reportage

Op weg naar Tokio met paralympisch zwemkampioen Marc Evers, de man die ‘nooit iets zou kunnen’

null Beeld Cliff van Thillo
Beeld Cliff van Thillo

Toen Marc Evers 2 jaar was, kregen zijn ouders te horen dat ze het beste een inrichting voor hem konden zoeken. Het liep anders. Evers (30) is uitgegroeid tot Nederlands grootste Paralympisch zwemkampioen. Eind augustus gaat hij voor de derde keer naar de Spelen, in Tokio. Bijna had hij er niet gestaan.

Het is 12 juli en Marc Evers (30) uit Hillegom krijgt bij baan 4 in het Amerena zwembad te Amersfoort van zijn hoofdcoach Sander Nijhuis een briefje met opdrachten. Marc kijkt ontspannen naar de oefeningen (series rugcrawl, schoolslag, soms met snorkel en soms met zoomers – kleine zwemvliezen) waarmee hij de puntjes op de ‘i’ moet zetten voor zijn aanstaande deelname aan de Paralympische Spelen in Tokio. Hij knippert een paar keer met zijn ogen alsof hij de opdrachten zo beter kan onthouden en maakt het papier nat om het bij wijze van spiekbrief net boven de waterrand aan de zwembadmuur te plakken.

Zo op het eerste gezicht zie je niet waarom Evers bij de Paralympische zwemploeg hoort. Hij is lang en gespierd, kan al zijn zintuigen gebruiken en mist in tegenstelling tot sommige teamgenoten geen ledemaat. Marcs handicap is onzichtbaar, want die bevindt zich ‘tussen zijn oren’. De wedstrijden tijdens de Paralympische Spelen zijn ingedeeld in klassen zodat iemand die bijvoorbeeld blind is, het niet hoeft op te nemen tegen iemand die een been mist. Evers is ingedeeld in klasse 14, voor mensen met een verstandelijke beperking (zie kader). Zijn iq komt net als bij de anderen in die klasse niet boven de 75 punten uit. Al heeft hij ten opzichte van de anderen wel een éxtra handicap omdat hij ook een autismespectrumstoornis heeft. Marc zal in Tokio voor de derde keer aan de Spelen deelnemen. Na meerdere nationale, Europese en wereldtitels, goud en brons op de Spelen in Londen (2012) en goud, zilver en brons bij die van Rio de Janeiro (2016) is hij Nederlands grootste Paralympische zwemkampioen. Het is zijn droom om het nóg een keer voor elkaar te krijgen: de snelste te zijn en wéér met een gouden medaille om op het erepodium te staan.

Hier aan de rand van het zwembad staat een jongen die inmiddels is uitgegroeid tot een ervaren topsporter van wereldformaat, zegt ook zijn coach Nijhuis: ‘Hij kent zichzelf beter, weet wat hij kan verwachten en dat heeft hij voor op de moordende concurrentie van de jonge garde.’

Marc maakt zijn armen nat en doet het zwarte mondkapje af dat hij sinds het begin van de coronacrisis haast religieus is blijven dragen. Om te voorkomen dat hij ondanks een dubbele vaccinatie toch nog het virus oploopt dat zijn prestaties dubbelop kan beïnvloeden, en ook omdat het kapje tijdens de Spelen in Tokio verplicht zal zijn tot aan het startblok. ‘Ik hou het op’, zegt Marc er later over, ‘want ik moet zo veel mogelijk gewenning hebben als ik daar in Japan aan de start verschijn. Dat hoort bij mijn autisme. Het moet vooraf allemaal duidelijk zijn. Oefenen, oefenen, oefenen, zodat ik straks juist níét hoef na te denken, anders gaat het mis.’

Routineus springt hij in het water en zet de motor van zijn lijf aan om een paar uur heen en weer door de baan te ploegen, uit het zwembad te komen en zijn mondkapje weer op te zetten. ‘Tot morgen’, roept hij opgetogen naar coach Nijhuis.

Marc, plat!

null Beeld Cliff van Thillo
Beeld Cliff van Thillo

Als Marc het zwembad achter zich laat, valt het op dat hij op zijn tenen naar het kleedhok loopt, een mogelijk kenmerk van autisme dat hij al sinds zijn jeugd vertoont. Als zijn familie nu in het zwembad aanwezig zou zijn geweest, hadden ze in een reflex ‘Marc, plat!’ naar hem geroepen. Maar vader Frank is druk met boekwinkel The Readshop en zijn tabakszaak in het centrum van Hillegom. En moeder Gitty zit even met haar zus in Spanje om in hun gehuurde appartementje meer van het leven te genieten. Dat zij er niet zijn, dat Marc hier zelfstandig zijn gang gaat, dat hij zo in zijn auto zal stappen om naar zijn Amersfoortse appartement te rijden, daar voor zijn eigen avondeten te zorgen, is, als je ze daarnaar vraagt, welhaast een wonder.

Totdat Marc een maand of tien oud was, verliep zijn ontwikkeling voorspoedig – hij had al zijn eerste woordjes gezegd – maar toen hij zijn eerste stappen begon te zetten, hield dat praten op en kregen zijn ouders steeds moeilijker contact met hem. Daarna kreeg hij problemen met zijn ontlasting en begon hij het uit te gillen van de pijn in zijn buik. Ze bezochten meerdere specialisten die vergeefs allerlei medicatie voorschreven. ‘Het was alsof ze ons als ouders niet serieus namen, niet naar ons luisterden’, zegt Gitty. Zijn ouders kwamen bij een huisarts uit die wel naar hen luisterde, die hen geloofde toen ze zeiden dat de medicijnen niet werkten. Hij gaf penicilline en Frank en Gitty pasten Marcs dieet aan. ‘Marc knapte op, maar zijn gedrag veranderde niet. We kregen zo moeilijk contact met hem.’

Ze drongen aan op doorverwijzing naar een specialist. De psychiater van het Spaarneziekenhuis keek een uurtje naar hoe Marc reageerde als er een spelletje werd aangeboden, naar hoe hij liep, en zich verder gedroeg. ‘Hij zei dat Marc autistisch is en hij vermoedde dat er sprake was van een verstandelijke beperking’, zegt Frank. ‘Daarna voorspelde hij dat Marc nooit zou kunnen praten, fietsen, zelfstandig naar het toilet zou kunnen gaan of tegen een bal zou kunnen trappen. Hij zei: ‘Zoek maar een plek bij een dagopvang van een instelling.’’ Zijn uitspraak kwam keihard aan. ‘Omdat hij ons alle hoop op een mooie toekomst voor ons kind afnam’, zegt Gitty. ‘En dat allemaal gebaseerd op één uurtje observeren!’ Maar Frank en Gitty legden zich er niet bij neer.

De woede over het ‘vonnis’ van de psychiater werd een motor voor Frank en Gitty: zij wilden een toekomst voor hun zoon waarin niet naar zijn beperkingen werd gekeken, maar naar zijn mogelijkheden. Ze zochten eindeloos naar de juiste mensen, begeleiders, en leeromgeving en met resultaat: Marc maakte mondjesmaat vorderingen. ‘Hij liep ver achter op de ontwikkeling van zijn leeftijdsgenoten’, zegt Frank. ‘Maar wij zagen een jongen die steeds verder afkwam van dat horrorbeeld dat die psychiater had geschetst en dus een steeds beter leven kreeg.’ Marc begon woordjes te zeggen die eerst onverstaanbaar waren maar waarin steeds duidelijker ‘papa’, ‘mama’ en ‘oma’ te horen waren. En hij werd zindelijk. ‘Toen hij eenmaal begreep dat hij op de wc moest poepen, ging hij op elke wc’, zegt Frank. ‘Ook in de showroom van de badkamerspecialist.’

Kikker-vliegtuig-potlood

Vanwege een wat groezelige sloot achter het kinderspeeltuintje vlakbij hun huis, dachten Frank en Gitty dat het goed zou zijn om Marc met zwemles kennis te laten maken. Want wat als hij, op een onbewaakt moment in die sloot terecht zou komen?

In Zwembad De Lis in Lisse werd iedere zaterdag een zwemuurtje voor verstandelijk gehandicapten georganiseerd en Marc kon er een-op-een-begeleiding van een vrijwilligster krijgen die hem heel langzaam aan het water liet wennen, telkens een beetje dieper en langer. Uiteindelijk leerde ze hem met beeldtaal enkele zwemslagen. Toen ik in 2015 een boek scheef over Marc Evers, lichtte zwemlerares Marloes Kortekaas haar systeem met kikker-vliegtuig-potlood aan me toe: ‘Als hij in het water eerst met zijn benen een kikker nadoet (knieën naar buiten, voeten naar binnen), daarna een vliegtuig (voeten naar buiten bewegen tot vleugels) en dan een potlood (de benen dichtslaan), heeft hij de beenslag te pakken.’

Vanaf Marcs 9de nam het zwemmen een vlucht. Hij kon in het diepe meekomen met de schoolslag, de rugslag, de borstcawl en ook watertrappelen lukte. Hij haalde zijn A-diploma, had meer dan genoeg vaardigheden om zich in de sloot achter het speeltuintje te kunnen redden, en omdat hij een uitlaatklep in het zwemmen vond, lieten Frank en Gitty hem doorgaan voor zijn B- en zijn C-diploma. En omdat ze zich hadden voorgenomen dat ze alles waar Marc in kon groeien, een kans zouden geven, zochten ze daarna een zwemvereniging.

Zo kwam het dat het hele gezin Evers voor het kampioenschap van de Bollenstreek 2004 op de tribune plaatsnam van het zwembad in Lisse om de eerste wedstrijd van de dan 13-jarige Marc bij te wonen. Ze hadden er weinig verwachtingen van, ook omdat alle leeftijdsklassen en verstandelijke handicaps het tegen elkaar opnamen.

Maar bij het startsein kikker-vliegtuig-potloodde Marc alsof zijn leven ervan afhing, tikte als eerste aan en zocht trots de ogen van zijn ouders. De familie Evers joelde uitzinnig. Frank en Gitty zagen in dat dit iets was om door te zetten, dat Marc hier met de juiste begeleiding en de juiste aansporing misschien weleens verder in zou kunnen komen.

Ze staan er nog altijd versteld van hoe vér hun zoon het uiteindelijk heeft geschopt.

null Beeld Cliff van Thillo
Beeld Cliff van Thillo

Het tegendeel van de voorspelling

Na de winst tijdens de Paralympische Spelen van 2012 in Londen werd hij gehuldigd in Hillegom en mocht hij met de ploeg op audiëntie bij Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, wat na de winst in Rio vier jaar later nog eens werd overgedaan. Marc werd ook ambassadeur bij de Nederlandse Vereniging voor Autisme om aandacht te vragen voor de relatie tussen zwemmen en autisme. Uit onderzoek is gebleken dat de beweging en het water een positieve uitwerking op de ontwikkeling van een kind met autisme kunnen hebben omdat het de hersenen stimuleert.

Ook buiten het zwembad lukte het Marc om de psychiater zijn ongelijk te bewijzen. Hij haalde zijn rijbewijs (wat volgens Amerikaans onderzoek slechts één op de drie mensen met autisme lukt, nog zonder de extra handicap van een laag iq) en Frank en Gitty vonden een woning voor hem, dichter bij het trainingszwembad én zelfstandig. Volgens het Nederlands Autisme Register woont slechts 5 procent van de mensen met autisme en een verstandelijke beperking zelfstandig of met een partner, de rest woont thuis of in een instelling. Marc woont zelfstandig zónder partner, al kan hij nog niet zonder de supervisie en hulp van zijn ouders. Zij regelen zijn verzekeringen en bankzaken en zodra er paniek is, omdat bijvoorbeeld zijn deur is verzakt en hij plots zijn huis niet in kan, is het zijn vader die een slotenmaker belt omdat Marc geen idee heeft waar te beginnen.

De vraag hoe het na het zwemmen moet, komt soms voorzichtig op, en wordt dan vrij snel weer de kop ingedrukt. Want Evers’ leven bestaat uit zwemmen en niets meer dan dat. Iedere dag draait om wanneer wat te eten en wanneer welke training te doen en daarna te gaan slapen. Behalve zijn familie bezoeken in het weekend, doet Marc weinig sociaals, maar dat maakt hem niet uit. Hij ziet het als een uitwas van zijn autisme dat hij zich volledig aan zijn sport kan wijden. Hij heeft baat bij de dagelijkse routine en verder prikkelloze tijdsbestedingen. De vraag is of er straks, als het professioneel zwemmen erop zit, een andere routine kan komen waar hij net zoveel plezier uit haalt. ‘Ik zou niet weten wat ik dan moet gaan doen’, zegt Marc. ‘Ik heb de hele wereld gezien, ik woon op mezelf en ik verdien geld met zwemmen. Misschien kan ik wel in de winkel van mijn vader gaan helpen? Maar of ik dan op mezelf kan blijven wonen...’ Vader Frank kapt die gedachtegang af. ‘Eerst zijn er de Spelen. Wat heb je eraan om je nu druk te maken over later?’

Wat nu

null Beeld Cliff van Thillo
Beeld Cliff van Thillo

Toch kwam de ‘wat nu’-vraag op 5 december 2018 ineens heel dichtbij. Die ochtend stuurde Marc een whatsapp-bericht aan zijn vader: ‘Ik wil stoppen. Het is voor mij klaar. Ik geloof niet meer dat het goedkomt.’ Het had Marc de grootst mogelijke moeite gekost om het te verzenden. Van de Spelen in Rio de Janeiro waarbij hij drie medailles won, was hij met verschijnselen van overspannenheid teruggekomen, waarna hij toch aan een nieuwe trainingscyclus begon in voorbereiding op Tokio. De druk die hij op zichzelf legde om harder te gaan, weer te bewijzen dat hij niet die jongen was die de psychiater in hem had gezien, was zo immens geworden dat hij door de bomen het bos niet meer zag.

Frank appte hem terug: ‘Ben je helemaal gek geworden!’ Daarna belde hij Marc: ‘Je zult spijt krijgen als je er nu op deze manier mee stopt. Je hebt alles al bereikt. Het moet natuurlijk ook leuk blijven, maar je verdient het om je sportcarrière waardig af te sluiten. Niet zo. Er moet wel iets gebeuren, ik ga vragen of je een sportpsycholoog kunt krijgen.’

Alleen al het versturen van het berichtje aan zijn vader had Marc zo opgelucht dat hij een paar dagen later opgetogen aan de start van het Nederlands Kampioenschap verscheen. Het lukte ook om een sportpsycholoog te vinden. ‘Ze zei: ‘Je doet te veel’’, zegt Marc. ‘Dat begreep ik niet. Want ik krijg bij elke training een blaadje. Wat daarop staat, doe ik, want het staat op papier. En anderen doen dat ook. Maar zij zei: ‘De druk is te hoog. En door jouw autisme heb je altijd al enorme druk. Die moet eraf. Kijk niet naar de anderen. Jij hoeft niet altijd alles te doen.’’

Zo had Marc het nog niet bekeken: ‘Ik besprak dat met mijn trainer, we voerden het door en ineens ging alles weer goed. Door meer ontspanning op te zoeken, begon ik juist beter te zwemmen, vond ik het plezier in mijn sport weer terug.’ Tijdens dat Nederlands Kampioenschap zwom hij een PR, een persoonlijk record. ‘Ik had alles al gewonnen – wereldtitels, goud op de Spelen – maar toen ik mijn vader belde om over dat PR te vertellen, moest ik huilen. Nog altijd als ik ‘5 december’ of ‘2018’ ergens zie staan, krijg ik de rillingen, zo’n zwart moment was dat. Maar ik heb mezelf daarmee ook het grootst mogelijke Sinterklaascadeau gegeven, want het was een geweldige levensles en ik kon weer dóórzwemmen.’

Op 31 juli is Marc met het Paralympisch team naar Belek in Turkije vertrokken voor een laatste trainingskamp en om vast aan de warmte te wennen die er in Japan ook zal zijn. Van daaruit zijn ze doorgevlogen naar Tokio.

Frank en Gitty namen op Schiphol afscheid van hun zoon. De woorden die zijn vader tegen hem sprak toen hij er in 2018 mee wilde stoppen, zaten nog in Evers’ achterhoofd: ‘Door in Tokio aan de start te verschijnen en je nog één keer helemaal te geven, sluit je je carrière waardig af.’

‘Dat is wat ik ga proberen,’ zei Marc tegen hem. ‘Dan heb ik er echt alles aan gedaan.’

Van Ivo van Woerden verscheen in 2015 het boek The great Marc Evers: de ­kampioen die nooit iets zou kunnen.

Zwemmen tijdens de ­Paralympische Spelen

Zwemmen is een van 22 de sporten tijdens de Paralympische Spelen die dit jaar van 24 augustus 2021 t/m 5 september worden gehouden in Tokio. Er zijn veertien categorieën bij het zwemmen, die worden aangeduid met een nummer: 1 tot 10 verwijst naar een lichamelijke handicap (bijvoorbeeld een amputatie van een ledemaat), 11 tot 13 verwijst naar een visuele handicap en 14 is voor een verstandelijke beperking. Voor de cijfers staan letters die verwijzen naar de slagen. De vrije slag, vlinderslag en rugslag krijgen de letter ‘S’, de wisselslag ‘SM’ en de schoolslag wordt aangeduid met ‘SB’.

Doordat elke categorie zijn eigen wedstrijden heeft, zijn er tijdens de Paralympische Spelen veel meer wedstrijden dan bij de reguliere Spelen.

Op 25 augustus zal Marc Evers de 100 meter vlinderslag zwemmen. Op 29 augustus de 100 meter rugslag, op 31 augustus de 100 meter schoolslag en op 2 september de 200 meter wisselslag.

Meer over