig. De ex-accountant was lid van Jemaah Islamiyah, een radicale organisatie die streefde naar de vorming van een Islamitische staat in Zuidoost-Azië. Na 11 september 2001, de dag van de aanslag op het World Trade Center in New York, pakte de Maleisische overheid radicale moslims op en vluchtte Top naar Indonesië. En daar deed hij wat hij in Maleisië niet kon doen: samen met een groep medestrijders van Jemaah Islamiyah begon hij een terreurcampagne die het land jarenlang in zijn greep heeft gehouden.

Top was de financier, de ‘moneyman’ van de beweging. Hij organiseerde de fondsen voor de bomaanslagen en regelde volgens de politie ook geld van Al Qaida. Een van de mannen die samen met hem Maleisië ontvluchtten, was Azahari Husin, een in Engeland geschoolde ex-docent aan de universiteit van Johor in Maleisië. ‘Dr.’ Azahari was het technische brein van het terreurgroepje dat zij om zich heen verzamelden. Hij fabriceerde de bommen, Top maakte de plannen en zorgde dat die werden uitgevoerd.

De eerste aanslag die zij samen uitvoerden, was meteen de grootste: de aanslag op een café en een discotheek op Bali in 2002. Daarbij vielen ruim 200 doden, onder wie 4 Nederlanders. Verder wordt Top verantwoordelijk gehouden voor de aanslagen op het Marriott-hotel in Jakarta (2003; 12 doden onder wie 1 Nederlander), de Australische ambassade in Jakarta (2003; 11 doden), en opnieuw twee cafés op Bali (2005; 26 doden).

Na die aanslag werd het stil. Er waren berichten dat Jemaah Islamiyah uiteenviel, en de gewelddadige strijd zou afzweren. Noordin Top was het daarmee niet eens en begon zijn eigen splintergroep. ‘Dr.’ Azahari werd in 2005 gedood, maar Top wist de politie altijd één stapje voor te blijven en met succes onder te duiken op Java.

De aanslag van 17 juli dit jaar kwam als een verrassing. De gecombineerde aanslag op twee hotels in Jakarta doodde 9 personen, inclusief de twee zelfmoordenaars, en schudde Indonesië wakker. Wat volgde, was een klopjacht die uiteindelijk succes heeft opgeleverd. Vrijwel alle daders van de aanslag zijn uiteindelijk, bij diverse acties, gedood.

Top, die altijd weigerde zich over te geven, schoot met zijn pistool op de agenten, tot hij dodelijk gewond in elkaar zakte. In het huis vond de politie 200 kilo springstof. ‘Klaar om te worden gebruikt’, stelde het hoofd van de politie, Bambang Hendarso Danuri. ‘Wij weten zeker dat zij een nieuwe aanslag voorbereidden, wij weten alleen niet wat het doelwit was.’ Hij noemde de namen van drie nog voortvluchtige mannen. Drie mogelijke opvolgers van Top, als leider van de terreurgroep. ‘De jacht op Top is voorbij’, aldus Danuri, ‘maar ons werk gaat door.’

Meer over