ColumnSylvia Witteman

Ook zonder spijbelen bleef er genoeg tijd over voor klieren en blowen, maar opeens had ik daar geen zin meer in

null Beeld
Sylvia Witteman

Ook zelf heb ik ooit eindexamen gedaan, maar in welk jaar was dat ook alweer? Ja, dat moet op mijn diploma staan, maar dat papiertje is mij ergens in de stormen des levens ontvallen. Ook was mijn middelbareschoolcar­rière nogal chaotisch: ik heb achtereenvolgens vier Haarlemse scholen bezocht en ben meermaals blijven zitten, maar hoe vaak? Was ik 20 of 21 toen ik eindelijk klaar was?

Mijn ouders weten het ook niet, want die hadden toen allang hun handen van me afgetrokken, of eigenlijk was het andersom. Rond mijn zeventiende, ik woonde inmiddels in allerlei vage constellaties met dito vrienden in telkens wisselende woningen met muizen en instortingsgevaar, werd ik van de derde school geschopt. Ik was arm, lui en overal tegen. De bijstand (die elke schoolverlater toen nog probleemloos kon opstrijken) lokte, maar omdat ik daar óók tegen was vond ik de moed om het nog één keer te proberen.

Die vierde school, het Erasmuscollege aan de Haarlemse Parklaan, ben ik nog altijd dankbaar. Ze gaven daar onderwijs aan volwassenen (waarschijnlijk was ik inmiddels 18) die geen behoefte hadden aan klieren of blowen onder schooltijd. De lessen waren ontdaan van alle flauwekul als gymnastiek, tekenen en ‘maatschappijleer’ en behelsden slechts drie ochtenden per week.

Dat beviel me goed. Drie keer in de week vroeg opstaan was jammer, maar na een mok poederkoffie met warm water uit de brandgevaarlijke geiser en een stuk of vijf sjekkies ging het wel weer. Ook zonder spijbelen bleef er genoeg tijd over voor klieren en blowen, maar opeens had ik daar geen zin meer in. Het leren bleek eigenlijk best leuk. Voor het eerst van mijn leven deed ik ergens mijn best voor. Ik slaagde ten slotte met goede cijfers voor het eindexamen vwo.

Bij de diploma-uitreiking stond ik in mijn eentje, in mijn voddige krakersplunje, zonder vrienden of familie. Ik had niemand uitgenodigd, waarschijnlijk omdat ik er te veel tegenop zag om de rol van feestvarken te vervullen. Daarna liep ik, ook weer in mijn eentje, door de stromende regen naar het station. Ik voelde een mij onbekende, maar niet onprettige sensatie. Inmiddels begrijp ik dat dat trots geweest moet zijn.

Omdat ik vorige week toch in Haarlem was besloot ik langs dat Erasmuscollege te gaan. Met een brok in de keel zag ik het statige gebouw aan de Parklaan opdoemen, maar op het schoolplein renden alleen kleuters rond. Ik liep naar binnen. Nog meer kleuters. Nee, de school die mij gered had bestond niet meer.

Een van de juffen zag mij aarzelend rondkijken. ‘Zoekt u iets?’ vroeg ze.

Ik heb maar ‘nee’ gezegd.

Meer over