InterviewMarjolein Moorman

Onderwijswethouder Marjolein Moorman: ‘Er moet nog zoveel gebeuren, en de tijd is beperkt’

null Beeld Valentina Vos | visagie: Emma de Boer
Beeld Valentina Vos | visagie: Emma de Boer

Sinds 2018 is Marjolein Moorman wethouder onderwijs in Amsterdam. Ze noemt zichzelf een echt jarenzeventigkind: het geloof in een maakbare samenleving heeft ze sindsdien niet verloren, haar strijd tegen de kansenongelijkheid in de hoofdstad komt er deels uit voort. ‘Ik zit hier omdat ik ergens in geloof en iets wil veranderen.’

Een dag voor de eerste lockdown behaalde Marjolein Moorman, de Amsterdamse wethouder van onderwijs, armoede en inburgering (PvdA), een van haar grootste overwinningen tot dan toe. Want na maanden van pleiten en lobbyen kreeg ze eindelijk de extra 17 miljoen euro toegezegd van Arie Slob, minister van Onderwijs. Het bedrag zou rechtstreeks in de salarissen van leraren worden geïnvesteerd als een jaarlijkse bonus. Volgens Moorman is het immers ‘krankzinnig idioot’ ‘dat we in een rijk land als Nederland niet genoeg geld voor leraren overhebben’.

Maar toen belandde Nederland plots in een crisis – en kon Moorman fluiten naar een deel van het geld. De bonus kwam er, maar lager dan gehoopt. Nu krijgt iedere leraar in Amsterdam jaarlijks bijna 1.000 euro, voor ten minste vier jaar. Leraren op scholen in achterstandswijken kunnen rekenen op een bonus die drie keer hoger is.

Tijd om te balen had ze niet. De lockdown bracht problemen genoeg. De noodopvang in Amsterdam moest gereed worden gemaakt, er diende een inventarisatie te komen van beschikbare laptops zodat kinderen uit kansarme gezinnen online les konden volgen en het contact met de schoolbesturen werd direct opgeschroefd. Ondertussen moest Moorman, samen met haar partner, ook het thuisonderwijs van haar twee eigen schoolgaande kinderen (11 en 13 jaar) regelen. Het thuiswerken leverde, net als in ieder ander gezin, soms chaotische taferelen op: de hond die tijdens het videobellen voortdurend om aandacht kon vragen, of ruzietjes over plekken in het huis waar het wifibereik het beste was.

‘Het was een idiote situatie. Ik kon ook niet te rade gaan bij een voorganger hoe te opereren in een pandemie.’

Wat was het schrijnendste dat u tegenkwam tijdens de lockdown?

‘Ik sprak veel leraren met aangrijpende verhalen over hoe ze kinderen thuis aantroffen. Door het online onderwijs kregen ze een inkijkje in slaapkamers en huishoudens – ze zagen hoe kinderen onder een wasrek of achter een gordijn de les probeerden te volgen, omdat er thuis verder geen ruimte was om in rust hun huiswerk te maken. Er waren kinderen die alleen thuis werkten, zonder ouders in de buurt. Tegelijkertijd sprak ik ook leraren die tot ’s avonds laat bereikbaar waren voor hun leerlingen, die al om half acht ’s ochtends leerlingen uit bed belden zodat ze op tijd online zouden verschijnen en soms ’s avonds nog op de fiets huiswerk langsbrachten. De kansenongelijkheid onder kinderen werd zichtbaarder dan ooit.’

De muren van haar ruime kantoor in het Amsterdamse stadhuis weerspiegelen haar toewijding aan de jeugd en vooruitgang: vlak achter haar bureaustoel hangt een ingelijste Loesje-spreuk (‘wat er ook speelt in een land, laat het vooral de kinderen zijn’), een kindermanifest en een op canvas afgedrukte petitie van handtekeningen (10.671 in totaal) tegen het lerarentekort. Op haar dossierkast ligt het boek Liefdadigheid naar Vermogen, over een Amsterdams genootschap uit de 19de eeuw, opgericht door jongeren die verheffing nastreefden, en heel veel kindertekeningen.

Marjolein Moorman (46) is pas twee jaar wethouder, maar staat nu al bekend als een van de meest bevlogen bestuurders in Amsterdam. Onlangs nog voerde ze een ‘pauzeknop’ in voor mensen die in de schulden zitten. De pauzeknop – een ‘adempauze’ – voorkomt dat mensen met grote financiële problemen aanmaningen en incasso’s ontvangen, totdat met behulp van een hulpverlener een betalingstraject is gevonden. ‘Ik wil geen wethouder zijn die hier alleen maar zit om een handtekening onder stukken te zetten en vervolgens weer in de dienstauto stapt om naar huis te gaan. Ik zit hier omdat ik ergens in geloof en iets wil veranderen.’

Eind vorig jaar kreeg de wethouder ook meer landelijke bekendheid door haar rol in Klassen, de veelgeprezen Human-documentaireserie van Ester Gould en Sarah Sylbing die de kansenongelijkheid in het onderwijs in kaart brengt. In de serie is te zien hoe Moorman begeesterd schoolbesturen, leraren en leerlingen spreekt om ideeën op te doen voor haar strijd tegen kansenongelijkheid. Klassen sloeg aan bij het publiek, denkt Moorman, omdat de makers kansenongelijkheid een gezicht hebben gegeven. ‘Ik krijg naar aanleiding van de serie ontzettend veel reacties van kijkers die grofweg in twee groepen uiteenvallen. Mensen die bij het kijken opnieuw de pijn hebben ervaren die ze vroeger hebben opgedaan in het onderwijs, doordat ze niet de kansen hebben gekregen die ze nodig hadden. En ouders die mij vertellen dat ze de serie met hun kinderen kijken, om ze te laten zien hoe geprivilegieerd ze zijn. Juist voor deze groep is het heel goed dat deze serie is gemaakt, want je hebt de massa nodig om dingen in beweging te zetten.’

In de vierde aflevering bezoekt ze ook een zwarte school in Londen die aanvankelijk zeer ondermaats presteerde, maar sinds een interventie van de nieuwe schoolleiding het predicaat ‘excellent’ draagt. De kinderen zijn gedisciplineerd, de lessen strak en de leraren streng. In een van de scènes vraagt Moorman aan de directeur hoe zijn school omgaat met het segregatieprobleem op scholen.

De directeur antwoordde dat u te veel kijkt naar etniciteit, terwijl volgens hem armoede een groter probleem was. Hij gaf u wel een beetje op uw donder.

‘Ach, helemaal niet.’

Niet?

‘Nee, het was een normaal gesprek. Hij heeft natuurlijk gelijk dat armoede kinderen enorm op achterstand zet. Maar ik vond het ook interessant dat op een school waar alle leerlingen zwart zijn en de meeste leraren wit, het niet over segregatie mag gaan. Misschien dúrven ze het gesprek daarover niet eens meer aan, omdat de etnische segregatie in Londen al zo erg is. Zover is het nog niet in Amsterdam. Maar ik zie wel dat in een stad als Amsterdam onze scholen niet altijd een afspiegeling zijn van de buurt. Ik vraag me dan af: welke boodschap geven we aan kinderen mee als ze wel bij elkaar in de buurt wonen, maar niet naar dezelfde school gaan?’

Amsterdam is een linkse stad, maar als puntje bij paaltje komt, dan mijden de ouders de zwarte scholen. Hoe verklaart u dat?

‘Ik geloof dat de meeste ouders een goede gemengde school voor hun kinderen willen, maar die moet dan wel beschikbaar zijn. En als je niet die keuze hebt, wat moet je dan? Ik geloof niet dat je segregatie oplost door kinderen verplicht te mengen. Maar je kunt wel investeren in kwaliteit. Investeer dus in de scholen die dat het hardst nodig hebben, en maak daar de allerbeste scholen van. Ik ben ervan overtuigd dat het dan veel makkelijker mengt.’

null Beeld Valentina Vos | visagie: Emma de Boer
Beeld Valentina Vos | visagie: Emma de Boer

Maar gelooft u dat witte ouders hun kind wel naar een zwarte school sturen als het predicaat ‘excellent’ is?

‘Waarom zouden ze dat niet doen?’

Omdat mensen, laten we eerlijk zijn, een negatief beeld hebben van zwarte scholen – excellent of niet.

‘Ik noem het liever geen zwarte scholen, maar gemengde scholen: op zo’n school heb je soms wel 45 nationaliteiten rondlopen. En de segregatie tussen kansrijk en kansarm is veel groter dan op kleur. Amsterdam is een hyperdiverse stad, met meer dan 180 nationaliteiten. Meer dan vijftig procent van de Amsterdamse basisschoolkinderen heeft een migratieachtergrond. Een echte Amsterdamse school is dus een school waar de diversiteit van de stad ook zichtbaar is.’

Ouders selecteren niet alleen maar op kwaliteit, wil ik maar zeggen. Een vriend van mij woonde in Amsterdam-Zuidoost en zocht een school voor zijn kind. Op een schoolplein in zijn buurt zag hij hoe een vader zijn kind ’s middags stond op te wachten met een blikje bier in zijn hand. Dat was voor hem genoeg reden om die school over te slaan.

‘Toen mijn dochter 2 jaar was en wij op zoek moesten naar een basisschool, keken we ook naar een school om de hoek waar vrijwel alleen maar kinderen met een Marokkaanse en Turkse achtergrond op zaten, maar vooral met erg slechte onderwijskwaliteit. Ik heb toen wel even geworsteld. Mijn kind zit nu op een gemengde en kwalitatief goede buurtschool, maar ik zag nog wel elke dag de kinderen van die slechte school langs mijn huis wandelen. Ik dacht: zouden hun ouders weten hoe slecht die school eigenlijk is? Die ervaring was voor mij de reden om de politiek in te gaan. Want je kunt het als individuele ouder niet zomaar even oplossen. En ik vind het terecht dat ouders zelf kunnen beslissen, maar dan moet dat ook gelden voor ouders in een achterstandspositie. Want als jouw vriend om een school heen loopt, dan vraag ik me ook af of jouw vriend zich afvraagt hoe het dan gaat met al die kinderen die wel naar die school moeten gaan.’

Daar worstelt hij inderdaad mee, want hij heeft ook een donkere huidskleur en hij heeft zelf op een zwarte school gezeten. Hij voelt zich schuldig.

‘Ik geloof niet dat hij zich schuldig moet voelen. Hij wil het beste voor zijn kind, dat is terecht. En bier op een schoolplein is nou niet echt een indicator van een goed schoolklimaat. Mijn punt is: er is samenhang tussen segregatie en onderwijskwaliteit. Het lerarentekort was vorig jaar drie keer zo hoog in de wijken waar de problemen ook groter zijn. Als we niets doen aan kwaliteit, zal de segregatie blijven bestaan.’

Marjolein Moorman groeide met twee jongere broertjes op in Wassenaar, maar niet in de rijke en welvarende kringen waar de gemeente om bekendstaat. Haar ouders komen uit klassieke arbeidersgezinnen in Den Haag en verhuisden na hun bruiloft naar een flatje in Wassenaar. Haar vader deed de mulo en werkte als ambtenaar op het ministerie van Financiën, haar moeder bleef thuis met de kinderen en ging weer werken toen Moorman 12 jaar werd. Ze noemt zichzelf een kind van de jaren zeventig: ‘Ik werd negen maanden na de vorming van het kabinet-Den Uyl geboren. Ik grap weleens dat dat aantoont hoe blij mijn ouders kennelijk waren met dat kabinet.’

Hoe zag uw jeugd eruit?

‘Mijn ouders geloofden sterk in verheffing. Dat gold zeker voor mijn moeder, die vanaf haar 16de ging werken en haar mulo niet afrondde. Toen wij allemaal naar school gingen, is ze zelf ook opnieuw naar school gegaan, in de avonduren. Het lukte haar een aantal vakken op vwo-niveau af te ronden. Haar lievelingsfilm was Educating Rita, over een meisje dat opgroeit in een arbeidersgezin en heel ontwikkeld is. Kennis werd bij ons thuis ook erg belangrijk gevonden. Het Vara-programma In de Rooie Haan stond altijd aan. De Varagids en de Volkskrant werden ook goed gelezen. Kennis en informatie was belangrijk, maar ik kan me niet herinneren dat ik gepusht werd om hogere cijfers te halen. Daar hadden mijn ouders ook geen ervaring mee: ik ben met mijn broer nog steeds de enige in de familie die academisch is geschoold.’

Na afronding van haar vwo-opleiding studeerde Moorman communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde aan dezelfde universiteit. In die jaren sloeg ook het noodlot toe in haar familie. Haar vader stierf op 48-jarige leeftijd aan een hersenbloeding tijdens een tenniswedstrijd. Haar moeder stierf vijf jaar later aan de gevolgen van kanker, 50 jaar oud. Moorman werd wees op haar 25ste. Met de dood van haar moeder erfden Moorman en haar broertjes ook een schuld van 60 duizend euro die haar ouders hadden nagelaten.

Hoe zijn die grote schulden ontstaan?

‘Dat weet ik niet precies. Mijn ouders leefden eerder zuinig dan dat ze het breed lieten hangen. Ik herinner me geen grote uitgaven, er waren geen dure spullen. De jaarlijkse vakantie was een weekje Texel, waar we op de fiets naartoe gingen – heerlijke vakanties waren dat. We kochten onze kleding bij de tweedehandswinkel. Ik denk dat het vooral een stapeling is geweest van kleine schulden die zijn uitgegroeid tot een grote schuld. Wat in ieder geval zeker heeft meegespeeld, is de scheiding van mijn ouders toen ik 12 jaar was. Daardoor stegen de kosten. De vroege dood van mijn vader erna verergerde dat. Hij bleek na zijn overlijden behoorlijk wat betalingsachterstanden te hebben, ook bij zijn overlijdensrisicoverzekering. Daardoor werd niet uitgekeerd en vervielen zijn schulden niet. Omdat mijn ouders wel van tafel en bed waren gescheiden maar officieel nog in gemeenschap van goederen getrouwd, kwamen de schulden bij mijn moeder terecht.’

U heeft recentelijk uw verhaal gedeeld in een boekje over schaamte en schulden. Uw goede vriendin Julia Wouters zei dat u onbevreesd bent, maar dat u die stap toch wel erg spannend vond.

‘Ik had het al eerder een keer verteld aan een groep vrouwen die in de schulden zaten. Toen ik zag dat ze zich gesterkt voelden door mijn verhaal, besloot ik dat ik het ook publiekelijk moest durven zeggen. Wie je bent draag je immers ook mee in je vak. Dat geldt voor alle beroepen, maar voor een politicus des te meer, omdat het dan juist erg over je overtuigingen en beweegredenen gaat. Het overlijden van mijn ouders heeft mij meer getekend dan de schulden die we erfden. Omdat ze er op heel jonge leeftijd niet meer waren, moesten wij het zelf rooien.’

Wat gebeurde er precies toen jullie die schuld erfden?

‘Na de dood van mijn moeder kropen we tijdelijk alle drie weer bij elkaar in haar huurhuis. Dat huis moest leeg. Ik was nog aan het promoveren en net weg bij mijn vriendje, dus ik had ook niet echt een huis om in te wonen. Achteraf denk ik: hoe hebben de buren hier destijds naar gekeken, met dat huis met drie jonge twintigers? Maar we zijn er wel uit gekomen. Mijn oudste broer en ik besloten elk een schuld van 30 duizend euro op ons te nemen om onze jongste broer, die nog studeerde, niet nog meer te belasten. We hebben maandenlang met instanties gebeld en de administratie doorgelicht. Mijn broer en ik sloten een lening af bij de Rabobank om onze schuld af te betalen. Onze instelling was, dat hebben we van onze ouders meegekregen, dat alles altijd oplosbaar is. Dat het altijd beter kan.’

null Beeld Valentina Vos | visagie: Emma de Boer
Beeld Valentina Vos | visagie: Emma de Boer

Volgens Julia Wouters verklaart uw verleden deels waarom u een tough cookie bent, een stoere vrouw die tegen een stootje kan. U wilt niet zeuren, maar meteen weer doorgaan.

‘Ik weet natuurlijk niet hoe ik me had ontwikkeld als het niet was gebeurd. Maar ik realiseerde me al wel vroeg dat mijn broers en ik geluk hebben gehad. We kunnen alle drie goed nadenken, we zijn gezond, we hebben doorzettingsvermogen. Onze moeder had ons door haar vroege dood een optiepakket nagelaten dat ze van haar werkgever had gekregen als pensioenvoorziening. Dat pakket was nog niet veel waard, maar in de jaren daarna was de beurswaarde van het bedrijf gestegen. Zo konden we de lening na een aantal jaar in een keer aflossen. Met ons is het dus wel goedgekomen. Maar je ziet hoe tekenend een beetje pech in je leven kan zijn. Daar komt bij, en dat klinkt misschien plat, dat ik nu 46 jaar ben en mijn ouders stierven toen zij 48 en 50 waren. Het leven is te kort om te zeuren.’

Heeft u daarom zo’n haast om kansenongelijkheid aan te pakken, nu het nog kan?

‘Ik merk wel aan mezelf dat ik nu vaker denk: over iets meer dan een jaar ben ik op dezelfde leeftijd als mijn vader toen hij stierf. Er moet nog zoveel gebeuren en de tijd waarin je dat voor elkaar kunt krijgen, is beperkt.’

Spreekt u uw broertjes nog weleens over die tijd?

‘Ik heb mijn broertjes natuurlijk gevraagd of zij het goed vonden dat ik mijn verhaal publiekelijk zou delen. Want het is niet alleen mijn verhaal, maar ook hun geschiedenis. Én het verhaal van je overleden ouders. Ik vond dat eigenlijk nog het spannendste en moeilijkste.’

En hoe reageerden ze, toen u vertelde dat u daarmee naar buiten wilde komen?

‘Ze vonden het hartstikke prima. Ze zijn bij mij thuis komen eten en we hebben toen de hele avond mooie gesprekken gevoerd over vroeger. Iedereen herinnert zich andere details. Dat je denkt: o ja, zo was het ook.’

Een dag voor het interview is haar politieke mentor Lodewijk Asscher afgetreden als PvdA-leider vanwege de toeslagenaffaire. Moorman is behoorlijk aangeslagen door het nieuws, zegt ze. Asscher nam haar onder zijn hoede toen ze in 2010 in de Amsterdamse raad kwam en in de loop der jaren zijn ze vrienden geworden. ‘We wonen in dezelfde buurt, mijn kinderen zitten bij zijn kinderen in de klas en we maken af en toe nog steeds een wandeling.’

Hoe heeft Asscher u geholpen toen u net de politiek in ging?

‘Hij had een groepje PvdA-mensen om zich heen verzameld, Ahmed Marcouch was er een van. De PET, werd het clubje genoemd, al weet ik niet meer waar de afkorting voor staat. Er kwamen prominente PvdA’ers langs om met ons te praten. Wim Kok bijvoorbeeld. Voor mij was hij een soort vader des vaderlands, een rijzige man tegen wie je opkeek. En dan sta je ineens tweeënhalf uur met hem te praten. Dat vond ik zo indrukwekkend. Die gesprekken waren leerzaam voor me, want politiek is een hard vak. Asscher leerde me hoe je binnen de politiek het goede kan blijven doen zonder dat je verkrampt, zonder dat je alleen nog maar bezig bent met de waan van de dag.’

Toen Asscher de Amsterdamse politiek verliet, zou u hebben gezegd dat u nu moest fietsen zonder zijwieltjes.

‘Hij is een enorm knappe redenaar. Ik heb veel van hem afgekeken, al ben ik er wel op eigen kracht gekomen. Ik denk dat zijn reflectie op de politiek nu ook heel waardevol zal zijn. Daar gaan we het vast nog regelmatig over hebben, tijdens een wandeling in de buurt of op het schoolplein van onze kinderen.’

Kunt u inmiddels ook beter omgaan met oordelen die anderen over u hebben? Uw goede vriendin vertelde dat u daarvan weleens in de war kon raken. Dan zei de ene hoge ambtenaar dat u te aardig was en vond een andere hoge ambtenaar u juist weer te hard.

‘Ik ben altijd geneigd om het bij mezelf te zoeken. Maar het heeft vaak natuurlijk ook alles te maken met degene die het zegt, of die persoon iets voor elkaar probeert te krijgen of niet. ‘Te aardig’ is in ieder geval een heel rare diskwalificatie. Wat is er mis met aardig zijn?’

Diezelfde vriendin noemt die diskwalificatie ook wel ‘seksisme’.

‘In de dagelijkse praktijk merk ik het niet zo heel erg. We hebben inmiddels een college dat voor het merendeel uit vrouwen bestaat. De gewenning aan vrouwen in het bestuur heeft in de gemeente Amsterdam inmiddels wel plaatsgevonden.’

Heeft u weleens een politieke tegenstander kunnen overtuigen?

‘Het klinkt misschien arrogant, maar ik kan iedereen overtuigen. En noem maar eens één politieke partij die tegen goed onderwijs is.’

CV MARJOLEIN MOORMAN

1 maart 1974 Geboren in Wassenaar

1993 Atheneum, Rijnlands Lyceum Wassenaar

1997 Communicatiewetenschap, Universiteit van Amsterdam

1997–2003 Promovendus, ASCoR, Universiteit van Amsterdam

2001–2009 Universitair docent Communicatiewetenschap, Universiteit van Amsterdam

2004–2006 Researchmanager en consultant Kobalt, Amstelveen

2006–2010 Directeur Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie, Universiteit van Amsterdam

2009–2011 Associate Professor Persuasieve Communicatie, Universiteit van Amsterdam

2011–2018 Associate Professor Politieke Communicatie, Universiteit van Amsterdam

2010–2018 Gemeenteraadslid PvdA Amsterdam

2011–2012 Vice-fractievoorzitter PvdA Amsterdam

2012–2018 Fractievoorzitter PvdA Amsterdam

2018–heden Wethouder onderwijs, armoede en inburgering

Meer over