Nederland wordt erg langzaam ouder

De levensverwachting stijgt, maar Nederlanders worden minder oud dan anderen. We roken veel...

Nederland is niet ziek, maar kwakkelt wel. Waar in andere landen de levensverwachting per dag toeneemt met vijf of zes uur, blijft bij ons de vooruitgang steken op twee uur.

Dat blijkt uit de internationale vergelijkingen over de levensverwachting die afgelopen woensdag werden besproken bij de Leyden Academy on Vitality and Aging.

De Amerikaanse demograaf James Vaupel noemt de cijfers van de laatste vijftig jaar over de levensduur spectaculair. We leven niet alleen langer, maar zijn ook op hogere leeftijd gezonder.

Als je de gemiddelde levensverwachting van 65-jarigen in een grafiek uitzet, dan vertoont die sinds de jaren vijftig een rechte lijn omhoog.

De winst wordt zelfs geboekt bij de alleroudsten. Waar Japanse vrouwen tussen de 90 en 100 jaar in 1950 een stervenskans hadden van bijna 40 procent per jaar, is die nu gezakt tot minder dan 10 procent.

Extrapolerend naar de toekomst verwacht Vaupel dat de helft van alle baby’s die nu geboren worden, de 100 jaar zal halen.

Een paar landen, zoals Nederland en de Verenigde Staten, blijven achter. Eind jaren zestig was ons land wereldkampioen levensverwachting, en tot de jaren tachtig vertonen onze grafieken dezelfde stijgende lijn als de wereldtop.

In de jaren tachtig vlakt de curve echter ineens af, en sindsdien zijn we zelfs achtergeraakt op het Europese gemiddelde, al lijken we sinds 2002 de weg omhoog wel weer terug te vinden. Maar zelfs in ons kwakkeltempo stijgt de levensverwachting sneller dan de AOW-leeftijd.

De tegenvallende cijfers zijn vooral verrassend omdat de gezondheidszorg in ons land relatief goed geregeld lijkt te zijn. Ook zijn we niet zo vaak te dik en doen we relatief veel aan beweging.

Volgens Rudi Westendorp, hoogleraar ouderengeneeskunde in Leiden, vormen onze rookgewoonten een deel van het probleem. Op de Europese ranglijst van veel-rokende landen staan we op de zesde plaats. Dat verklaart een flink deel van de achterblijvende levensverwachting.

Over de andere oorzaken bestaat meer onzekerheid, maar Westendorp komt tot het volgende rijtje. Allereerst valt op dat de gezondheidszorg nog steeds erg gericht is op genezen en minder op ziektemanagement of preventie.

Dat sluit slecht aan op de behoeften van oudere patiënten. Ook de coördinatie van de zorg laat te wensen over. Soms ondervinden patiënten schade van de combinatie van medicijnen die zijn voorgeschreven door specialisten die alleen oog hebben voor de ziekte waar zij verantwoordelijk voor zijn.

Mogelijk speelt ook een rol dat ouderen in ons land relatief vaak alleen wonen en tegelijkertijd meer dan in andere landen worden opgenomen in verzorgingstehuizen.

Westendorp vraagt zich af of ouderen niet langer zouden leven als ze een meer geïntegreerd onderdeel zouden zijn van de maatschappij en bijvoorbeeld meer contact zouden hebben met familie.

Meer over