Oeuvre van lichtheid in een zware wereld

De Stichting P.C. Hooft-prijs heeft schrijfster Joke van Leeuwen gisteren de Theo Thijssen-prijs voor kinder- en jeugdliteratuur 2000 toegekend voor haar hele oeuvre....

Hanneke de Klerck

HIJ wilde, zei Joke van Leeuwen (1952) eens over haar favoriete schrijver, Italo Calvino, 'aan de zware wereld nadenkende lichtheid geven'.

Lichtheid in een zware wereld - dat is een omschrijving die ook kan gelden voor het werk van Van Leeuwen zelf. Haar hoofdpersonen zijn vaak nogal eenzame kinderen die hun vertrouwde omgeving achter zich laten. Ontroerend zijn Van Leeuwens verhalen altijd, maar treurig eigenlijk nooit - daarvoor is de manier waarop zij, in tekst en in beeld, die verhalen vertelt te luchtig. De ondertoon mag nog zo melancholiek zijn, te (glim)lachen valt er altijd.

Zoals in Kukel. Kukel heeft geen ouders, alleen zeven zussen, en denkt dat hij het kind is van de kinderloze koningin. Kukel staat vol met van die typische Joke-van-Leeuwenzinnetjes, springerig en nuchter. 'Misschien hadden ze hem toevallig een keer gevonden', staat er, als Kukel twijfelt of hij wel bij zijn zussen hoort. 'Of misschien hadden ze hem uit het opvanghuis gehaald, ooit, toen hij nog heel klein was en ze hem nog leuk vonden.'

De jury van de Theo Thijssen-prijs noemt Joke van Leeuwen 'een veelzijdig auteur met een omvangrijk oeuvre dat zich kenmerkt door een bijzonder samenspel van woord en beeld'. Door die combinatie van schrijven en tekenen belandde Van Leeuwen bij de kinderboekenschrijvers. Haar interesseert het onderscheid tussen kinder- en volwassenliteratuur weinig. Haar boeken, zegt ze, zijn voor wie ze maar lezen wil.

Tekeningen zijn in Van Leeuwens werk geen illustraties bij de tekst, maar integraal onderdeel van het verhaal. Vliegt bij iemand een vogelmeisje door het raam naar binnen, dan is er geen echte verbazing, want onverwacht bezoek werd eigenlijk altijd al verwacht. 'Zo een bijvoorbeeld' (volgt een tekening van een jongetje aan het plafond). Andere tekeningen gaan verder dan de tekst. Als Van Leeuwen constateert dat aaien en lekkere hapjes troostend werken, oppert ze meteen dat een aai met een lekker hapje dubbel veel troost zou kunnen bieden. Uit de tekening blijkt waarom dat niet kan: daar zit een kaal mannetje te huilen, terwijl een ander hem troostend over het hoofd aait met een hand vol kleverige zoetigheid.

Van Leeuwen werkt sinds eind jaren zeventig aan een divers, maar zeer eigen oeuvre. Ze schreef twee gedichtenbundels en twee kinderboekenweekgeschenken, en een reeks kinderboeken, zoals niet wiet wel nel (voor beginnende lezers), Iep! over een meisje dat eigenlijk een vogeltje is, maar toch ook heel erg een meisje, Kukel, Bezoekjaren, of het 'literaire stripboek' De wereld is krom maar mijn tanden staan recht. Ze kreeg er vele Griffels en Penselen voor, twee keer de Woutertje Pieterse-prijs (voor Iep! en Bezoekjaren), en de Cees Buddingh'-prijs voor haar dichtbundel Laatste Sprekers. De Theo Thijssen-prijs, 75 duizend gulden voor de auteur en 50 duizend gulden te besteden aan een literair doel, krijgt Van Leeuwen dit najaar uitgereikt.

Meer over