ProfielRijksbouwmeester Francesco Veenstra

Ondernemende denker met ‘te genuanceerde’ opinies

Per 1 september is Francesco Veenstra de nieuwe rijksbouwmeester. Wie is deze man, die niet graag het achterste van zijn tong laat zien?

Francesco Veenstra. Beeld Arenda Oomen
Francesco Veenstra.Beeld Arenda Oomen

‘Francesco Veenstra, een naam die laveert tussen de passie van het mediterrane en de nuchterheid van het Friese land’. Als de personificatie van die naam, ‘iemand die werelden verenigt en tegenstijdigheden omarmt’, zo omschreef Fred Schoorl, directeur van de Branchevereniging voor Nederlandse Architectenbureaus (BNA), in zijn afscheidsspeech de architect die na twee jaar BNA-voorzitterschap op 1 september rijksbouwmeester Floris Alkemade opvolgt.

Het grote publiek kent zijn naam (nog) niet, ook al heeft hij als voormalig partner van het wereldberoemde architectenbureau Mecanoo van architect Francine Houben tientallen bekende projecten gerealiseerd. Van de ‘Delfts-blauwe’ stationshal in Delft en de geknikte wolkenkrabber 52 degrees in Nijmegen tot de iconische bibliotheek in Birmingham.

Teamspeler

Veenstra ziet bouwen als een gezamenlijke onderneming. ‘Hij zal nooit de credits voor zichzelf opeisen’, zegt zijn vrouw Marjan Veenstra, met wie hij sinds zijn 17de samen is en drie kinderen heeft. Schoorl leerde hem kennen als iemand die ‘graag praat en net zo graag zwijgt – luistert’. Architect Ellen van der Wal, met wie Veenstra 22 jaar bij Mecanoo werkte en in 2017, samen met Paul Ketelaars, zijn eigen bureau Vakwerk Architecten oprichtte, omschrijft hem als een ‘denker’ die van aanpakken weet.

‘Mensen denken dat je de hele dag aan het schetsen bent’, zei Veenstra (1973) in een interview met het AD. ‘Dat dacht ik zelf vroeger ook, maar je schetst vooral in het weekend. De rest van de dagen ben je bezig het ook voor elkaar te krijgen.’

De rijksbouwmeester geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over de gebouwde omgeving. Veenstra doet dat al in het klein in zijn buurt, Rotterdam Overschie. In antwoord op de gemeentelijke vernieuwingsplannen voor de wijk, ontwikkelde hij samen met buurtbewoners een tegenvoorstel ‘om meer kwaliteit te realiseren’.

Alkemade koppelde als rijksbouwmeester architectuur aan grote maatschappelijke opgaven als woningnood, zorg en de toekomst van het platteland, en bracht met zijn lezingen inspiratie. Nu is het zaak om woorden in daden om te zetten, en dat is Veenstra met zijn ondernemingszin ‘op het lijf geschreven’, zegt Van der Wal.

Kennisdeling en samenwerking

Veenstra (geen mediterrane achtergrond) groeide op in Leeuwarden en wist al jong dat hij helikopterpiloot wilde worden. Toen hij niet door de pilotenselectie kwam, koos hij, geïnspireerd door het werk van de Friese architect Abe Bonnema, voor de hts-bouwkunde.

Hij liep stage bij Mecanoo in Delft waar hij een baan kreeg die hij combineerde met een opleiding aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. In 2007 werd hij partner bij Mecanoo, en zette het kantoor in Engeland op. ‘Op het werk stond hij naast Houben, in de publiciteit achter haar’, zegt Van der Wal.

Bij Vakwerk Architecten staat kennisdeling en samenwerking voorop. Met zijn compagnons verbouwde hij een voormalig ketelhuis in Delft tot het Vakwerkhuis, waarin ze zelf kantoor houden en werkplekken bieden aan jonge bedrijven. De koffiebar is Veenstra’s persoonlijke project. ‘Goede koffie vindt hij belangrijk’, zegt Marjan Veenstra, ‘maar koffie drinken is voor hem ook: contact leggen met mensen.’

Gezamenlijke belang

Als BNA-voorzitter zat hij tijdens de coronacrisis met bouwende partijen aan de lobbytafel in Den Haag. ‘Waar al die professionele belangenbehartigers vooral hun eigen boodschap ventileerden, probeerde Francesco daarvan los te komen’, vertelt Schoorl. ‘Hij bleef rustig, benoemde het gezamenlijke belang.’

Mede daardoor werd een oplossing gevonden, met als gevolg dat de bouwplaatsen open konden blijven. Annet Bertram, Directeur-Generaal van het Rijksvastgoedbedrijf, dat hem later benaderde als rijksbouwmeester, noemde zijn bijdrage ‘fris’.

Het Vakwerkhuis in Delft, dat Veenstra met zijn compagnons verbouwde en waarin ze naast een eigen kantoor werkplekken aanbieden aan jonge bedrijven. Beeld Vakwerk Architecten
Het Vakwerkhuis in Delft, dat Veenstra met zijn compagnons verbouwde en waarin ze naast een eigen kantoor werkplekken aanbieden aan jonge bedrijven.Beeld Vakwerk Architecten

Durft ‘verbinder’ Veenstra in zijn nieuwe rol op de voorgrond met de vuist op tafel te slaan wanneer het misloopt met de renovatie van het Binnenhof? Gaat hij een steen in de vijver gooien over de vastgelopen woningbouw? De columns die hij in 2018 en 2019 schreef voor Architectenweb zorgden nooit voor opschudding. ‘Hij is geen performer, neemt het publiek niet mee’, zegt Schoorl.

Architect Violette Schönberger stelde in haar column op de website dat de BNA onzichtbaar is in het woningdebat; waarom vertellen economen in plaats van architecten bij Nieuwsuur wat er moet gebeuren? Veenstra twitterde dat ‘er wel degelijk een gesprek was geweest’ met de Nieuwsuur-redactie, maar dat zijn opinie ‘te genuanceerd’ bleek ‘en dat hij daarom geen zendtijd kreeg. Van der Wal: ‘Soms moet je om iets te bereiken met oneliners of een statement komen.’

‘Topfit, running, food’, staat boven zijn twitteraccount. Hij is fanatiek duursporter, coachte het volleybal- en voetbalteam van zijn kinderen; zijn batterij lijkt nooit leeg. Van der Wal herinnert zich een voorval met een opdrachtgever die door de aannemer in het weekend met een lekkend dak was achtergelaten; Veenstra reed erheen om het zelf dicht te timmeren. ‘Iemand die deugt’, aldus Schoorl in zijn afscheidsspeech. Marjan Veenstra: ‘Soms denk ik: kom op jongen, we gaan gek doen, dansen. Dan zegt hij: doe jij dat maar.’

Meer over