Je kunt het maar één keer doen

‘Op mijn arm heb ik laten tatoeëren: You saw me take my first breath, I saw you take your last’

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld privé
Beeld privé

Sandra Kerkmans (52, huisvrouw) overleed op 16 september 2019 aan de gevolgen van darmkanker. Ze was getrouwd met Peter (57, meteoroloog) en had drie zoons, Martijn (25, occasionmanager autobranche), Stefan (21) en Jeroen (20).

Martijn: ‘Vier jaar geleden zat ik in mijn eentje op mijn werk, het was even na vijven, toen mijn telefoon ging. Het was mijn moeder. Ze vertelde dat de moedervlek die ze al heel lang op haar been had, een melanoom bleek te zijn. Er waren geen uitzaaiingen geconstateerd, het was een kwestie van opereren, verder niks aan de hand. Een jaar later had ze bloed in haar ontlasting. In het ziekenhuis zagen ze dat er een plekje in de darmen zat, maar ook dat was operatief goed te verwijderen. Wederom was mijn moeder niet ongerust. Weer een jaar later ging ze voor een periodieke controle naar het ziekenhuis. Daar werd op een van haar longen een plekje geconstateerd. Het was een uitzaaiing van die darmkanker. Maar ook nu werd gezegd dat het operatief goed te verwijderen was. Of mijn moeder nu wel ongerust was weet ik niet, ze liet het in ieder geval niet blijken.

Mijn moeder was vrolijk, nuchter en zorgzaam en ze bewaarde altijd de rust in het gezin. Ik was een extreem vervelende puber, maar mijn moeder had er het volste vertrouwen in dat het wel goedkwam met mij. Mijn jongste broertje is zwaar autistisch, voor hem heeft ze altijd intensief gezorgd. En als wij naar school waren, was ze bezig met haar Franse bulldogjes. Ze had er vier, waarmee ze ook puppy’s fokte. We woonden op een woonboerderij waar ze vaak familiebijeenkomsten organiseerde. Ze was niet alleen de spil van ons gezin, maar van de hele familie. Mijn moeder bracht altijd iedereen bij elkaar.

Een half jaar nadat de tumor op haar long was verwijderd, had ze twee afspraken op dezelfde dag in het ziekenhuis. Mijn vader werkte toen tijdelijk in Hamburg en omdat mijn moeder zich prima voelde had hij gevraagd of ik met haar meeging. ’s Ochtends had ze een scan en ’s middags moest ze terugkomen voor de uitslag. Zij wilde heel graag tussendoor bij Van der Valk lunchen. Er stond een buffet met rosbief en zalm, waar ze gek op was, en het leek wel of ze meer genoot dan anders. ‘Zo fijn dat dit kan’ zette ze op Facebook, iets wat ze normaal eigenlijk nooit deed.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Ongeneeslijk

Na de lunch zaten we in een wit kamertje met lamellen. De arts zei: ‘We zijn nu aangekomen op een punt dat het problematisch gaat worden.’ De CT-scan had uitgewezen dat er een tumor tussen haar hart en haar long zat. Een moeilijke plek, waardoor het niet te opereren was. Ze konden chemo en bestraling proberen waardoor de tumor niet verder zou groeien, maar de arts zei erbij dat het wel ongeneeslijk was. Ik vond dat een heel heftig woord. Mijn moeder zei: ‘Als de groei geremd kan worden tot mijn 80ste, is het ook goed.’

Toen mijn vader na de derde chemokuur naar mijn werk belde, liep ik snel naar buiten om op te nemen. Hij zei dat de laatste chemo niet was aangeslagen en dat het nu dramatisch werd. We moesten rekening houden met negen maanden. Ik denk dat ik wel vijf sigaretten achter elkaar heb gerookt. Toen ik even later weer binnenkwam, vroeg een collega: ‘Had je een lastig gesprek?’ Ik antwoordde: ‘Ik denk dat mijn moeder doodgaat.’ Waarop hij vroeg: ‘Moet je niet naar huis dan?’ ‘Wat moet ik daar doen?’, vroeg ik, ‘Met z’n allen bij elkaar gaan zitten huilen?’ In ons gezin was dat niet gebruikelijk. Mijn moeder wilde anderen niet belasten met haar problemen en mijn vader heeft een moeilijke jeugd gehad waardoor zijn emoties afgesloten zijn. Mijn schoonouders kunnen met z’n allen huilen om een hond die overlijdt, daar kan ik me niks bij voorstellen.

Sandra Kerkmans + zonen Beeld privé
Sandra Kerkmans + zonenBeeld privé

Ik ben die avond bij mijn ouders gaan eten en mijn moeder vertelde dat ze nog behandelingen zou krijgen waardoor ze het nog wel vijf jaar konden rekken. Mijn vader zei dat dat helemaal niet was gezegd, en daar kregen ze een ruzietje over. Mijn moeder werd opeens heel star. Ik kan me voorstellen dat die vijf jaar helemaal niet genoemd zijn, maar dat ze dat zei omdat haar kinderen erbij waren. Ik moest niet huilen, misschien ook omdat ik de oudste ben. Als ik me laat gaan, dan gaan die andere twee ook. Mijn jongste broertje heeft een rugzakje en voor mijn middelste broer Stefan ben ik zijn grote broer, dus ik probeer een beetje de kar te trekken. Mijn vader toonde helemaal geen emoties, mijn moeder zei verder ook niks meer. De olifant bleef in de kamer staan.

Twee A4’tjes

Een paar maanden later ging het hard bergafwaarts. Het ziekenhuis wilde haar overdragen aan de huisarts voor palliatieve zorg. De overdracht bestond uit twee A4’tjes die mijn moeder zelf niet wilde lezen. Mijn vader las ze wel en wij mochten de keuze maken of we ze wilden lezen. Mijn broertjes wilden het niet, ik wel, maar ik mocht het er met niemand over hebben. We wisten allemaal dat mijn moeder heel graag Kerst wilde halen omdat ze zo dol was op familiefeesten. In de overdracht stond: ‘Patiënt hoopt en denkt zelf de Kerst te halen, dat lijkt ons zeer twijfelachtig.’

De laatste weken was mijn moeder heel veel aan het haken. Ze heeft voor mij twee knuffels gehaakt, een roze en een blauwe. ‘Ik heb er eentje voor een meisje en een voor een jongen gemaakt, voor als je kinderen krijgt.’ Voor mijn middelste broertje heeft ze een kussen gemaakt voor als hij het huis uit zou gaan. Ze is er niet meer aan toegekomen om iets voor mijn jongste broertje te haken, maar gelukkig hecht hij daar niet aan.

Op een gegeven moment kon ze de tuin niet meer bijhouden en dat was haar een doorn in het oog. De hele familie is opgetrommeld en met een man of twintig hebben ze op zaterdag onze hele tuin gedaan. Toen aan het eind van de dag haar oudste zus als laatste weg wilde gaan, hield mijn moeder haar tegen. Het is de eerste en enige keer dat mijn moeder in huilen is uitgebarsten. Ze zei dat ze wist dat het nog maar een paar dagen zou duren. Ze zou maandagochtend nog met de wensenambulance naar Disneyland Parijs gaan, daar was ze op huwelijksreis met mijn vader geweest. Maar ze zei tegen haar zus dat dat niet meer ging gebeuren. Mijn tante vroeg of ze dat niet aan mijn vader moest vertellen, waarop ze antwoordde: ‘Nee, en jij houdt ook je mond.’

Zondagavond belde mijn vader dat mijn moeder gezegd had dat ze het slaapmiddel wilde, ze had te veel pijn. De hele familie werd opgetrommeld en maandagochtend om half tien kwam de huisarts. De hele huiskamer zat vol, mijn moeder wilde graag dat iedereen erbij was. Voordat ze het slaapmiddel kreeg toegediend, werd gevraagd of ze nog iets wilde zeggen. Heel even was het doodstil. Toen zei ze: ‘Jullie hebben het allemaal perfect gedaan.’ Dat waren haar laatste woorden. Op het moment dat ze het spuitje kreeg, keek ik weg. Tweeënhalf uur na de sedatie blies ze haar laatste adem uit. Op mijn arm heb ik laten tatoeëren: You saw me take my first breath, I saw you take your last.’