MIJN CORONAJAARNelson Kwajé

Nog nooit zag Nelson Kwajé mensen zo veel nepnieuws zo klakkeloos voor waar aannemen

Nelson Kwajé: ‘De crux van ons werk is dat we niet zozeer kijken naar wát er wordt gezegd, maar naar de impact, de verspreiding ervan.’ Beeld David Mwihuri
Nelson Kwajé: ‘De crux van ons werk is dat we niet zozeer kijken naar wát er wordt gezegd, maar naar de impact, de verspreiding ervan.’Beeld David Mwihuri

De Zuid-Soedanese Nelson Kwajé smoort met zijn factcheckteam online misleiding over corona in de kiem. Hij werd door de VN verkozen tot een van de honderd meest invloedrijke jonge Afrikanen.

Videobeelden van een overvol bootje dat even voor de kust van Soedan kapseist, waarna de opvarenden in zee belanden. De begeleidende tekst: ‘Landen dumpen dode én levende coronapatiënten in de oceaan, dus wie besmet is, doet er verstandig aan dat geheim te houden. Bovendien raken vis en zeevruchten geïnfecteerd, die kun je beter niet eten.’

Nelson Kwajé monitorde voor de organisatie Defy­hatenow haatberichten in conflictgebieden, toen hij in het voorjaar andere misleidende informatie zag opduiken: berichten over corona. Zoals het nepnieuws dat de Verenigde Naties covid-19 doelbewust in Zuid-Soedan verspreiden. ‘En dat was nog voor de eerste besmetting was vastgesteld’, zegt de 28-jarige Kwajé via Zoom vanuit zijn werkplek in Zuid-Soedan. De polarisatie en potentiële ontwrichting waren voor hem direct duidelijk: mensen riepen op tot vergelding en dreigden VN-bases te bestormen. Er moest worden ingegrepen, besloot hij. Kwajé tuigde met zijn netwerk een groep factcheckers op die onder de hashtag #211check (211 is de landcode van Soedan) coronagerelateerde berichten verifieert en corrigeert. Inmiddels geeft hij leiding aan acht professionele factcheckers die fulltime werken, verder hebben 120 vrijwilligers zich aangesloten. Onder hen dokters, ambtenaren, douaniers, beleidsmakers, journalisten en techneuten. Eind oktober kreeg Kwajé te horen dat hij door de VN was verkozen tot een van de honderd meest invloedrijke jonge Afrikanen.

Mijn coronajaar

Hoe greep corona in op onze levens? Het jaar gevat in twaalf interviews, van de gevallen minister die voor één keer zijn verhaal doet tot de virusjager die het virus net niet ontdekte en van de verhuurder van privéjets (die zijn beste omzet ooit draaide) tot de bestrijder van nepnieuws in Zuid-Soedan.

Niet eerder zag hij mensen ongefundeerde en gevaarlijke berichten zo klakkeloos voor waar aannemen en verspreiden. ‘Berichten met misleidende gezondheidsinformatie, tips om knoflook en citroen te stomen en te eten. Of gevaarlijker: kerosine of bleekmiddel te drinken, zand te eten.’ Ook werden minderheden als schuldige aangewezen voor het binnenbrengen en verspreiden van covid-19. ‘In Zuid-Soedan bestaat spanning tussen autochtonen en ‘internationalen’, meestal witte buitenlandse werknemers die veel reizen voor hun werk bij ngo’s en multinationals. Er verschenen berichten dat witte mensen geld verdienden door het virus moedwillig te verspreiden.’ Het nepnieuws trof ook de overheid. ‘De regering zou de besmettingscijfers kunstmatig ophogen en het virus doelbewust laks bestrijden, zodat de ziekte met name onder de arme bevolking veel slachtoffers zou maken en de overheid extra financiële steun zou krijgen van organisaties als de WHO en het IMF ’

Zodra Kwajé en de factcheckers een twijfelachtig bericht zien of erover worden getipt, checken ze de informatie bij officiële organisaties. ‘Wat zegt de WHO erover, of wat melden de officiële kanalen van de overheid?’ Vaak leggen ze zelf contact om het te controleren.

‘Facebook, WhatsApp en andere platforms voor sociale media zijn de grootste informatiekanalen in Zuid-Soedan. Berichten worden geplaatst zonder context en weinig mensen controleren de bronnen. Veel nepnieuws gaat rond via besloten groepen op Whatsapp. We proberen ons zoveel mogelijk te mengen in groepen en zo snel mogelijk te reageren.’

Reikwijdte

Voor het bestrijden van online nepnieuws is het belangrijkste criterium niet wat er wordt beweerd, maar de reikwijdte van de berichten. ‘De crux van ons werk is dat we niet zozeer kijken naar wát er wordt gezegd, maar naar de impact, de verspreiding ervan.’ Kwajé vergelijkt het monitoren van het publieke debat met toezicht houden op een voetbalstadion: er zijn duizenden toeschouwers aanwezig, maar bepaalde supporters ­genieten bekendheid en zijn invloedrijk. ‘Zij hebben de megafoon in de hand en zetten de liederen in. Hen moet je monitoren, want mensen volgen hun berichten. We komen in actie als de publieke opinie bedreigd wordt, als een onjuist bericht wijdverspreid is, of betrekking heeft op overheidsbeleid of mensen in gevaar kan brengen. Je moet dan niet alleen de berichten verifiëren en melden dat er zaken niet kloppen, maar vooral de mensen met de megafoons verantwoordelijk maken voor het corrigeren van de berichten.

null Beeld David Mwihuri
Beeld David Mwihuri

‘We kunnen ons werk alleen goed doen als onze geloofwaardigheid buiten kijf staat en we moeten zo betrouwbaar zijn dat ieders woord het aflegt tegen het onze.’ Daarom moeten ze extreem transparant zijn, zegt Kwajé. ‘Het gaat er niet om wat wij vinden of zeggen, maar dat we melden op basis van welke feiten en bronnen berichten niet kloppen.’ In het geval van de kapseizende boot controleerden factcheckers de broncode van de video. Het bleek een opname uit 2014 van een migrantenboot voor de kust van Libië. ‘Dan is het zaak de correctie zo snel en zo vaak mogelijk te verspreiden.’

Vijanden

Met zijn werk maakt Kwajé ook vijanden. ‘Ik ontvang hatemail, maar berichten over mij zijn er vooral op gericht mij in diskrediet te brengen en de geloofwaardigheid van ons collectief te ondermijnen.’ Die aantijgingen komen niet alleen van mensen die geloven dat het virus nep is of van mensen die hun berichten weersproken zien worden. ‘Er zijn in Zuid-Soedan overheidsorganisaties die investeren in media die het imago van hun belangrijke functionarissen witwassen, ook die produceren nepnieuws. Als wij dat aantonen, roepen wij hun woede over ons af.’

Nu moet Kwajé de organisatie verder professionaliseren. Hij wil meer factcheckers opleiden, zodat elke provincie van Zuid-Soedan een kantoor heeft. Kwajé wil ook een hoofdredacteur aanstellen. Dat brengt hem en zijn kleine team de nodige verlichting, hoopt hij, want sinds maart is hij eigenlijk non-stop aan het werk: zijn wekker gaat om 5 uur ’s ochtends, rond 12 uur ’s nachts gaat hij naar bed. En dat geldt eigenlijk voor ieder teamlid. ‘We hadden te veel hooi op onze vork dit jaar. Nu moeten we ons afvragen: hoe houden we dit op lange termijn vol?’

In oktober werd Nelson Kwajé (28) door de VN uitgeroepen tot een van de 100 meest invloedrijke Afrikanen. Sinds 2019 is hij directeur van Defyhatenow, een organisatie die online haatberichten in conflictgebieden bestrijdt.

Een reconstructie van het jaar waarin alles veranderde

Een nieuw normaal, wankelend beleid en dat ene hamstergebaar: scroll langs de belangrijkste momenten van het afgelopen coronajaar.

Meer over