In beeld

Neus op, masker af: als clown moet je proberen zo naakt mogelijk te zijn

Ook een corona-effect: meer mensen meldden zich aan om cliniclown te worden. Fotograaf Martijn van de Griendt keek mee bij de audities – een serieuze zaak.

Clown Charlie, Roland Haufe (40), tijdens de audities om cliniclown te worden. Beeld Martijn van de Griendt
Clown Charlie, Roland Haufe (40), tijdens de audities om cliniclown te worden.Beeld Martijn van de Griendt

Eh, nee. In zijn Toneelschool Arnhem-tijd had je acteur Roland Haufe (40) niet hoeven vertellen dat hij twintig jaar later auditie zou doen voor een baan als cliniclown. Hij was gegarandeerd in de lach geschoten, zoals wel meer mensen beginnen te lachen wanneer het woord ‘cliniclown’ valt. ‘Ik zag zo'n heppie-de-peppie op sandalen voor me, die met simpele trucjes zieke kinderen vermaakt. Dat heeft niks met theater te maken, dacht ik.’ De cliniclown als mallotig cultfiguur, het schijtlolligheidsdoelwit zelf, geen kunst aan.

Dat was toch ‘toneelschoolarrogantie’, ziet hij in, nu hij op het kantoor van de stichting CliniClowns in Amersfoort de tweede auditieronde heeft doorstaan. Dat het zover is gekomen, is een kwestie van corona en het theater op zijn gat, in combinatie met het allerzwaarste: Haufe en zijn vrouw verloren afgelopen jaar hun kind. Cliniclown, dacht hij ineens, daarin komt het misschien wel allemaal samen. ‘Werken met kinderen, iets goeds doen en lekker spelen zónder dat iemand er een recensie over schrijft.’

Dat veel meer theatermensen dan gewoonlijk op het idee zouden komen om cliniclown te worden, zag artistiek teamleider Hans Thissen al aankomen. ‘Acteurs hebben de kwetsbaarheid van hun werkveld gevoeld en zoeken nu naar andere mogelijkheden.’ Cliniclowns werken op vaste basis: sommige clowns spelen vier dagen in de week voor zieke kinderen, kinderen met een beperking en mensen met dementie, de meesten werken drie dagen.

null Beeld Martijn van de Griendt
Beeld Martijn van de Griendt

CliniClowns kreeg 105 auditievideo's binnen. De audities zelf bestaan uit twee speelronden en een gesprek, gevolgd door een intern opleidingstraject. Tijdens de eerste ronde voor de regio Zuid-Holland gingen drie van de vijf kandidaten door, onder wie Roland Haufe. Vandaag, op de tweede auditiedag, is nog één van hen afgevallen.

Niet Sylvia Boone (29), al weet zij hoe het voelt. Vorig jaar probeerde ze het ook al, zonder clownservaring en zonder succes. ‘Ik had een foute neus op, die de hele tijd afviel, en ik ging helemaal over de top. Dat was mijn beeld van een clown: ik kom een kunstje doen, ik moet véél zijn, ik moet grappig zijn. Een soort circusclown die zichzelf steeds herhaalt.’

Boone volgde een jaar lang een clownscursus bij cliniclown Henk de Wit. ‘Gaandeweg kwam ik erachter dat je het als clown juist zo dicht mogelijk bij jezelf moet zoeken. Het gaat om contact maken met degene voor wie je speelt en samen in een fantasierijke belevingswereld kruipen. Je kunt mensen verrassen met improvisatie en een bijzonder moment creëren, juist door niet die circusclown te zijn die met groteske rare kunstjes een lach probeert te krijgen.’

Het is het grootste misverstand dat over clowns bestaat, zegt artistiek leider Jacqueline Kaptein van CliniClowns tussen twee audities door: dat een clown waanzinnig komisch moet zijn. Of dommig, klunzig. ‘Het gaat eerder om waarachtig zijn. Een personage dat op jezelf geënt is, zonder sausje van kinderachtigheid. Je voelt en ziet het meteen, het verschil tussen een geloofwaardige clown en iemand die clowntje speelt. De clown is kwetsbaar en altijd waar. En de clown komt altijd iets brengen, al is het maar zijn vitaliteit, zijn zin in het leven. Hij vraagt niets terug. We amplify the space, zeg ik altijd.’

In haar aanmoedigingen tijdens de audities – een ingestudeerd clownsnummer en improvisatie-oefeningen – klinkt iets van een mindfulnesscoach door:

‘Alles wat jou overkomt, is een cadeautje voor je clown.’

‘Je emoties mogen er zijn. Wat je voelt, kun je allemaal aan je clown geven.’

‘Ontspan. Als jij ademt, ademt het publiek.’

‘De kunst van de clown is kwetsbaarheid. Hoe veiliger jij met jezelf bent, hoe prettiger dat is voor de ander.’

‘Meen het! Meen het! Meen het!’

Clown zijn ís ook therapeutisch, zegt Roland Haufe. Hij kan er veel van zichzelf in kwijt. Sarcastisch: ‘Mijn angststoornis.’ Dan: ‘Dit speelt nu niet meer zo, maar ik heb vaak last gehad van paniekaanvallen. Als ik sta te improviseren, en ik weet écht even niet meer wat ik nu in godsnaam weer moet doen, merk ik keer op keer dat er vanzelf iets komt. Dat is geruststellend. Het komt wel goed. In het leven voel ik dat vertrouwen niet altijd.’

Het is alles of niets als clown, dat is wat hem er zo aan bevalt. ‘Je speelt ultiem in het moment en moet alert zijn op alles wat er in de ruimte gebeurt. Als het goed gaat, lukt alles. Dan lukken zelfs de mislukkingen; die kun je omvormen tot een gelukte act of een grap. Dat is de kunst. Meestal heb je een act voorbereid, maar het leukste is om nooit aan die act toe te komen en juist die zijweggetjes te vinden, samen met je publiek.’

Wat Kaptein ‘de staat van zijn van de clown’ noemt, omschrijft ze vaak als een kind dat zijn ouders weer ziet na een week bij opa en oma te hebben gelogeerd. ‘Dat je helemaal opengaat, het jaaaaaa-gevoel. Zonder iets te verbergen, zoals volwassenen vaak doen, bijvoorbeeld omdat ze liever niet willen opvallen of onzekerheden maskeren. Als je het even niet weet als clown, dan moet je dát laten zien. Die waarachtigheid, het stap voor stap voelen en laten meebeleven, zonder te oordelen, dat is de basis.’

Haufe probeert het vaak uit te leggen, als mensen hem weer met een schuin oog aankijken wanneer hij zegt dat hij clowns zo fantastisch vindt en denken dat hij iets met ballonnen doet op kinderfeestjes. ‘Dat het zo plat en lollig niet is. Dat je ondanks die neus moet proberen zo naakt mogelijk te zijn.’

Die neus. ‘Je hebt neuzen en je hebt neuzen’, zegt Haufe. De neus die hij adviseert aan iedereen die de clown in zichzelf een serieuze kans wil geven, is geen CliniClowns-favoriet: de klassieke rode plastic feestwinkelneus die je neus er bijna af snijdt. ‘Het elastiekje dat eraan zit moet je er wel af knippen en vervangen door een dunner elastiekje.’

Clown Soes, Sylvia Boone (29) en op het bed Trudie Lute alias CliniClown Luut (sinds 2016) en coach van de Cliniclowns, ze zit ook in de sollicitatiecommissie.
 Beeld Martijn van de Griendt
Clown Soes, Sylvia Boone (29) en op het bed Trudie Lute alias CliniClown Luut (sinds 2016) en coach van de Cliniclowns, ze zit ook in de sollicitatiecommissie.Beeld Martijn van de Griendt

Soes, Sylvia Boone (29)

Acteur, opleiding musicaltheater en klassiek muziektheater (Fontys Tilburg), was begin dit jaar te zien in het tv-programma Op zoek naar Maria.

‘Ik hou van zoetigheid, en mijn broertjes noemden mij ‘soes’ toen ze klein waren. Soes, als in: grote zus. Het klinkt lief en gezellig, maar ik kan ook lomp en vurig zijn. Die twee kanten zitten in mij, in mijn clown en in de naam Soes.

‘Een goede clown houdt niemand voor de gek. De uitdaging is om in alle speelsheid zo veel mogelijk jezelf te durven zijn en écht contact te maken. Dat is spannend; je weet niet wie je voor je hebt, of diegene voor je openstaat, en de afstand tussen jou en die ander is klein.’

Clown Nina, Annet Prommenschenckel (38) Beeld Martijn van de Griendt
Clown Nina, Annet Prommenschenckel (38)Beeld Martijn van de Griendt

Nina, Annet Prommenschenckel (38)

Begeleider op een groep met moeilijk verstaanbaar gedrag, trainingsacteur, volgde opleiding dramatherapie.

‘Als clown Nina ben ik kinderlijk blij en impulsief, ze duikt overal op. Terwijl ze ergens mee bezig is, denkt ze: o, misschien kan ik dit wel helemaal niet. Maar dan is ze al begonnen. Het enthousiasme wint het altijd van de verlegenheid. Ze is de onbevreesde versie van mezelf.

‘Mensen gebruiken allerlei beleefdheden en maniertjes om hun echte emoties niet te laten zien. Bij een goede clown zie je juist alles wat er vanbinnen gebeurt. Dat is moeilijk en bevrijdend tegelijk. Ik ben heel perfectionistisch, maar als clown zijnde maakt een mislukking mij niet zo veel uit. Een clown mag het niet weten, een beetje dommig zijn. Wat ik mezelf als mens vaak niet toesta, doe ik als clown wél.’

Charlie, Roland Haufe (40)

Clown Charlie, Roland Haufe (40).
 Beeld Martijn van de Griendt
Clown Charlie, Roland Haufe (40).Beeld Martijn van de Griendt

Acteur, studeerde af aan de Toneelschool Arnhem van de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten.

‘In 2019 maakte ik mijn eigen clownsvoorstelling, Charlie – en de kunst van het falen. Daarin was Charlie een volwassen, mislukte clown, op de rand van de afgrond. Totaal ongeschikt als cliniclown. Ik moet hem nu dus iets minder verslaafd maken, liever, milder en levenslustiger.

‘Een goede clown is een goede luisteraar en een goede kijker, die zijn publiek kan verrassen en meenemen op een bepaald pad, maar zich ook kan laten leiden door zijn publiek. En dat allemaal tegelijk.’

Links: Clown Bloemblad, Agustina Villanueva (39). Rechts: Hans Zijp alias Cliniclown Ziep, sinds 2001. Beeld Martijn van de Griendt
Links: Clown Bloemblad, Agustina Villanueva (39). Rechts: Hans Zijp alias Cliniclown Ziep, sinds 2001.Beeld Martijn van de Griendt

Bloemblad, Agustina Villanueva (39)

Regisseur en workshopbegeleider, studeerde theaterwetenschappen in Buenos Aires, woont sinds vijf jaar in Nederland.

‘Bloemblad staat voor mijn innerlijke kind, de authentiekste versie van mezelf. De rode neus geeft permissie om grenzen op te zoeken. Bloemblad is grappig, maar soms ook serieus en politiek geëngageerd – dan vind ik haar het leukst. Ze is gepassioneerd op de Argentijnse manier, misschien weleens té gepassioneerd, voor de Nederlandse cultuur.

‘Mensen weten vaak niet zo goed wat een clown is, of ze worden er ongemakkelijk van. Als volwassenen willen we niet gek gevonden worden, ik denk dat het daarmee te maken heeft. De clown is daar niet bang voor. Die past niet in het systeem, durft dat te laten zien en schudt ons als het ware wakker.’

Meer over