Ongeremde Zalm bracht kabinet rust

Minister G. Zalm van Financiën verdedigt deze week in de Tweede Kamer zijn begroting. Zijn collega's uit het kabinet-Kok zullen de komende maanden verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer....

'WAT EEN LUL.' Niet bepaald een alledaagse uitspraak voor een minister. En zeker niet van een minister van Financiën, op een zonovergoten prinsjesdag, met in zijn koffertje een droombegroting. Toch wordt hier Gerrit Zalm geciteerd. Sterker: typisch Gerrit Zalm om zoiets te zeggen, impulsief, heetgebakerd en ongeremd als hij is.

Binnen gehoorsafstand van een cameraploeg liet hij zich het drieletterwoord uit de mond vallen, omdat zijn broer Sjirk 's middags niet op de publieke tribune van de Tweede Kamer wilde plaatsnemen om de ceremonie met het koffertje te volgen. Sjirk, die zijn schoenenhandel op de markt omhoog stoot met de leus dat broer Gerrit er niet naast maar op loopt, had minstens een week tevoren een uitnodiging verwacht.

De sociale vaardigheden van de liberale minister lijden zelfs onder zijn karaktereigenschappen. Tegenover minister Melkert van Sociale Zaken, met diens strategie van drammen en zuigen, verliest Zalm onherroepelijk zijn geduld. In de ministerraad heeft hij eens gedreigd met opstappen, niet het sterkste argument om je zin te krijgen.

En aan het begin van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie wekte hij de woede van Italië, Spanje en Portugal door die landen 'hysterisch' te noemen. Het is dat zijn aanstekelijke, hinnekende lach, die ook bij zijn licht onaangepaste gedrag hoort, veel goedmaakt.

In de omgang met de Tweede Kamer heeft hij zich daarentegen nooit laten gaan. Vooral zijn partijgenoot Hoogervorst heeft het Zalm al een paar maal knap lastiggemaakt. Zo keerde de VVD-fractie zich in 1996 tegen de afspraak uit het regeerakkoord dat de accijnzen op benzine en tabak zouden worden verhoogd. Maar Zalm redde zich daar diplomatiek uit.

Als het even kan, staat Zalm niet voor negenen op, zit hij om zes uur achter de aardappelen en houdt hij de weekeinden vrij. Hij brengt het in de praktijk ook. Op de laatste VVD-partijraad op zaterdagochtend liet hij verstek gaan en gisterochtend, bij de hervatting van de financiële beschouwingen in de Tweede Kamer om kwart over tien, kwam hij iets te laat.

Zalm hanteert kennelijk een werkweek van 38 uur, dat wil zeggen: inclusief de pauzes die hij neemt om een potje te kunnen flipperen in de kantine van het ministerie of op zijn computer. Toch is Zalm niet lui. Hij maakt zijn huiswerk uit de dikke loodgieterstassen die bewindslieden bij het ambt krijgen meegeleverd op schoot voor de buis, maar nauwgezet.

Met zijn vakkennis zit het wel goed. Zalm heeft een scherp verstand, de juiste diploma's en heeft de vereiste ervaring opgedaan om een geknipte minister van Financiën te zijn. Eind 1996 riep de parlementaire pers hem vanwege zijn deskundigheid uit tot de op vier na beste politicus van het jaar. Een halfjaar eerder rolde hij om dezelfde reden als derde uit een steekproef, achter Kok en minister Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking.

De glanzende Miljoenennota 1998, waarmee het paarse kabinet zijn zittingsperiode afsluit, is niet zozeer Zalms prestatie. CDA-leider De Hoop Scheffer oordeelde erg zuinig toen hij twee weken geleden zei dat de rivier sneller is gaan stromen en dat Zalm, terwijl hij de peddels laat rusten, vanuit zijn kajak naar de oever roept: 'Kijk eens hoe hard ik ga' Dat Zalm tegen de stroom op zwemt, zoals PvdA-fractievoorzitter Wallage zei, is weer te royaal.

Zalms grote verdienste is dat hij rust heeft gebracht in het financiële beleid van de overheid, en daar profiteert het hele kabinet van. Wat de overheid uitgeeft, is van tevoren vastgelegd op basis van vrij sombere schattingen. Dat verloste de ministerraad van ellenlange, sfeerverziekende discussies over extra bezuinigingen en maakte ruimte voor inhoudelijk debat.

Maar heeft dat nu ook Zalm zelf geprikkeld tot meer diepgang? Absoluut niet. Hij heeft zich niet ontwikkeld tot een politicus met een brede oriëntatie, maar bleef 'de objectieve penningmeester'. Gevraagd naar het doel van een tweede paars kabinet, bleef hij steken in: 'Werk, werk, werk, deel II. Je hebt meer van die succesfilms. Die komen dan met een deel twee.'

Milja de Zwart

Meer over