Nederland al eeuwen immigratieland

ZOALS ALLE LANDEN met een hoog ontwikkelde economie is Nederland een immigratieland. Omdat de gewesten die later Nederland zouden gaan vormen, al vanaf de late Middeleeuwen een relatief hoog ontwikkelde economie hadden, is immigratie een constante factor in de Nederlandse bevolkingsontwikkeling....

HANS VAN AMERSFOORT

Even leek het na de Tweede Wereldoorlog dat de emigratie belangrijker zou worden dan de immigratie. Er ontstond een door de regering aangemoedigde emigratie-ideologie. Maar afgezien van een korte periode direct na de oorlog is het aantal vestigers in Nederland steeds groter geweest dan het aantal vertrekkers. Vooral na de oliecrisis van 1973-1974 is duidelijk geworden dat Nederland, zelfs in tijden van economische tegenwind, een immigratieland is.

Dit heeft zowel de politieke als de academische belangstelling voor het verschijnsel migratie en de maatschappelijke gevolgen ervan sterk doen toenemen. Er is inmiddels een stroom van publicaties op gang gekomen, waarin vooral aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke positie van immigranten die aan de onderkant van de samenleving terecht zijn gekomen.

Deze aandacht voor de sociale positie van recente immigranten heeft ook de nieuwsgierigheid naar het lot van immigranten uit het verleden doen toenemen. Hoe reageerde de samenleving toen op de nieuwkomers? Hoe veroverden de nieuwe Nederlanders zich in het verleden een plaats in de samenleving?

Rond deze vragen is vorig jaar een studiedag georganiseerd door het Instituut voor Maatschappijwetenschappen in Amsterdam. De meest belangwekkende bijdragen van deze conferentie zijn thans verschenen in de bundel Nieuwe Nederlanders. De redactie heeft streng geselecteerd en de verzamelde bijdragen zijn op zich dan ook allemaal verdienstelijke opstellen. Maar zoals bij een dergelijke bundeling welhaast onvermijdelijk is, vormt het geheel toch een nogal ongelijksoortig assortiment.

De bestudeerde immigrantengroepen lopen uiteen van een handjevol Spaanse kooplieden die zich omstreeks 1500 in Middelburg hebben gevestigd, Duits-Lutherse immigranten tijdens de Republiek, tot Duitse dienstmeisjes uit de periode tussen de wereldoorlogen. Niet alleen verschillen de beschreven immigrantengroepen naar aantal, samenstelling naar geslacht en leeftijd, en beroep, maar ook de samenleving veranderde gedurende deze eeuwen in allerlei opzichten.

De staat als territoriaal-politieke eenheid ontwikkelde zich geleidelijk na 1648 en kreeg pas na 1848 het karakter waarmee wij nu vertrouwd zijn. Maatschappelijke opvattingen over de verhouding tussen individu en familie, over rang en stand, over de rol van vrouwen en kinderen veranderden aanzienlijk.

De economische ontwikkeling leidde tot een voordien ongekende differentiatie in beroepen en de toegang tot deze beroepen werd meer en meer gereguleerd door allerlei vormen van geformaliseerd onderwijs.

De schrijvers hebben hun best gedaan om aan te knopen bij auteurs die de verhouding tussen immigranten en de ontvangende samenleving in de moderne tijd hebben geanalyseerd. Maar de parallellen met het heden zijn soms toch wel wat gezocht. Daarmee wil niet gezegd zijn dat deze opstellen op zich geen interessant materiaal zouden bevatten over onbekende of slechts vaag bekende migranten uit het verleden. De aanwezigheid van euro-Afrikanen uit de voormalige kolonies op de Afrikaanse westkust in Nederland, was nog niet eerder beschreven. De studie van marskramers uit het Westerwald, die de Nederlandse steden eeuwenlang van aardewerk voorzagen, geeft een goed inzicht in het belang van migratie in nog niet geïndustrialiseerde economieën. Maar het blijven toch studies van voorbije perioden.

Wel van direct belang voor de huidige discussies over migratie en migratiebeheersing is de analyse van Leo Lucassen van de wijze waarop de staten na de Eerste Wereldoorlog hebben gepoogd het internationale personenverkeer onder controle te krijgen. Ook de studie van Stokvis over de sportbeoefening van minderheden levert een aardige bijdrage tot de huidige discussie over de betekenis die eigen organisaties kunnen hebben voor het integratieproces. Dit onderwerp behandelen ook Bloemberg en Ramsoedh in hun opstel over hindoe-organisaties in Suriname en Nederland.

De bundel sluit af met een beschouwing van Rinus Penninx over de ontwikkeling van migratieprocessen in de huidige tijd, waarin de verschillende delen van de wereld, althans economisch, steeds meer vervlochten raken. Ook dit is in zijn beknoptheid een lezenswaardige beschouwing. Maar de lezer is dan wel ver verwijderd geraakt van de Spaanse kooplieden die zich aan het einde van de vijftiende eeuw in de Scheldedelta vestigden.

Hans van Amersfoort

Marjolein 't Hart, Jan Lucassen en Henk Schmal (redactie): Nieuwe Nederlanders - Vestiging van migranten door de eeuwen heen.

Stichting Beheer Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam; 228 pagina's; ¿ 39,50.

ISBN 90 6861 122 4.

Meer over