'Oorlog tegen drugs is schadelijker dan gebruik'

De 'politieke verklaring' over drugs die de VN-assemblee woensdag zal aannemen, heeft concurrentie gekregen. Mensen als George Shultz, Perez de Cuellar en Dries van Agt pleiten voor een ander beleid: economische ontwikkeling....

ROB VREEKEN

Van onze verslaggever

Rob Vreeken

NEW YORK

De 'oorlog tegen drugs' veroorzaakt meer schade dan het drugsgebruik zelf. Met die waarschuwing richten ruim vijfhonderd prominenten uit de hele wereld zich tot de Algemene Vergadering van de VN, die vandaag begint aan een driedaagse top over drugsbestrijding. Handhaven van het huidige beleid, menen de critici, 'zal slechts leiden tot meer drugsgebruik, meer macht voor criminelen en meer leed'.

Met hun initiatief hopen de vijfhonderd de zitting te maken tot een echt debat over de zwakke en sterke kanten van de internationale drugsbestrijding, in plaats van - wat velen vrezen - een ellenlange reeks toespraken die niets zullen afdoen aan een reeds uitgeprinte slottekst.

Tot de ondertekenaars van de aan secretaris-generaal Kofi Annan gerichte brief behoren George Shultz (minister van Buitenlandse Zaken onder Reagan), Kofi's voor-voorganger Perez de Cuellar, econoom Milton Friedman, tv-journalist Walter Cronkite en de Nederlanders Dries van Agt, Pieter Winsemius en Ed. van Thijn.

Indien de komende dagen in New York desondanks geen geweldige botsing van visies plaatsvindt, komt dat niet doordat er internationaal geen meningsverschil bestaat. Veel van het debat is echter al gevoerd tijdens een serie voorbereidende vergaderingen, waar de conceptteksten werden opgesteld.

Wat algemeen wordt beschouwd als het belangrijkste resultaat van de top is de verklaring over het terugdringen van de vraag naar drugs. Voor het eerst zal dat streven in een aparte VN-tekst worden vastgelegd. Vorige conventies gingen grotendeels over bestrijding van handel en productie.

De verklaring komt er vooral op aandringen van landen in Zuid-Amerika. In de internationale drugsbestrijding staan Noord en Zuid vaak tegenover elkaar. De rijke landen - de Verenigde Staten met hun War on Drugs voorop - eisen dat de betrokken ontwikkelingslanden de verbouw van gewassen als papaver en coca beëindigen, desnoods door gif te sproeien.

Landen als Colombia en Peru op hun beurt menen echter dat niet hun arme coca- en papaverboertjes, maar de drugsgebruikers in het Westen aan het begin van de keten staan. De vraag schept het aanbod; niet andersom.

De VN-top moet die twee visies met elkaar verzoenen. Met de verklaring over vraagvermindering is gekozen voor een 'evenwichtige benadering', aldus Pino Arlacchi, hoofd van het VN-drugsprogramma UNDCP. Er is nu sprake van een 'gedeelde verantwoordelijkheid'. Daarbij speelt een rol dat het drugsgebruik in de zuidelijke landen is toegenomen, evenals de productie in het Westen, vooral van chemische drugs. Het onderscheid tussen producerende en consumerende landen vervaagt.

Nieuwe strategieën voor het verminderen van de vraag naar drugs moeten binnen vijf jaar zijn uitgewerkt. De programma's moeten in het jaar 2008 hebben geleid tot 'significante en meetbare resultaten'.

Daarnaast wordt in de politieke verklaring gepleit voor een krachtige voortzetting van de bestaande programma's. Er is veel aandacht voor maatregelen tegen het witwassen van drugswinsten en voor nieuwe, chemische middelen.

De landen konden het voorafgaand aan de top niet eens worden over een uitgewerkt plan voor het uitroeien van drugsgewassen binnen tien jaar.

Niettemin moeten volgens de politieke verklaring in het jaar 2008 aanzienlijke resultaten zijn geboekt bij het bestrijden van papaver- en cocaverbouw en het witwassen van winsten.

In een brief aan de Tweede Kamer schreef minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken eind mei dat de 'praktische betekenis' van deze voornemens 'gering' is. De streefdata dienen volgens hem vooral een politiek doel, namelijk het onderstrepen van de vastberadenheid van de internationale gemeenschap.

Van Mierlo staat voor woensdag op de agenda. Hij kreeg van de Kamer opdracht niet schuchter te doen in zijn presentatie van het Nederlands drugsbeleid. Dat heeft immers veel positieve kanten; anderen kunnen daarvan iets opsteken. Het is de vraag of de minister met zo'n boodschap veel applaus zal oogsten. Voor het liberale cannabis-beleid bijvoorbeeld bestaat bij andere regeringen geen greintje begrip.

Meer over