Dit ben ikQuinn de Wit

‘Op mijn kamer liggen 362 knuffels’

Elke week een portret van een kind in zijn slaapkamer. Vandaag: Quinn de Wit (7).

Lola Bessa
Quinn de Wit
 Beeld Adriaan van der Ploeg
Quinn de WitBeeld Adriaan van der Ploeg

Waar en met wie woon je?

‘In Poortugaal, met mama Julia (42) en poes Risa. Mijn papa woont vlakbij, in Rhoon.’

Wat doe je bijna elke dag?

‘Buitenspelen in het robothuis. Dat is een hut in de speeltuin die van takken en stokken is gemaakt. Je kan naar binnen door de deur te openen met de blaadjessleutel. Dat is een tak waar drie bladeren op zitten. Ik speel er meestal met mijn vrienden Owen, Liam en Matt. In onze hut staan drie stoelen. We zitten er vaak. Soms snoeien we de bladeren en takken om de hut netjes te houden.’

Heb je een verzameling?

‘Ik heb een knuffelverzameling. Op mijn kamer liggen 362 knuffels. Alle knuffels heb ik gespaard of voor mijn verjaardag gekregen. Ze zijn verdeeld in twee kampen. Aan de ene kant van mijn bed liggen mijn favoriete knuffels en aan de andere kant de minder leuke knuffels. Als ik al mijn knuffels op de grond leg, zie je de grond niet meer. Soms liggen ze allemaal op mijn bed, dan zie je mij er niet meer tussen liggen.’

Wat is je favoriete knuffel?

‘De grappigste is een deurstopper en waar ik het gelukkigst mee ben, is die van een egel. Dat is ook mijn lievelingsdier.’

Kijk je weleens tv?

‘Ja en dan kijk ik het liefst naar Pokémon. Ik heb alle seizoenen gezien en kijk ze soms opnieuw. Pokémon is heel gaaf, want je hebt allerlei dieren die kunnen aanvallen met bijvoorbeeld bliksemschichten en elektronen. Als ik een Pokémon mocht hebben, dan was het Mew. Die kan op veel manieren aanvallen en is daarom erg sterk. Als Mew aanvalt, stuurt hij witte ringen die in de aanval paars worden en iemand in één keer kunnen uitschakelen.’

Hoe ziet je leven er over tien jaar uit?

‘Dan zit ik op de biologenschool om bioloog te worden. Ik wil heel graag met dieren werken, zoals egels, paarden en katten. Om bioloog te zijn, moet ik ook met planten werken. Dat vind ik minder leuk. Als ik over tien jaar genoeg geld heb, wil ik een eigen huis kopen. Dat huis staat dan dicht bij papa en mama.’

Heb jij ook een droomhuis?

‘Dat heb ik laatst geknutseld. In mijn droomhuis zijn de muren blauw en niet groen zoals bij mama. Er staan een heleboel raceauto’s in het huis. Sowieso een gouden auto en een blauwe auto. Ze lijken op mijn favoriete speelgoedauto’s. Op de grond liggen overal ballen zoals in een ballenbak. Je kan dan heel de dag springen in huis.’

Meer over