Onder de guillotine

Beelden van publieke ophangingen in het Midden-Oosten lijken uit een andere tijd te komen. De werkelijkheid is dat West-Europa die deur nog maar net achter zich heeft dichtgetrokken, zo laat het Musée d’Orsay in Parijs zien....

Balkons en ramen van de omliggende huizen met goed zicht op de plaats des onheils zijn die juninacht van 1939 voor veel geld verhuurd. Het plein van Versailles verkeert de hele nacht in een feeststemming die nog wordt aangewakkerd als de laatste Parijse nachtbrakers er aanleggen om hun stapavond in stijl af te sluiten.

Het wachten is op Eugène Weidmann, die in de vroege ochtend zal worden aangevoerd om zijn hoofd op het hakblok te leggen. Er zijn problemen. Eerst blijkt de guillotine scheef gemonteerd en daardoor niet goed te werken. Als de beul er – bij de derde poging – in slaagt hoofd en romp te scheiden, dringen de dames naar voren om hun zakdoekjes in het bloed van de knappe misdadiger te dopen.

Een paar dagen later besluit de Franse overheid dat het genoeg is geweest. Weidmann, een moordenaar van vrouwen, is de laatste die in Frankrijk publiekelijk wordt geëxecuteerd. Voortaan zal de guillotine in alle discretie zijn werk doen, achter de muren van de gevangenis.

De tentoonstelling Crime & châtiment (misdaad en straf) in Musée d’Orsay in Parijs laat zien hoe kunstenaars vanaf de achttiende eeuw belangstelling opvatten voor de mens die de ander doodt. Als moordenaar, of als degene die van staatswege de doodstraf ten uitvoer brengt.

Beelden van publieke ophangingen in het Midden-Oosten, met lichamen die bungelen aan lantaarnpalen of hijskranen, lijken uit een andere tijd te komen en uit een rechtsorde die ver van ons af staat. De werkelijkheid is dat West-Europa die deur nog maar net achter zich heeft dichtgetrokken, en dat hij bij het minste verlies van waakzaamheid weer open kan schieten.

‘Straf, dat wil zeggen het gelegaliseerde en geritualiseerde lijden, opgelegd door justitie, fascineert de kunstenaar.’ Dat zegt Robert Badinter, inspirator van deze expositie en de man die als minister van Justitie onder president François Mitterrand ervoor zorgde dat Frankrijk in 1981 de doodstraf afschafte. Toen hij kort daarna een van de nog functionerende guillotines in een museum wilde laten veiligstellen, stuitte hij op een taboe. De apparaten bleken gedemonteerd of onvindbaar.

‘De guillotine, met zijn grote donkere armen en zijn glanzende snijvlak, heeft me altijd doen denken aan bloederige totems die toezagen bij de mensenoffers’, zegt Badinter. Een van die bloederige totems wordt in Orsay getoond. Een horizontale plank waarop de veroordeelde wordt vastgebonden, een mand om het hoofd in op te vangen, een schuin valmes van 37 kilo, dat van een hoogte van 2,25 meter met een vaart van 23,4 kilometer naar beneden suist Succes verzekerd.

De Franse overheid heeft aan het eind van de achttiende eeuw dringend behoefte aan een machine om het leven te beëindigen zonder dat daar martelen aan te pas komt; vierendelen is niet meer van deze tijd, vindt men. Dokter Joseph Ignace Guillotin levert in 1789 met zijn uitvinding vakwerk. Alleen al in Frankrijk zal de valbijl 50 duizend keer neersuizen, zonder mankeren.

Al vroeg in de negentiende eeuw stellen vooral schrijvers de vraag of de mens het recht heeft een ander het leven te benemen, zelfs als die ander een moordenaar is. De Franse schrijver en staatsman Victor Hugo (1802-1885) zal zijn leven strijden tegen de doodstraf, ‘dat eeuwige en speciale teken van de barbarij’. Hij doet dat in 1829 met het anonieme pamflet De laatste dag van een veroordeelde, maar ook met tal van verbazend moderne tekeningen van bijna vormeloze gestalten, in de duisternis bungelend aan een galg. En terwijl schrijvers als Alexandre Dumas (1802-1870) noteren hoe onthoofde lichamen soms nog meters lopen alvorens ineen te zijgen, raken schilders geobsedeerd door de uitdrukking op die losse hoofden, die nog lijken te reageren op hun naam, of op een vinger die naar de ogen wordt gestoken.

Op 27 december 1908 publiceert Le Petit Journal op zijn voorpagina een tekening van een snoodaard die, in het aangezicht van zijn beoogde slachtoffer, zijn mes uit de handen laat vallen. Ongetwijfeld denkend aan de straf die hem boven het hoofd zou hangen. Heel verstandig dat het parlement zojuist met 330 tegen 201 stemmen afschaffing van de doodstraf heeft verworpen, wil de krant maar zeggen. In Frankrijk is een hele industrie op gang gekomen van kranten die leven van het navertellen van gruweldaden en van de voltrekking van de straf. Een moeder die haar kind ombrengt, een Italiaanse dagarbeider die een gendarme in de kastanjeoven stopt, een wurger met een donkere cape – het wordt tot in de details beschreven en getekend. Hier vloeit geen inkt maar echt bloed, oordeelt schrijver Honoré de Balzac (1799-1850) goedkeurend.

Heel, heel langzaam wint het inzicht terrein dat men zich moet verdiepen in de motieven van daders, dat omstandigheden een rol kunnen spelen, dat niemand als moordenaar wordt geboren. Verrassend duikt dan ineens op de tentoonstelling dat beroemde beeld van een danseresje op, gemaakt door Edgar Dégas (1834-1917). Niet omdat ze zo ontroerend met haar armen op de rug de wereld inkijkt. Nee, wat Dégas hier wil laten zien is een slachtoffertje van de omstandigheden, een kansarm meisje van 14, dat alleen al door haar afkomst is veroordeeld tot prostitutie en landloperij.

Met een verrassende Willink uit 1933 – mannen in pak op een schavot, een van hen leest met samengebonden benen een laatste brief voor; de strop ligt klaar – betreden we de moderne tijd. Die wordt het indringendst belichaamd door de elektrische stoel van Andy Warhol, een even majestueuze als koele weergave van het instrument.

Intussen blijft de doodstraf in Frankrijk de gemoederen verhitten. Met grote belangstelling wordt dezer dagen de zaak gevolgd van Hank Skinner (48), een Amerikaan die al jaren in een dodencel in Texas zit. Onlangs was het zijn beurt, maar een uur voordat de dodelijke injectie zou worden toegediend, besloot de staat de zaak nog eens te onderzoeken. Skinners Franse echtgenote – ze leerden elkaar kennen terwijl hij vastzat – dringt al jaren aan op DNA-onderzoek. Of dat onderzoek er komt, is niet bekend.

Crime & châtiment (misdaad en straf). Musée d’Orsay Parijs. Tot en met 27 juni.

Meer over