'Niet ophemelen, ik doe wat ik doe'

Iedereen kent Hotel van der Werff op Schiermonnikoog en iedereen kent de eigenaar: ‘Jan Blauwpak’. De essentie van een goed hotel?...

U bent dit jaar geridderd in de Orde van Oranje Nassau. Bent u trots?

‘Ach trots als blijk van waardering is het wel aardig.’

Waar is het lintje nu?

‘Bij mij thuis. Nee, ik ga dat ding niet dragen. Er zitten draaginstructies bij. Die heb ik wel gelezen. Tegen de tijd dat het weer Koninginnedag is, zal ik wel kijken. (Gniffelend:) Als ik hem dan nog kan vinden.’

Wat zit er nog meer bij zo’n lintje?

‘Het is een grote medaille met een lint. Er zit ook een draagspeld bij, en een mooie oorkonde, en een inschrijvingsformulier van de Vereniging voor mensen met zo’n lintje. En wat instructies. Als je overlijdt moeten nabestaanden dat ding inleveren. Als ze hem willen houden moeten ze 200 euro betalen. Allemaal keurig geregeld.’

Hoe verliep de ceremonie?

‘Ik ben bezig met een uitbreiding, en mijn aannemer heeft me meegelokt naar het gemeentehuis, er zouden bezwaren zijn tegen de bouw. Dat verbaasde me niet, er is wel vaker wat. Dus ik ging mee. En toen stonden daar ineens allemaal mensen.’

Wat zei de burgemeester? Waarom heeft u hem verdiend?

‘Ik had u dacht ik aangeraden de burgemeester zelf te bellen.’

Die is tot 14 mei met vakantie.

‘Toe maar Ja God, om dat nu allemaal over jezelf te zeggen. Voor het feit dat ik dit hotel dan run en daarnaast doe ik nog een paar dingen.’

Wat voor dingen?

‘Ik ben voorzitter van de stichting Vredenhof, het drenkelingenkerkhof. En voor de rest ben ik voorzitter van de stichting van de Willem Horsman.’

En dat is?

‘De oude strandreddingsboot die hier in de jaren veertig, vijftig altijd heeft gevaren.’

En die heeft u van de ondergang gered?

‘Nou nee dat wil ik niet zeggen. Die boot stond ergens in een schuur in Amsterdam. En ik heb gezorgd dat ie terug naar Schiermonnikoog kwam. Dat is alles.’

En wat gebeurt er nu mee?

‘Een paar keer per jaar laten we hem te water met een oude zeetrekker. Dat is nogal een spektakel’ (glimlacht).

Door wie bent u voorgedragen?

‘Door meerdere mensen, schijnt het. De burgemeester vertelde dat hij nog nooit had meegemaakt dat het zo breed gedragen werd, blablabla. Maar in godsvredesnaam, ik ga de boel nu niet ophemelen. Kom op. Ik doe wat ik doe.’

U bent eigenaar van hét visitekaartje van Schiermonnikoog: het befaamde Hotel Pension Van der Werff.

‘Het is wel wijd en zijd bekend ja. Maar dat is niet aan mij te danken.’

Aan wie dan wel?

‘Dat heeft meer te maken met de activiteiten van de oude Van der Werff, Sake. Hij had de term ‘public relations’ al uitgevonden voor het bestond. Er kon geen prinsesje geboren worden, of Van der Werff stuurde een ingelijste wandelkaart met een telegram met ‘Hartgrondig Gefeliciteerd’ en zo.’

Hij kon zich vaak verheugen op hoog bezoek.

‘Prins Bernhard kwam hier in 1936 voor de oorlog, nog voor hij getrouwd was met Juliana. Hij kwam hier jagen. Hij ontving van jachtmeester Jonkheer Roell een briefje: ‘De Gast van kamer 10 komt dan en dan. Verder geen bijzonderheden. Zorg dat hij incognito blijft. En zorg voor goed weer.’

‘Maar Van der Werff zag de bui al hangen: alles incognito, al dat gedoe, dus toen Bernhard hier aankwam, stond de fanfare op de stoep.

‘Hij zorgde er altijd weer voor dat het hotel de publiciteit haalde. Ter gelegenheid van het huwelijk van Bernhard en Juliana bood hij Schiermonnikoog aan als Nationaal Geschenk. Hij is toen wel op de vingers getikt door een of ander ministerie.’

‘Een van zijn mooiste acties was in 1938. Van der Werff voelde ook wel aan dat de oorlog eraan kwam en had het plan opgevat om een vredesconferentie te organiseren. Hij stuurde een brief aan Downing Street 10, naar Hitler, en naar het Witte Huis. Van Chamberlain kreeg hij een dankbriefje. Het Witte Huis liet ook van zich horen maar uit Berlijn kwam niets. Uiteindelijk kreeg hij weer een seintje van een ministerie: dat hij moest ophouden met die flauwekul.’

U kocht het hotel in 1982. Met welk idee?

‘Ik was eerst helemaal niet van plan om het te kopen. Op 1 februari 1981 overleed de toenmalige eigenaresse Juffrouw Dien, zaliger gedachtenis. Ik werkte in die tijd bij Tros Aktua en Kieskeurig. Een vriend van mij, kandidaat-notaris uit Haarlem, die ik geregeld tegenkwam in de diverse cafés had er wel zin in. Maar op een gegeven moment kwam hij naar me toe van: Ik krijg het echt niet voor elkaar met de bank. Toen dacht ik: ik wil nog wel een schot wagen, en toen deed zich het merkwaardige feit voor dat niet ik de bank hoefde te bellen, maar dat de bank mij belde. Ze zeiden: Uw naam werd al die tijd al genoemd.’

Hoe kwam dat?

‘Iedereen kende me. Ik was er al de nodige seizoenen achter elkaar geweest. Ik begon er in 1964, 1965 in mijn studententijd, als vakantiebaantje, in de bediening. Iedereen was blij dat ik de zaak overnam. Juffrouw Dien was hier gekomen als kamermeisje toen ze 18 was, ze kwam uit Zoutkamp. Zij werd de steun en toeverlaat van de oude Van der Werff, maar op het laatst werd ze te oud.’

U heeft het hotel nieuw leven ingeblazen.

‘Ja dat mag ik dan wel zeggen, ja. Ik heb altijd gezorgd dat de zaak naar behoren heeft gedraaid. Toen ik het hotel kocht had het hele hotel een badkamer en twee douches. Nu is op iedere kamer bad en douche. Als een echt hotel. Maar je moet met zo’n oud pand oppassen dat je de sfeer behoudt. In 1994 is het verdubbeld in grootte, toen is er een tweede vleugel bijgekomen, maar aan de buitenkant zie je niet wat oud is en wat nieuw.’

Wie komen er nu?

‘Een dwarsdoorsnee van Nederland: gezinnen met kindertjes, oudere mensen, en godzijdank veel eilanders. Het is een beetje het centrum van het dorp geworden.’

En de Grachtengordel en het Gooi zijn vaste klant: politici, schrijvers en Bekende Nederlanders.

‘Joaah, die komen ook wel ja. De meeste mensen komen jaar na jaar weer terug. Het schijnt ze te bevallen. Dat is ook wel te merken aan de reacties als je zo’n lintje krijgt.’

Dat waren er veel.

‘Ja ik heb wel veel reacties gehad, ja.’

Naar wat voor hotels gaat u zelf als u op vakantie bent?

‘Ik ga nooit op vakantie, nee Ik ben wel ooit in Amerika geweest, in New York en eens naar Poughkeepsie en Kalamazoo, dat kwam ik in een boek tegen. En alleen op de naam wou ik er naartoe. Maar in mijn geval kom je uiteindelijk toch altijd weer terecht in een café.

‘Ik hou van goede cafés. En ik vind dit een van de betere.’

Wat is de essentie van een goed hotel?

‘Dat er niet te veel regeltjes zijn, dat is heel voornaam. In een ander hotel is het eerste wat ze zeggen: het ontbijt is om tien uur en om half elf moet u van de kamer af. Als mensen aan mij vragen: tot hoe laat is het ontbijt? Dan wil ik nog weleens zeggen: Nou mevrouw, of: Nou meneer, wij stellen het zeer op prijs als u niet voor 8 uur komt, en het record staat op 15.30 uur.’ (lacht)

‘Ik denk dat hier de essentie de combinatie van een goedlopend hotel, een goed restaurant en een goed café is. Dat is vrij uniek. Toen ik nog bij de tv werkte, heb ik hier zelf ook eens mijn vakantie doorgebracht. Zoals het hoort, huurde ik meteen een fiets. Maar ik heb hem alleen gebruikt om hem op de laatste dag terug te brengen. Verder heb ik die fiets niet gezien. Ik zat hier prima.’

Wat is voorlopig uw mooiste zomer geweest?

‘De zomer is niet bepaald de meeste boeiende periode van het jaar. Te massaal. Iedere dag hetzelfde. Met veel gezinnen. Nu heb ik niets tegen gezinnen, maar het is vroeg aan tafel, vroeg naar bed. Midden in het seizoen kan het zo maar gebeuren dat je om 23 uur tegen een compleet lege zaak zit aan te kijken. Nou, in de winter maak je dat niet mee hoor.’

U wordt dit jaar 70, gaat u juffrouw Dien achterna?

‘In het harnas sterven? Nee, nee, nee, dat zal mij niet gebeuren. Alles heeft zijn end. Mijn dochter is 26 en die heeft al gezegd toen ze 15 was: deze tent is van mij. Zij zal de tent dus van mij overnemen, dat zal in een geleidelijke overgang zijn beslag krijgen. Mijn medewerkers moeten er ook aan wennen, neem ik zo aan.’

Wat gaat u dan doen?

‘Ik heb nog een project hier in de garage staan: een heel oude Peugeot 604 uit 1970. Die ga ik dan eindelijk eens restaureren. Hij staat al 27 jaar stil. Die motor zit zo vast als een huis.

Wat is het voorlopige dieptepunt?

‘Het rookverbod, dat is werkelijk een dagelijkse ergernis. Gatverdamme. Dat je niet meer kunt doen en laten wat je wilt. Dat is van een belachelijkheid. Je haalt de ziel uit een café. Het is hetzelfde als een café waar je geen bier meer mag schenken. Ik heb een hekel aan regeltjes. Maar nu hebben we volgens mij wel genoeg geluld. ’

Meer over