Niks. Helemaal niks.

'Elke keer als je instapt ben je bang', zegt Marieke. Ze is een van de 150 verslaafde tippelprostituees in Amsterdam....

door Steffie Kouters

Ze weet nog dat ze de eerste keer in het AMC lag, en haar ouders haar bed voorbijliepen. Haar zusje schrok: 'Hè, Meike, ben jij dat?'

Het was Meike, zagen haar ouders toen ook. Ze woog alleen 40 kilo minder sinds ze was vertrokken uit haar Friese dorp naar Amsterdam. Waar de drugs makkelijk te krijgen waren en ze als mooie blondine achter elkaar de mannen kon oppikken om haar heroïne en cocaïne te betalen. Waar ze zwierf en maar bleef doorwerken omdat ze steeds meer drugs nodig had.

Een vriendin zei: 'Meike, je moet gaan shotten. Daar voel je veel meer van en het werkt ook veel langer dan gewoon roken.' De vriendin zette met haar eigen naald het eerste shot bij Meike. En nog steeds denkt Meike dat ze toen, alweer een jaar of dertien geleden, besmet raakte met het hiv-virus. 'Laat me hier maar blijven', dacht ze, toen de artsen van het AMC haar de uitslag van de bloedtest meedeelden. 'Ik ga toch dood.'

Meike leeft nog. Meike loopt nog. Meike tippelt nog - hoewel de laatste tijd maar heel af en toe, zegt ze. Ze is een van de ongeveer 150 verslaafde prostituees in Amsterdam die hun klandizie vooral oppikken achter het Centraal Station. Op de 'officiële' gedoogzone aan de Theemsweg - ingesteld omdat de gemeente een einde wilde maken aan het tippelen in het centrum - hebben ze niks te zoeken. Te ver weg, en bovenal: er is geen dope te krijgen.

'Ik werk altijd met condoom', vertelt Meike eerst. Maar: 'Het kan dat ie scheurt hè.' En dan: 'Luister eens, als je ziek begint te worden omdat je geen dope meer hebt doe je het zonder condoom hoor. Ook al zijn het getrouwde mannen. Ze weten zelf wat ze doen. Ze weten zelf waar ze 'm instoppen. Ik hoef me niet te schamen. Ik hoef geen tekst en uitleg te geven.'

Het is de eerste en enige keer tijdens het gesprek dat er emotie doorklinkt in haar stem. Ze praat monotoon, slepend, slaperig. Soms valt ze weg. Dan zie je alleen nog maar het wit van haar ogen, en valt haar hoofd voorover. 'Waar hadden we het over?', vraagt ze als ze weer bijkomt. 'Er zit zoveel in mijn hoofd dat ik wil vertellen.'

De 39-jarige Meike is inmiddels - net als de meeste andere van deze vrouwen die als de paria's van de samenlevingdoor Amsterdam dwalen - verslaafd aan de Nederlandse variant van crack. De kant en klare gekookte coke die je alleen maar in een base-pijpje hoeft te stoppen, aan te steken, inhaleren, om wakker te worden in de hemel. Maar al na een minuut of zes zijn de engelen verdwenen. Dan volgt de intense triestheid, en de opgefokte stemming: ik moet meer hebben, meer, meer, meer, een gevoel dat zwaar wordt versterkt door de eerste ontwenningsverschijnselen.

Het gevoel dat Marieke nu heeft. Ze zweet, en klemt haar handen onder haar bovenbenen, op een bank achter het CS. Ze probeert je recht aan te kijken, maar het lijkt alsof ze niets ziet. Ze is ziek aan het worden, ze heeft vandaag nog niks gehad. 'Kwaad word je daarvan. Opgefokt. Agressief.'

Vandaag is ze vooral erg boos op zichzelf. Dat ze het zover heeft laten komen. Dat ze alleen nog maar leeft voor de dope. Dat ze de hoer moet spelen, terwijl ze eigenlijk zo graag gewoon een leuk huisje en een leuke man en normaal werk had gehad.

Marieke belandde pas in de prostitutie nadat de 'base-coke' op de Nederlandse markt kwam, ongeveer drie jaar geleden. 'Het is makkelijker, sneller, dan zelf je cocaïne koken op straat.' Zelf cocaïne koken last nog een rustpauze in. Met crack kun je maar door blijven gaan, vertelt ze. Moet je bijna wel door blijven gaan. Want: 'Als je het niet hebt word je zieker dan van andere drugs.' Dus was het heel, heel moeilijk om voor de eerste keer haar lichaam te verkopen, maar niet onoverkomelijk. 'Je móet geld verdienen. Maakt niet uit hoe.'

Opstaan, naar het CS, klant oppikken en scoren, weer een klant oppikken en scoren, beschrijft ze haar huidige levensritme. Soms gaat ze drie, vier nachten achter elkaar door. Totdat ze instort en 17 uur achter elkaar slaapt. Waar ze slaapt is niet duidelijk. Ze heeft een kamer, zegt ze eerst, maar tien minuten later vertelt ze dat ze uit haar huis is gezet vanwege een huurschuld.

Als Marieke iets vertelt waarover ze zich schaamt, wendt ze haar hoofd af. Met haar rug half naar je toe gekeerd praat ze over mannen die er vooral op uit zijn vrouwen op te pikken die ze kunnen vernederen. Die de gekste dingen willen; over haar heen poepen, over haar heen plassen, haar onderbroekje willen meenemen.

Ze vertelt over de klant die heel normaal leek, maar een metamorfose onderging op het moment dat hij zijn auto eenmaal buiten Amsterdam had geparkeerd. Hij wilde zoenen, nare pijnlijke seks, en bleef maar doorgaan. Ze mocht de wagen pas uit om terug naar het station te lopen toen ze hem zijn 50 gulden had teruggegeven. 'Elke keer als je instapt ben je bang.'

Marieke leidt een leven 'in cirkeltjes' zegt ze. Ze heeft geen contact meer met haar familie. Ze heeft eigenlijk met niemand meer geestelijk contact. Ook niet met de andere vrouwen op straat. Want leven op straat is ieder voor zich. Ze zou er zo graag uit willen komen, gewoon-normaal leven, maar wie helpt haar? Wie kán haar helpen? 'Ik ga kapot en wil eigenlijk alleen nog maar janken, janken, janken.'

Over haar verleden vertelt ze weinig. Er is niks om over te vertellen, want er was ook niks aan de hand thuis, zegt Marieke. Ze koos alleen de verkeerde vrienden uit. 'Bijdehandjes.'

De 45-jarige Mirjam praat wel graag over haar achtergrond. Alleen lijken fantasie en werkelijkheid bij haar door elkaar heen te lopen. Ze valt onder de groep tippelprostituees met psychiatrische problemen. Mirjam heeft het vermoeden dat haar ouders eigenlijk pleegouders zijn, vertelt ze, in een voormalig klooster van het Leger des Heils waar ze, gelukkig, na jaren en jaren zwerven, een eigen kamer heeft. 'Ik geloof dat mijn pleegmoeder me uit een kinderwagen heeft gestolen.'

De blondine met de rastavlechtjes denkt ook dat ze van oorsprong Française is, en negroïde bloed heeft. Als bewijs laat ze de binnenkant van haar - blanke - armen zien en duwt op een rode, ontstoken, eeltige plek waar te vaak met een naald in is geprikt: 'Zie je? Daaronder is het donker hè?' Ze hijgt licht en zweet erg. Mirjam heeft vandaag nog geen gekookte coke gehad. Ze lag in bed. 'Ik had geen geld om naar buiten te gaan.'

Spuiten doet ze niet meer. 'Ik had geen aders meer.' Ze laat haar arm voelen. Die is strak, gespannen, alsof er harde schrijven onder de huid zitten. Met het roken van heroïne is ze gestopt, niet lang nadat de gekookte coke verkrijgbaar was. 'Heroïne downt, crack pept. Als je het rookt krijg je een geestelijk orgasme. Een flash naar je hoofd toe. Hemels. Daar kan niks tegenop.'

Vroeger was het veel gemakkelijker om aan geld te komen, zegt ze. 'Toen hadden de winkels nog geen alarms.' Nog steeds probeert ze de hoofdmoot van het geld dat ze nodig heeft - tussen de 150 en 250 gulden per dag voor gekookte coke - te verdienen met winkeldiefstal. De prostitutie vindt ze verschrikkelijk. 'Ik kan er niet tegen. Vooral niet als ik crack heb gerookt en ze zitten aan mijn lichaam. Als ze aan mijn borsten komen. Hrrrrr. Wie weet wat je daarvoor in je handen hebt gehad, denk ik dan.'

Maar bezweert ze, net als Marieke: ze doet het nóóit zonder condoom. 'Gisteren hebben we hier weer een meisje begraven dat is overleden aan aids. Ik ben er hartstikke bang voor.'

Meike weet dat 'andere meisjes' niet snel zullen toegeven dat ze hiv of al aids hebben en onveilige seks bedrijven. 'Ze schamen zich ervoor. Dat kan ik heel goed begrijpen. Maar je maakt mij niet wijs dat een meisje dat ziek is omdat ze zonder dope zit, een klant weigert omdat hij geen condoom omdoet.' Meer dan de helft van de mannen die straathoertjes meenemen willen juist seks zonder bescherming, vertelt ze. Ook die hele keurige mannen met kinderzitjes achterin de wagen.

Ze weet eveneens dat de meeste vrouwen op straat niet gemakkelijk oprecht zullen vertellen over hun achtergrond - volgens de politie is het overgrote deel van deze prostituees slachtoffer van incest. Meike vertelt zonder scrupules. Ze wil juist afrekenen met het verleden. Met die keren dat haar vader 's nachts naar haar kamer kwam. Haar moeder moet geweten hebben dat haar man zijn dochter bezocht, maar deed er niks tegen. 'Ze was bang van hem. Hij sloeg.'

Het ergste van alles vindt ze dat haar vader nog steeds ontkent 'die dingen' met haar gedaan te hebben. Haar moeder is inmiddels overleden. 'Ik kan me niet herinneren dat er ooit een glimlach in mijn leven is geweest', zegt Meike. 'Mijn leven is niks. Helemaal niks. Soms word ik huilend wakker en weet ik niet meer waarvan.'

Zijn het de herinneringen aan de mannen die SM met haar wilden, en haar maar bleven slaan, totdat ze zich na 'wel twee uur vechten', uit de auto wist te werken? Of aan die keren dat ze hoorde dat een meisje vermoord was, door zo'n zelfde type klant? 'Dan denk ik: dat kan mij ook gebeuren.'

Afkloppen, zegt ze. Meike wil niet meer werken. Ze kan het niet meer. Maar ze weet ook niet hoe ze nu aan geld moet komen. Ze is moe, zo moe, en heeft alleen nog maar dorst. Haar afweersysteem is bijna helemaal gesloopt. Per dag slikt ze 52 tabletten, vertelt ze. Een batterij aids-medicijnen en methadonpillen, die andere verslaving. Zelf denkt ze dat ze nog een half jaar, een jaar te leven heeft. 'Maar niemand die het weet.'

De tijd die haar rest zou ze graag doorbrengen met haar zusje, dat niks meer met Meike te maken wil hebben, ja, zelfs met haar vader die ze nog steeds niet kan loslaten. Het liefst van alles zou ze de laatste maanden van haar leven bij haar zoontje willen zijn. De baby die van haar werd afgenomen toen hij een half jaar oud was en die nu bijna 15 is.

Heel soms ziet ze Michel nog weleens, maar altijd is dan een van de twee pleegouders erbij. 'Waarom mag ik nooit alleen met hem zijn?', vraagt ze. 'Waarom mag hij nooit bij me slapen? Het is toch mijn kind?'

Het is moeilijk hem te zien, vindt ze. Wat heeft ze hem allemaal niet aangedaan. Ze heeft Michel verteld dat ze ziek is. Of hij het helemaal begrijpt weet ze niet. 'Hij denkt dat mijn bloed ziek is.'

Bang voor de dood op zich is ze niet, zegt ze. Ze vraagt zich alleen af wat haar aan de andere kant te wachten staat. En vooral: 'Hoe gaat het verder met Michel?'

Haar pupillen draaien weg; Meike valt even in slaap. 'Erg hè', zegt ze, als ze weer bijkomt.

Meer over