'Ontlezing jongeren is geen probleem'

Onder de dekens, een boek op het kussen, het kleine leeslampje aan. 's Avonds in bed opgaan in de wondere wereld van kruistochten of grote, vriendelijke reuzen....

Van onze verslaggever

Matthijs Dierckx

AMSTERDAM

Alleen: dat is helemaal niet erg, betoogt onderwijsonderzoeker P. Appelhof in het laatste nummer van School en Beroep. Een tegendraads geluid, want de overheid en het onderwijs zien ontlezing bij de jeugd de laatste jaren juist als een groot probleem. De Stichting Lezen verdeelt per jaar zes miljoen overheidsguldens om jongeren over te halen de televisie te verruilen voor een boek. Lezen is immers nuttig en kinderen leren er veel van, zo luidt de algemeen geaccepteerde stelling.

'Maar waarom dan geen gesubsidieerde stichting voor rekenen?', vraagt Appelhof zich af. 'Natuurlijk zal het lezen van mooie boeken best afnemen, maar is dat nu zo'n probleem? Is het lezen van een boek voor je ontwikkeling zo veel belangrijker dan een andere activiteit? Steeds maar roepen dat kinderen minder lezen en tegelijk niet willen zien hoe ze zich op andere wijze ontwikkelen, past in het hedendaagse cultuurpessimisme over het kind.'

Volgens Appelhof, werkzaam bij onderwijsonderzoeksinstituut Sardes, steken kinderen ook ontzettend veel op van televisie, Internet of musea. En hij staat niet alleen in die opvatting.

M. Otter, onderzoeker aan het SCO-Kohnstamm Instituut in Amsterdam, vindt het lezen van een boek 'een prachtig iets' en wilde met een gedegen onderzoek aantonen hoeveel de kinderen daarvan wel niet opsteken. Sinds 1991 onderzocht ze vier jaar lang hoeveel vooruitgang basisschoolleerlingen boeken als gevolg van naast school lezen. Maar ze vond niets.

'Ik was stomverbaasd. Mijn plan was om eens even aan te tonen hoe belangrijk het lezen is voor kinderen. Maar ik ontdekte dat er juist geen effect is. Kinderen worden geen betere of slimmere lezers door veel te lezen.'

Dat was vloeken in de kerk. 'Na een lezing hierover in een bibliotheek werd ik zowat gelyncht. Mensen hebben nu eenmaal het idee dat lezen heel belangrijk is. Zelfs wanneer een wetenschappelijk onderzoek het tegendeel bewijst, houden ze daaraan vast.'

Overigens blijft ook Otter het belangrijk vinden kinderen tot lezen aan te zetten. 'Niemand heeft mij ooit wegwijs gemaakt in de klassieke muziek. Ik weet dat er prachtige stukken bestaan, maar die moet ik nu missen. Het zou toch zonde zijn als kinderen niet op de hoogte zijn van de prachtboeken van Annie M. G. Schmidt en Roald Dahl?'

Volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 1996 is de tijd die de jeugd besteedt aan boeken lezen, de laatste twintig jaar met tweederde afgenomen. Ondanks alle inspanningen die werden ondernomen om dit tegen te gaan. In een commentaar op hun bevindingen schrijven de onderzoekers: 'Men kan zich afvragen of er nog middelen gevonden kunnen worden die wel in staat zijn de trend te keren.'

Dat die trend moet worden gekeerd is volgens het SCP van eminent belang, want 'als men de taal van een schriftcultuur onvoldoende beheerst, wordt een groot deel van de westerse beschaving, dat is opgeslagen in boeken, ontoegankelijk'.

Ook adjunct-directeur C. van Willenswaard van de Stichting Lezen spreekt Otters conclusie tegen. 'Als kinderen van huis uit lezen, verbeteren ze hun woordenschat; het bevordert hun creativiteit. Lezen is wel degelijk van belang.'

De stichting probeert ouders te betrekken bij het lezen van hun kinderen. 'Kinderen moeten wennen aan boeken. Ze moeten het gaan zien als een vertrouwd en leuk iets. Daarom is het belangrijk dat de ouders kinderen voorlezen.'

Maar volgens Appelhof kunnen de miljoenen die de overheid aan leespromotie uitgeeft, beter worden besteed. 'Laat de boekenwereld maar ongesubsidieerd zijn eigen markt bewerken', schrijft hij in zijn column in School en Beroep. 'Waarom spannen uitgeverijen en boekwinkels zich niet wat meer in voor hun potentiële klantengroep?' Laat ze ook 's avonds en op zondag hun zaak openen, betoogt hij.

Meer over