Betere buurtSoumaya Bazi

Nieuwbouwpaniek: ‘Ik ervaar een drukkend gevoel op m’n borst als ik door de buurt loop’

Soumaya Bazi in de Lodewijk van Deysselstraat. Beeld Jimena Gauna
Soumaya Bazi in de Lodewijk van Deysselstraat.Beeld Jimena Gauna

Hoe is het om je vertrouwde wijk gegentrificeerd te zien worden? Karima Aissaoui heeft 25 jaar in de Amsterdamse wijk Slotervaart/Overtoomse Veld gewoond. Ze beschrijft in deze reeks, samen met de bewoners, hoe de golf van buurtverbetering over ze heen slaat, met alle gevolgen van dien. Vandaag: de sloop-, renovatie- en bouwplannen in Slotermeer zijn beklemmend.

Karima Aissaoui

‘Een sterke buurt? Ze bedoelen een buurt die veilig voelt voor de hoge en hogere middenklasse. De havermelkelite.’ Soumaya Bazi (25) studeert, schrijft, is beginnend filmmaker en woont ongeveer haar hele leven in Nieuw-West. Ze heeft een zachte stem en een benijdenswaardige bos krullen. Toen ik haar tijdens een leesavond vertelde over het gevoel dat de ontwikkelingen in mijn buurt mij geven, bleek zij een soortgelijk gevoel te hebben. Sinds een tijdje heeft ze het benauwd als ze door haar wijk loopt. Grote delen van Slotermeer worden binnenkort namelijk onderworpen aan drastische vormen van gentrificatie.

Op een zaterdagmiddag lopen we door de straten van de Lodewijk van Deysselbuurt in Slotermeer als we een enorm billboard van woningcorporatie Rochdale tegenkomen. De tekst ‘Samen werken aan sterke buurten’ overtuigt Bazi niet.

‘Voel jij je hier veilig?’, vraag ik haar. Bazi raapt een affiche op dat voor haar voeten ligt. ‘Kijk, hierdoor dus steeds minder. Het is overal.’ Op het affiche staan aankondigingen van sloop- en renovatieplannen die voor dit deel van de wijk in het verschiet liggen. De investeringsnota, die in samenwerking met de gemeente door Rochdale is opgesteld, houdt een grootschalig sloop-, renovatie- en bouwplan in. Slechts een deel van de bewoners zal zeker kunnen terugkeren naar de buurt. Anderen leven de komende jaren in onzekerheid. Door de ontwikkelingen zijn in de afgelopen maanden hijskranen verschenen in de straten. Wegen zijn opengebroken en is er veel geluidsoverlast. ‘Alles wat me aan de werkzaamheden herinnert, staat voor mij gelijk aan verdringing uit mijn eigen wijk. Ik voel me beklemd als ik door de buurt loop. Volgens mij bestaat er een term voor: nieuwbouwpaniek.’

Via een parkje komen we bij een basisschool waar kinderen kriskras over het schoolplein rennen. Hardloopwedstrijdjes, voetbal en een oorlog om de ‘hardste’ Pokémonkaarten vormen een harmonieus zaterdagkoor. ‘Waar zie jij jezelf in de toekomst? Als je bijvoorbeeld een gezin wil beginnen?’ Bazi lacht nerveus. ‘Die vraag geeft me dus ontzettend veel stress. Een aantal jaar geleden was het een uitdaging om in het centrum van de stad te wonen. Nu voelt het als totaal onhaalbaar om überhaupt in Amsterdam te kunnen blijven. Ik heb eigenlijk geen toekomstperspectief. Als ik een gezin zou willen beginnen, zou Nieuw-West ideaal zijn. Het is hier groen, ruim en vertrouwd. Maar dat kan alleen nog als ik bakken met geld ga verdienen.’ Ik hoor een omslag in Bazi’s stem. ‘Alles wat we in de afgelopen decennia als community hebben opgebouwd in deze wijken, wordt uit elkaar gerukt. Een stuk sociaal-cultureel erfgoed dat door onze vingers glijdt alsof het niets is. Dat is toch ernstig?’ ‘Huil je?’ ‘Volgens mij wel.’ In stilte lopen we verder.

Als de vrolijk spelende kinderen ons enigszins uit het beladen moment hebben getrokken, wil ik meer weten. ‘Is verandering niet iets wat we moeten toelaten? Een constant gegeven?’ ‘Zeker, maar niet als het direct ten koste gaat van een bepaalde groep mensen.’ Drie jongens sjezen voorbij op één fiets. Een van hen draagt een enorm stokbrood onder zijn arm. ‘Toen ik een tiener was, waren hier zo goed als geen horecavoorzieningen. De bewoners, vaak van migrantenachtergrond, begonnen slagerijen, bakkers en andere winkeltjes om de buurtbewoners van hun levensbehoeften te voorzien. Het was ondenkbaar dat hier een leuk koffietentje zou komen. We hadden echt alleen het hoognodige. Nu duiken er structureel vlotte koffietentjes op waar de bewoners die hier allang wonen niet naar omkijken. Ze hebben er niets mee en kunnen het niet betalen. Het is niet voor hen.’

Lodewijk van Deysselstraat 49 (zijgevel met schuine dak, rechts) gezien vanaf Hugo Verriesthof; gezien naar achterzijde huizen links is Albrecht Rodenbachhof, april 1966. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam
Lodewijk van Deysselstraat 49 (zijgevel met schuine dak, rechts) gezien vanaf Hugo Verriesthof; gezien naar achterzijde huizen links is Albrecht Rodenbachhof, april 1966.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

De onverzettelijkheid in Bazi’s stem is terug. ‘Ondertussen vertrekken de buurtslagers en bakkerijen omdat ze de hogere huur niet meer kunnen betalen. Voor de bewoners die ‘mogen’ blijven vindt dus ook een aardverschuiving plaats. Hun leefomgeving verandert zonder dat zij daar inspraak in hebben. Er is sprake van een kwaadaardig patroon. Als mensen door de veranderingen gedwongen vertrekken, mogen we dat niet toelaten. De bewoners van Nieuw-West hebben decennialang moeten strijden tegen de slechte reputatie van het stadsdeel. En dan zouden we nu moeten vertrekken? Dat is niet wat we verdienen. Maar we geven niet op.’

Als ik afscheid neem van Bazi, loop ik langs een enorme muurschildering van Het melkmeisje. Normaal gesproken zou zo’n creatie me blij maken. Straatkunst, in Nieuw-West nota bene. Ik voel meteen dat ik Bazi’s vrees niet bij haar heb achtergelaten. Het prachtstuk is namelijk niet bedoeld om mij een beter gevoel te geven over het stadsdeel waar ik ongeveer mijn hele leven heb gewoond. Het melkmeisje is een visuele opwaardering van de wijk en staat in dit geval gelijk aan een aankondiging. Een aankondiging van de komst van nieuwe mensen. Nieuwe mensen met nog nieuwere wensen. Een beklemmend gevoel besluipt me als ik de Lodewijk van Deysselbuurt uitloop. De kinderstemmetjes verdwijnen in de verte.

Meer over