Ons brein zit graag in de kroeg

Nederlanders drinken te veel. Een op de zes mannen en een op de 25 vrouwen is een probleemdrinker. Slappelingen? ‘Nee, mensen met een gecompliceerde bio-sociaal-psychologische aandoening’, zegt verslavingsprofessor Wim van den Brink....

Door Malou van Hintum

Buiten is het 30 graden, binnen ligt het bier koud en de wijn koel. We nemen er nog eentje! Omdat we het verdiend hebben, omdat het zomer is, omdat je wordt aangespoord: doe niet zo ongezellig joh! Hoeveel redenen zijn er niet om te drinken?

Drinken doen we fors. Nederland telt 800 duizend mensen die te veel drinken, van wie 300 duizend meer dan zes glazen per dag. ‘Het is een volksziekte’, zegt hoogleraar verslavingszorg Wim van den Brink (AMC-UvA), tevens directeur van het Amsterdam Institute for Addiction Research (AIAR).

Deze week meldde het Trimbos-instituut dat het aantal 55-plussers met een drankprobleem in de verslavingszorg in tien jaar tijd meer dan verdubbeld is. ‘Babyboomers zijn de eerste generatie die van alcohol drinken een gewoonte heeft gemaakt’, zegt Van den Brink.

Hij was voorzitter van de ‘Werkgroep Interdisciplinaire Richtlijn Stoornissen in het gebruik van alcohol’ die kortgeleden een nieuwe multidisciplinaire richtlijn uitbracht. Opvallend is de plek die de huisarts daarbij krijgt toebedeeld. Van den Brink: ‘Dat heeft een praktische reden: er is eenvoudigweg geen capaciteit om al die probleemdrinkers te behandelen; daarvoor zijn er te veel. Tegelijk kunnen veel mensen al goed geholpen worden met een korte interventie.

‘De huisarts wordt bovendien als eerste geconfronteerd met alcoholafhankelijkheid. Mensen benoemen het direct, of komen met allerlei klachten die op alcoholmisbruik kunnen wijzen.’ Dat zijn er zo’n zestig.

Er is een kort vragenlijstje waarmee de huisarts zijn verdenking kan bevestigen. Daarbij moet hij ook zijn neus gebruiken: overdreven veel aftershave of parfum kan een alcoholwalm maskeren.

Wanneer drink je verstandig?

‘Vrouwen zouden niet meer dan twee, en mannen niet meer dan drie glazen alcohol per dag moeten drinken. Vrouwen bestaan uit meer vet en minder water dan mannen. De alcohol wordt dus opgelost in een kleiner volume. Het gevolg is een hoger alcoholpromillage bij dezelfde gebruikte hoeveelheid.

‘Datzelfde geldt ook voor 60-plussers, die maar één glas per dag zouden moeten drinken. Oudere mensen zijn in de regel niet alleen iets dikker, maar gebruiken ook vaker medicijnen. In combinatie met alcohol is dat vaak de oorzaak van valincidenten.

‘We spreken in het algemeen van alcoholmisbruik als vrouwen tussen de 15 en 35, en mannen tussen de 22 en 50 glazen per week drinken. Drink je nog meer, dan ben je alcoholafhankelijk of alcoholist: dat zijn die 300 duizend zware drinkers.’

De grens lag ooit bij vijf glazen per dag. Mogen we straks niet meer drinken, zoals we ook al niet meer mogen roken?

‘Roken is altijd slecht. Overmatig alcoholgebruik verhoogt de kans op kanker, levercirrose, herseninfarct en hersenbloeding, hart- en vaatziekten, maag-darmklachten, geheugenstoornissen, en sociale en psychische problemen. Maar niet al bij één glas per dag.

‘Veel mensen zijn gecontroleerde drinkers: die consumeren dagelijks 1 tot 3 glazen. Daarmee loop je nauwelijks of geen risico.’

Matig alcoholgebruik beschermt toch zelfs tegen cardiovasculaire risico’s?

‘Alleen bij oudere mannen. Jongere mannen hebben dat risico sowieso niet. Vrouwen hebben met alcoholgebruik alleen iets te verliezen: zij worden al beschermd door hun hogere oestrogeengehalte.’

Wat kenmerkt een alcoholist?

‘Je bent alcoholafhankelijk als er sprake is van craving, onbeheersbare trek, waardoor je ongecontroleerd gaat drinken. Je gebruikt alcohol terwijl dat eigenlijk niet kan, bijvoorbeeld wanneer je moet autorijden, en het lukt je niet om te minderen of te stoppen. Bovendien leidt je gebruik tot sociaal en psychisch disfunctioneren.

‘Alcohol is een verslavende stof, maar minder verslavend dan nicotine. Dat is de meest verslavende drug. 30 procent van de mensen die ooit hebben gerookt, raakt verslaafd aan nicotine; bij alcohol gaat het om ongeveer 10 procent.’

Wie echt wil, kan het drinken wel laten, denken veel mensen. Zuiplappen zijn slappelingen.

‘Alcoholafhankelijkheid is een behandelbare hersenziekte. Het is geen kwestie van zwakke wil en ook niet van foute genen, maar een gecompliceerde bio-sociaal-psychologische aandoening.

‘Vroeger waren het volgens wetenschappers op de eerste plaats sociale factoren en gedrag van de ouders waardoor mensen al vroeg begonnen met drinken. Tegenwoordig wordt dat – op basis van tweelingonderzoek – voor 50 tot 60 procent toegeschreven aan genetische factoren, voor 10 tot 20 procent aan een gedeelde omgeving (zoals dezelfde ouders, school, enzovoorts), en voor 30 tot 40 procent aan een voor elk individu unieke omgeving (zoals een andere opvoeding en verschillende individuele voorkeuren). Raken mensen verslaafd, dan wordt de genetica nog belangrijker.

‘Bij die 50 tot 60 procent gaat het niet alleen om genen, maar ook om gen-omgevingsinteracties: genetische factoren vormen de basis voor biologische risicofactoren, die in samenspel met omgevingsinvloeden de kans op het ontstaan van verslavingsgedrag bepalen.

‘Helaas wordt dit deel van de genetica nog altijd slecht in beeld gebracht. Dat komt doordat de moleculaire genetica een te groot stempel drukt op de analyse van verslaving. Dat is onderzoek met de hoogste status, maar daardoor komt de invloed van de omgeving en de interactie tussen gen en omgeving er bekaaid vanaf.’

Verklaart het samenspel tussen gen en omgeving dat alcoholisme vaak tegelijk voorkomt met depressie, en ook met ADHD?

‘Onderzoek bij dieren laat zien dat ze gevoeliger zijn voor een verslavend middel als alcohol of cocaïne als ze weinig dopaminereceptoren in hun hersenen hebben. Bij mensen is dat waarschijnlijk ook zo.

‘Te weinig dopaminereceptoren betekent dat mensen niet van de gewone dingen in het leven kunnen genieten, en sterkere beloningen nodig hebben om zich tevreden te kunnen voelen.

‘Alcohol is zo’n sterke beloning. Tegelijk leidt gebruik tot verdere afname van de dopaminereceptoren. En krijg je dus een zichzelf versterkend effect. Bij depressie is mogelijk sprake van een vergelijkbaar mechanisme, wat het deels samen voorkomen met alcoholisme zou kunnen verklaren.

‘Daarnaast is het brein van verslaafden ook impulsiever. Het lijkt te kiezen voor een onmiddellijke kleine beloning, in plaats van een uitgestelde grote. Die twee elementen zitten in de biologische make-up van het brein, die hebben verslaafden niet onder controle.

‘Wat ADHD betreft: dat gaat aan alcoholisme vooraf, want dat hebben kleine kinderen al. Het is wel zo dat kinderen met ADHD een drie tot vier keer zo grote kans hebben om alcohol en drugs te gaan gebruiken en op latere leeftijd verslaafd te raken.

‘Je moet dan denken aan kinderen die vaak spijbelen, joints roken als ze 12 of 13 jaar zijn, af en toe een diefstalletje plegen. Je kunt proberen te voorkomen dat ze verslaafd raken door de onderliggende ADHD of gedragsstoornis vroegtijdig te behandelen.’

Hoe afwijkend mag je zijn? Straks worden we allemaal in een door medische criteria bepaald keurslijf geperst.

‘Wat afwijkend, wat deviant is, wordt in een democratie uiteindelijk bepaald door de politiek. Niet door dokters, en ook niet door rechters of criminologen.

‘Zelf vind ik subjectief lijden en ernstig psychisch, lichamelijk en sociaal disfunctioneren dat bovendien leidt tot maatschappelijke overlast, criteria voor deviantie. Excentriek zijn mag, zolang het maar niet leidt tot klachten of disfunctioneren.

‘Het gevaar van medicalisering moet je trouwens niet overdrijven. Je hoort tegenwoordig veel kritiek op het gebruik van methylfenidaat, de werkzame stof van ritalin. Maar voor veel kinderen is het een fantastisch medicijn. Als ze dat niet zouden krijgen, zouden ze veel ontwikkelingsschade oplopen. Bovendien kan medicinale behandeling verslaving uitstellen en misschien wel voorkomen.’

Zijn er ook medicijnen om van de drank af te komen?

‘De eerste stap is altijd motiverende gespreksvoering. We vragen welk plezier gebruik geeft en welke angsten het wegneemt – kortetermijndingen. Daarna beginnen we over de negatieve gevolgen op de lange termijn. Voor je lever, voor je geheugen. We hopen dat zo op emotioneel niveau ambivalentie ontstaat, waardoor het mogelijk wordt over gedragsverandering te gaan praten.

‘Pas daarna komt medicatie aan de orde: acamprosaat, dat de craving vermindert, naltrexon, dat zorgt voor een verminderd beloningseffect van alcohol, of eventueel disulfiram, dat mensen ziek maakt wanneer ze alsnog alcohol gaan gebruiken.’

Mensen die depressief zijn en alcoholist, vallen vaak tussen wal en schip. De GGZ wil dat ze eerst de drank laten staan voordat ze een behandeling krijgen, en de verslavingszorg kan niets met hun depressie.

‘Dat is nu wel aan het veranderen, en dat moet ook. Elke GGZ-instelling en elke verslavingsinstelling moet kunnen omgaan met verslaving in combinatie met depressie of angststoornissen, en beide stoornissen moeten tegelijkertijd behandeld worden.’

Preventie van alcoholisme is natuurlijk beter. Maar hoe?

‘Wat altijd helpt, is de prijs verhogen. Dat leidt tot minder gebruik en dus tot minder problemen, onder andere doordat jongeren pas op latere leeftijd beginnen met drinken. Of dat echt verslaving voorkomt, weten we niet. Maar het verkleint in elk geval de kans dat mensen met een zich nog ontwikkelend brein al jong gaan drinken.

‘Wat dat betreft zou het ook goed zijn om de leeftijdsgrens voor alcoholgebruik te verhogen naar 18 jaar, zoals de Adviescommissie Drugsbeleid donderdag voorstelde, alcohol niet zo makkelijk voor jongeren beschikbaar te maken en jongere kopers vaker om identificatie te vragen.

‘Zulke maatregelen kunnen helpen, maar de effecten zullen beperkt blijven. Alcoholgebruik fors terugdringen gaat alleen met rigoureuze maatregelen. Maar dan kom je in een politiestaat terecht.’

Meer over