sander donkersin 150 woorden

Niemand weet wat meneer K. beweegt

null Beeld

Als ik moet gokken wat meneer K. beweegt, dan is het: vertrekken. Het probleem is dat hij niet kan praten en niet kan lopen. Altijd staat hij zwoegend voor de automatische klapdeur van het zorghuis waar ik mijn vriend J. bezoek, zijn bovenlijf in een vrijwel haakse hoek met zijn benen, zijn lange grijze haren reikend naar de grond, als een wankele hijskraan in een storm.

Het is moeilijk om niet naar hem te kijken. Hoe elke stap een minutenlange worsteling is, en elke voorwaartse beweging weer gecompenseerd moet worden met een pas naar achteren. Telkens als de klapdeur openzwaait gromt hij van onmacht, in het besef dat de netto afgelegde afstand nog steeds nul is.

Soms loodsen zijn verzorgers hem met engelengeduld naar een stoel in de lobby, van waaruit meneer K. onmiddellijk aan een nieuwe poging tot vertrekken begint. De muren van de gang bieden houvast, en doen hoop opflakkeren, die voorbij de klapdeur weer vervliegt.