ReportageAyoub Louihrani op de boerderij

Ondanks de faam wil vloggende boer Ayoub nog steeds één ding: een eigen boerderij

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

De verveling sloeg toe, dus besloot Ayoub Louihrani te vloggen over zijn werk op een melkveehouderij. Sindsdien krijgt hij tijdens het melken telefoontjes van tv-makers. De Volkskrant ging langs bij de vrolijke boer.

Bij twee drachtige koeien stopt Ayoub Louihrani met lopen. ‘Een kalf ter wereld brengen is het allermooiste wat er is. Deze twee gaan binnenkort bevallen, dan scheiden we ze altijd van de rest. Je ziet dat ze helemaal moe zijn van al het gewicht dat ze bij zich dragen. Soms hebben ze een tekort aan calcium. Dan kunnen ze niet meer opstaan. Je doet dan een bolus erin, dat is een soort pil met magnesium en calcium.’

In de stal van boer Jan Wiedemeijer in Broekermeer, ten noorden van Amsterdam, vertelt Ayoub (22) over zijn liefde voor het boerenbedrijf. Dat kan hij goed. Deze zomer, verveeld door corona, begon hij vrolijke filmpjes te maken over het boerenleven. Na een paar weken was Louihrani landelijk bekend, niet in de laatste plaats omdat hij beweert de enige boer van Marokkaanse komaf in Nederland te zijn. Zijn interview met de regionale omroep NH Nieuws werd overal opgepikt, van Jinek tot Geenstijl.

Binnen een mum van tijd had hij duizenden volgers op Instagram en sprong de televisiewereld op hem. Twaalf tv-producenten benaderden Louihrani om een format rond hem te bedenken. ‘In die tijd was ik gewoon aan het werk op de boerderij, dan zat ik op de trekker met oortjes in en nam ik op als iemand belde. Vaak was het dan zo’n producent. Dan zei ik: is goed, laten we over een uurtje koffiedrinken.’

Momenteel zit hij in de afrondende fase van een format voor een grote zender. Meer wil hij er nog niet over zeggen. Hij heeft een tijdje vrij genomen van het boeren om zich volledig te kunnen richten op een carrière in de media. Hij speelde al een rolletje in de videoclip van In de schuur, een liedje van Ronnie Flex en Snelle. En hij maakte reclame voor Aziatische borrelnootjes met Vjèze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig. Verliest hij zijn grote liefde, het boerenleven, niet uit het oog als hij zich zo richt op de showbizz?

Op een druilerige middag in november haalt Louihrani samen met zijn broertje de verslaggever op in Amsterdam-Oost om naar Broekermeer te gaan. Hij woont om de hoek, was de ontdekking vooraf aan de telefoon, en is de moeilijkste niet. ‘Ik ben een stadsjongen én een boerenjongen’, zegt hij, terwijl hij de stad uit rijdt. Opgegroeid in Oost en kind van migranten uit Marokko, praat hij in een mengeling van plat Amsterdams (‘Juistem, gap!’) en straattaal (‘gekke doekoe’).

In twintig minuten rijden we naar de boerderij, waar de Jack Russels van boer Wiedemeijer om de auto heen cirkelen en even later blaffend stokken neerleggen voor de voeten van de gasten. Louihrani heeft zijn gewone stadskloffie aan: spijkerbroek, leren jas, Nikes, haren netjes in het vet. Hij deelt blauwe zakjes uit, zodat de schoenen niet vies worden, en geeft een rondleiding langs de melkmachines, melktank, pasgeboren kalfjes en koeien in de stal.

Zolang hij zich kan herinneren, houdt hij van dieren. Thuis mocht hij alleen goudvissen en parkieten hebben, dus ging hij bij een kinderboerderij in de buurt naar geitjes kijken. Op de middelbare school had hij een lerares wier man boer was. ‘Hoeveel kost een koe?’, vroeg hij. Zoek maar op, zei ze. Op Google vond hij het antwoord: 1.500 tot 2.500 euro. Hij ging naar een zorgboerderij in Amsterdam-West en begon de koeien te tellen. ‘Ik telde een flink bedrag bij elkaar.’

Bij hem op het vmbo koos iedereen dezelfde richtingen toen ze stage moesten gaan lopen: sport, ict, administratie of boekhouding. ‘Al dat soort ongein. Ik dacht: ik kan niet gaan doen wat de rest doet.’ Hij besloot zijn twee weken snuffelstage bij een boer te doen en belde twaalf boerenbedrijven. Sommigen hingen meteen op toen ze zijn naam hoorden. Anderen zeiden dat ze niemand nodig hadden. Tot hij boer Jan Wiedemeijer belde. ‘Bij hem kon ik terecht.’

‘Hij deed het boven verwachting goed’, zegt Wiedemeijer, die er tijdens zijn werk even bij is komen staan in de stal. ‘Hij pikte het snel op. En klaagde niet. Als hij stront moest scheppen, dan deed hij dat. Ik liet hem helemaal meedraaien. Hij moest vaak ’s morgens vroeg de koeien melken, dan wist je zeker dat hij op tijd kwam.’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

De twee weken bevielen zo goed dat hij daarna een heel schooljaar stage ging lopen bij ‘boer Jan’. En toen hij later op de landbouwschool in Alkmaar zat, kon hij weer bij Jan terecht voor een stage. De school belde Wiedemeijer na de aanmelding van Louihrani. ‘‘Is hij wel serieus met dat boeren?’, vroegen ze aan mij. ‘Meent hij het wel?’ Dat had ik nog nooit meegemaakt. Eigenlijk wel erg. Dat ze het vreemd vinden dat een jongen met een Marokkaanse achternaam boer wil worden.’

Op de landbouwschool was hij de enige leerling met een kleurtje. En ook op de agrarische beurzen waar ze met de klas heen gingen zag hij alleen maar witte gezichten om zich heen. Bijna al zijn klasgenoten waren bovendien opgegroeid op een boerderij. Ze hadden het boerenleven vanaf de wieg meegemaakt en zouden ooit de boerderij van hun ouders overnemen. ‘Dat is eigenlijk de enige manier om in Nederland je eigen boerenbedrijf te hebben’, zegt Louihrani. ‘Het kost ruim een miljoen euro om een boerderij over te kopen of op te starten.’

Zijn klasgenoten hadden dus een kennisvoorsprong op Louihrani. ‘Dat kan een nadeel wezen’, zegt Wiedemeijer, ‘maar ook een voordeel. Je wordt door je ouders opgeleid, van huis uit doe je het boeren op een bepaalde manier. Dat hoeft niet per se de beste manier te zijn.’

Louihrani: ‘Ja, maar m’n vader doet het zo, zeiden ze vaak op school. Ik had dat gelukkig niet. Ik was open-minded.’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Zo ziet hij wel vaker de positieve kant van dingen in, hij wil geen klager zijn. ‘Ik vond het niet erg om de enige Marokkaan op school te zijn of om geen rolmodel te hebben. Ik moest misschien iets harder mijn best doen, maar het was ook wel leuk dat ik anders was.’ Hij is geneigd niet te snel iets als racistisch te benoemen. ‘Als een boer kwaad spreekt over een bepaalde groep, kun je hem dat niet kwalijk nemen. Zo’n boer zit 24/7 op zijn boerderij, die kent geen andere wereld.’

Louihrani hoopt dat het hem ooit lukt een eigen boerderij in Nederland te hebben, maar als dat er niet in zit, wijkt hij uit naar Marokko. Een oom van hem is daar boer, ‘een akkerbouwer, dus helaas zonder dieren’.

Tot die tijd werkt Louihrani als invalboer. Als Wiedemeijer op vakantie gaat, schakelt hij Louihrani in om de honneurs waar te nemen op de boerderij. Zo heeft hij meerdere adresjes die bij hem aankloppen. Hij werkt niet graag onder een baas en houdt van de vrijheid die hij op deze manier heeft. En in de tijden dat hij zonder klus zit, werkt hij soms als uitzendkracht bij de technische dienst van Schiphol. Al is dat nu niet nodig.

Nu is hij een internetfenomeen. Tijdens corona ontstond het idee voor een vlog. Louihrani: ‘Er was vrij weinig te doen. Mensen vroegen al vaak aan me: wat doe je op zo’n boerderij? Dus ik heb gewoon een filmpje gemaakt.’ Dat zette hij op YouTube onder de naam True Fellah, een woordspeling op het Marokkaanse woord voor boer, fellah, en het Engelse fella, vrij vertaald: gozer.

Wiedemeijer vond het ‘wel grappig’ dat Louihrani begon te vloggen. ‘Hij is er het type voor. Hij heeft een heel vriendelijke uitstraling. Hij is rap van tong. Het komt heel positief over wat hij allemaal doet.’ En toen werd Louihrani opeens bekend. ‘Ja, dat ging erg snel. Werd hij gevraagd voor de tv, voor dit en voor dat. Ik vroeg me af: gaat dat altijd zo met artiesten? Het is ook wel een apart verhaal, natuurlijk.’

Ja, boer Ayoub viel op. Nadat hij een interview aan de agrarische site Nieuwe Oogst had gegeven, kwam NH Nieuws een item schieten. In dat filmpje van drie minuten crosst hij op een quad over de velden, voedt de kalveren en vertelt aanstekelijk over het boeren. ‘Mijn vrienden dachten in het begin: die man is gek, wat boer? Dan moet je poep opruimen. Dus ik zeg: ja joh, kan gewoon. Nu komen ze bij mij op de boerderij chillen, weet je. Dan vinden ze het opeens wel relaxed. De stilte, de rust.’

Hij ging viral, kreeg bezoek van meerdere tv-ploegen en zat een paar dagen later aan tafel bij Op1. Overal bleef hij zichzelf: nuchter, spontaan en totaal niet zenuwachtig. Opeens begonnen BN’ers en influencers hem te volgen op Instagram en kreeg hij privéberichten van mooie vrouwen. Hij ging er niet op in. ‘Ze zijn in m’n DM’s (berichteninbox, red.) geslided, maar ze zijn uitgegleden.’ Hij lacht. Dan serieus: ‘Vroeger zagen ze me ook niet staan, dus nu kunnen ze het vergeten.’

null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Als jongen van een jaar of 13 werd hij gepest omdat hij klein was. ‘Ik was een makkelijk doelwit. Ik was zo dun dat een windvlaag me omver kon blazen. En ik had geen oudere broers. Toen ben ik naar een andere school gegaan en ben ik gaan trainen.’ Nu is hij nog steeds niet langer dan 1,65 meter, maar wel breed. In het introfilmpje van zijn YouTubekanaal spant hij zijn flinke biceps aan.

Hij is zomaar een rolmodel geworden. De jongens uit de buurt die hij vroeger kickboksles gaf, zien dat ‘meester Ayoub’ een bekende boer is geworden. ‘Dat is goed voor ze, dan zien ze dat het ook anders kan. Ik kreeg ook een bericht op Instagram van een mevrouw die een Irakese buurjongen heeft. Zij zei dat ik hem zodanig had geïnspireerd dat hij stage was gaan lopen bij een boer. Ze stuurde een foto van hem in zijn blauwe overall. Dat is heel leuk om te horen.’

Louihrani kreeg zo veel verzoeken binnen van agrarische bedrijven die wilden samenwerken en tv-makers die een format om hem heen wilden bouwen dat hij een manager in de arm moest nemen. Van zijn management moet hij nu proberen elke dag wat te posten voor zijn 19 duizend volgers op Instagram. ‘Het is nog een beetje wennen. Ik vind het soms awkward om telkens m’n telefoon erbij te moeten pakken.’

Drijft hij niet af van het boerenleven met al die afleiding? Nee, denkt boer Jan Wiedemeijer. ‘Hij gaat nu kijken wat op zijn pad komt, maar ik denk dat het zijn streven blijft om een eigen boerderij te hebben.’ Louihrani knikt. ‘En als ik zelf niet meer boer ben, dan zal ik het in de media altijd over het boerenleven hebben.’

Echt de enige?

Is Ayoub Louihrani werkelijk de enige boer in Nederland van Marokkaanse komaf, zoals hij beweert? Bij boerenvakbond LTO kent de woordvoerder geen andere Marokkaanse-Nederlandse boeren. Maar er werken vast Marokkaanse-Nederlanders in de agrarische sector, denkt hij. En wanneer ben je precies boer? Sommigen zeggen dat Louihrani zichzelf eigenlijk geen boer kan noemen, omdat hij geen eigen boerderij heeft.

Meer over