Nieuwe terreur ontkiemt in Atjeh

De dood van terrorist Dulmatin geldt als een succes. Maar dat hij een trainingskamp had, was een onaangename verrassing...

Van onze correspondentMichel Maas Michel Maas

JAKARTA De dood van de terrorist Dulmatin werd ruim een week geleden gevierd als het zoveelste succes van de Indonesische antiterreurbrigade Densus 88. De terreurgroep Jemaah Islamiyah was zijn zoveelste leider kwijt, en het kon niet lang meer duren voor er geen meer over zou zijn. Maar het tegendeel lijkt waar. De klopjacht op Dulmatin en zijn mannen heeft aan het licht gebracht dat in Indonesië wordt gebouwd aan een nieuwe terreurgroep, die er een heel nieuwe strategie op nahoudt.

Dulmatin werd doodgeschoten in een internetcafé aan de rand van Jakarta. Enkele handlangers werden niet ver daarvandaan van hun bromfiets geschoten. Deze spectaculaire actie trok alle aandacht, maar de eigenlijke strijd tussen de politie en de terroristen woedde intussen een heel eind verderop, in Indonesiës noordelijkste provincie Atjeh.

Daar bleek een legertje bezig met voorbereidingen voor terroristische acties van een heel ander soort dan Indonesië kende. De mannen planden niet langer zelfmoordaanslagen op hotels, ambassades en cafés, maar gewapende overvallen op belangrijke personen als het hoofd van de politie of de president.

De politie ontdekte het trainingskamp van deze groep diep verscholen in de bossen. De antiterreureenheid overviel de basis op 22 februari en trof daar zo’n vijftig zwaarbewapende mannen aan. Na een schietpartij vluchtten er tientallen de bossen in, maar de politie slaagde erin enkele mannen levend te vangen. Die leverden kostbare informatie, en brachten de antiterreurbrigade op het spoor van ene Mansur, die de lang gezochte Dulmatin bleek te zijn, op wiens hoofd de Verenigde Staten een losprijs van 10 miljoen dollar had gezet.

Dulmatin was een terrorist van het eerste uur. Geschoold in de jaren negentig in Afghanistan sloot hij zich aan bij Jemaah Islamiyah. Hij was erbij toen die groep in 2002 in Bali een café en een discotheek opblies, en daarbij 202 vooral jonge toeristen doodde. De politie had de meeste daders snel te pakken, maar Dulmatin ontsnapte en week uit naar de Filipijnen, waar hij onderdook bij het Moslimbevrijdingsfront van Mindanao. Later sloot hij zich aan bij de radicalere terreurgroep van Abu Sayyaf, die het eilandje Jolo en omstreken beheerst.

Toen vorig jaar Noordin M. Top werd doodgeschoten, keerde Dulmatin terug naar Indonesië om de leiding van Jemaah Islamiyah op zich te nemen. Hij bracht niet alleen zijn kennis van het maken van bommen mee, maar ook de manier van oorlogvoeren zoals hij die in de Filipijnen had geleerd: een open oorlog met militaire acties in plaats van zelfmoordaanvallen. Hij begon met het recruteren van soldaten, en bracht een eerste groep naar Atjeh. Volgens de Indonesische politie hadden de mannen plannen om daar het VN-kantoor en enkele politie- en legerposten te overvallen.

De keus voor Atjeh lijkt de grootste misrekening van de terroristen te zijn geweest. De provincie is net hersteld van een burgeroorlog, die meer dan dertig jaar heeft geduurd, en de bewoners lijken niet gelukkig met de dreiging van nieuw geweld. Het trainingskamp werd ontdekt door lokale Atjeeërs, die meteen de politie waarschuwden. Die politie heeft een grootscheepse klopjacht opgezet en al bijna veertig terroristen opgepakt of gedood.

De ontdekking van de basis in Atjeh en de terugkeer van Dulmatin kwamen als een verrassing. Zelfs Sidney Jones, een onderzoekster die van de studie van Jemaah Islamiyah haar levenswerk heeft gemaakt, kwam tot de conclusie dat de terreurbeweging meer veerkracht had dan zij had gedacht. ‘De ontdekking van een trainingskamp in Atjeh kwam voor mij als een complete verrassing, en geeft ons veel om over na te denken’, schrijft zij in een artikel in het weekblad Tempo.

Een van de lessen is, dat de nieuwe groep niet meer uit ‘oudgedienden’ van Jemaah Islamiyah bestaat, maar uit leden van nog veel radicalere splintergroepen. Die groepen blijken bovendien veel meer dan bekend was, contacten te onderhouden met buitenlandse groepen als Al Qaida en de Taliban in Afghanistan en Pakistan, met de Filipijnse terreurbewegingen, en mogelijk zelfs met groepen in het Midden-Oosten en Afrika.

Ook het idee dat het aantal potentiële leiders met de dood van Dulmatin en zijn voorgangers langzaam opraakt, blijkt onjuist. Een nieuwe generatie staat klaar, en de kinderen van de terroristen worden er – in een netwerk van pesantren, islamitische kostscholen – op voorbereid het werk van hun vaders over te nemen. Dulmatin had zijn kinderen al naar zo’n school gestuurd.

De Indonesische politie zit de terroristen op de hielen, en boekt daarbij successen. Maar het terrorisme is volgens Jones niet uit te roeien als niet ook iets wordt gedaan aan de pesantren en aan de radicale islamitische leermeesters die hun theorieën doorgeven aan nieuwe generaties.

Meer over