Onderzoek naar dood zwerver nu bij TNO

Het onderzoek naar de dood van een dakloze in Amsterdam is, twee jaar na dato, bijna klaar. Het duurde lang, geeft justitie toe....

Ruim twee jaar geleden, in september 1997, werd de thuisloze Adry van Driel door drie Amsterdamse agenten hardhandig het bureau Warmoesstraat uitgezet. Hij viel, en overleed even later aan zijn verwondingen. Was zijn dood het gevolg van een ongelukkige val of van hardhandig uitzetten? Het gerechtelijk vooronderzoek wordt naar verwachting deze maand afgerond.

De precieze toedracht is nog steeds niet duidelijk, ondanks een reconstructie van het incident met een nagebouwde voorgevel van bureau Warmoesstraat in een studio in Almere. Toeschouwers hebben verklaard dat de agenten de man op straat smeten. De politiemannen spreken van een ongelukkige val. De drie, van wie twee in voorarrest hebben gezeten, worden verdacht van doodslag of zware mishandeling.

Het onderzoeksinstituut TNO rondt deze week een computersimulatie af die duidelijk moet maken wat de toedracht van Van Driels dood is geweest. Het dossier gaat meteen naar het Openbaar Ministerie, tenzij de advocaten van de agenten aanvullende vragen hebben. Zo niet, dan beslist de officier van justitie binnen twee maanden over vervolging.

'Het duurt lang', erkent persrechter J. Moors. 'Maar té lang - dat is een andere vraag. Het is niet ongewoon dat onderzoeken zo lang duren. Als de verdachten niet in voorarrest zitten, zoals in dit geval, is er geen termijn waarbinnen het gerechtelijk vooronderzoek moet zijn afgerond.'

Als de verdachten agenten zijn, doe je het nooit goed, meent hij. 'Als je in drie maanden klaar bent, is de kritiek dat je de zaak snel behandelt en de agenten voortrekt. Als het lang duurt, krijg je het verwijt dat je traineert zodat iedereen de zaak vergeet.'

Maandag 22 september 1997 kwam Adry van Driel, afkomstig uit het oosten des lands, op bureau Warmoesstraat vragen om een slaapplaats. De agenten kenden hem, hij was die dag en het voorafgaande weekeinde al een paar keer langs geweest. Ook wisten ze dat hij vanwege hinderlijk gedrag cafés in de straat was uitgezet. Een arts constateerde dat de man dronkenschap simuleerde.

Van Driel werd door twee agenten, met hulp van een derde, buitengezet. De zwerver viel en bleef bewusteloos liggen. Agenten en passanten keken niet naar hem om. Na een halfuur werd de man door een ambulance naar het ziekenhuis gebracht, waar hij overleed aan hersenletsel. Na eerste getuigenverklaringen rees de verdenking tegen de agenten: doodslag of zware mishandeling.

Het gerechtelijk vooronderzoek begon. In de eerste maand na het voorval hoorde de rechter-commissaris zeven getuigen. Een videoconfrontatie in oktober moest de zekerheid verschaffen dat de getuigen de juiste agenten voor ogen hadden. Die dag in september waren meer mensen het bureau uitgezet; een persoonsverwisseling zou er de oorzaak van kunnen zijn dat de getuigen elkaar tegenspraken. De videoconfrontatie werd herhaald in maart 1998. Een jaar na het ongeluk werd het incident met getuigen en verdachten gereconstrueerd in Almere. Acteurs speelden het gebeurde na.

De advocaten vertrouwden de uitkomsten van deze onderzoeken niet. De verklaringen en reconstructies bleven tegenstrijdig. Ze vroegen de TNO-afdeling botsveiligheid om proeven te doen. Waar zou Van Driel op straat hebben gelegen als hij was gevallen, en waar zou hij zijn beland als de agenten geweld hadden gebruikt? De zwerver lag op de stoep; als hij geduwd was, zo redeneerden zij , moest hij midden op straat liggen.

De rechter-commissaris vond dat onderzoek niet nodig, de verdediging ging in beroep. In december 1998 stond de rechtbank het onderzoek toe. Vervolgens gingen acht maanden heen met de formulering van de opdracht aan TNO. Eind augustus 1999 begonnen de onderzoekers met de computersimulatie, waarvoor ze zes weken de tijd kregen. De conceptversie van de uitkomst, meldt TNO, gaat deze week naar de rechtbank. Als die geen op- en aanmerkingen heeft, wordt dit de definitieve versie.

Advocaat A. Röttgering, een van de verdedigers van de verdachten, zegt dat de vertraging niet is veroorzaakt door het aanvullend TNO-onderzoek. 'De rechter-commissaris is een druk bezet man.' Maar voor haar had het niet zo lang hoeven duren. 'Soms zijn advocaten erop uit om een onderzoek zo lang te laten duren dat de zaak in het moeras verdwijnt, maar dat is hier niet het geval.'

Voorzitter G. Cevat van de Amsterdamse Politie Vakorganisatie noemt het getreuzel 'ten hemel schreiend': 'De agenten willen duidelijkheid.' De nabestaanden van Van Driel hebben hun handen van de zaak afgetrokken, meldt hun advocaat N. Meijering. 'Er is een bijeenkomst geweest met de familie en de agenten. De nabestaanden hebben daarop besloten de zaak te laten rusten.'

Meer over