columneva hoeke

Natuurlijk gaat Eva met drie kleintjes niet naar Kaapverdië. Maar wat doet ze dan bij het reisbureau?

Eva Hoeke Beeld Aisha Zeijpveld
Eva HoekeBeeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

In het Dorp stonden we stil voor de etalage van reisbureau Apollo. Er hing een sombrero voor het raam, binnen zat een meneer in een witte bloemetjesblouse achter een enorme computer. Hij had zijn aantrekkelijkste waar in laminaat gevat en voor het raam gehangen, de foto’s hadden kleuren die ze in deze branche hagelwit en azuurblauw noemen. ‘Curaçao 839 euro’ las ik hardop voor. ‘Logeren in Oud Hollandse huisjes, met de luxe van nu.’ Vanuit de kinderwagen kwam een feestelijk geluid, want ze zit in de fase dat ze haar eigen stem ontdekt en als je tegen haar praat praat ze terug, al is het over Kaapverdië, ‘de exotische archipel, zeer veilig.’ Ik dacht na over die laatste mededeling toen achter me ineens een stem klonk. ‘Zit er wat voor je bij?’

Ik keek om. Een man achter een rollator knikte me aanmoedigend toe. Zijn handen waren diep paarsrood, en hij droeg een jas van het soort beige dat alleen oude mensen dragen, want van stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Ik ving een vleug sigarettenrook op.

‘O, ik sta maar wat te suffen’, antwoordde ik met een blik op de kinderwagen. ‘We gaan dit jaar niet op vakantie.’

De man knikte. ‘Ik ook niet, hoor. Ik vind het zo’n gedoe. Je moet helemaal met je koffer naar Schiphol, en in de rij staan. En dan duurt het nog hele poos voor je d’r bent.’ Hij zweeg even. ‘Vroeger ging niemand op vakantie, daar had je helemaal geen geld voor. Een daggie weg, dat deden we wel. We hebben alle provincies gezien met de kinderen. Als de zon schijnt en er is water is het gauw goed, hè. Dan heb je zelf ook nog een beetje leuke dag. Maar tegenwoordig willen ze allemaal ver weg.’

Ook hier hadden we het langzaam leger zien worden. Eerst verdwenen de auto’s, toen ging de slager dicht, daarna kon je hier werkelijk een kanon afschieten en op een dag waren ze allemaal weer terug, op het terras van de ijssalon ging het sindsdien over campings in Italië en de zwembaden op ‘buggy eiland’. Zelf hadden we ons een beetje om en rond het huis zitten vervelen, goed voor de verbeelding, en bovendien waren we wijzer geworden. Vakanties met zeer kleine kinderen kwamen er in feite op neer dat je de hele bende naar een plek verplaatste waar alle comfort van thuis ontbrak, zodat je meteen na thuiskomst eigenlijk wéér op vakantie moest, maar dan liefst in je eentje. Ik herinnerde me het verhaal van kennissen die met twee kleuters drie maanden door Europa hadden gecamperd, met cultuur kon je tenslotte niet vroeg genoeg beginnen. Waar het op neerkwam is dat ze van speeltuin naar speeltuin reden om zelf ook één seconde rust te hebben. Wij hielden het dus klein, al waren we op een dolle dag wel spontaan naar de Efteling afgereisd om ons voor een bedrag waarvan we ook op en neer naar Kaapverdië hadden gekund tegoed te doen aan prinsessenjurken, loopings en het volk van Laaf. ‘Zo, daar zullen ze van opkijken’, zeiden we zelfgenoegzaam tegen elkaar, wat een luxe, dat hadden wij vroeger niet, maar toen ik ze ’s avonds in bed vroeg wat ze nou het allerleukste hadden gevonden antwoordden ze in koor: ‘Het ijsje.’

‘Terwijl Holland toch zo mooi is in de zomer’, zei de man nog maar eens.

‘Weet u waar ik weleens naar toe zou willen?’, deed ik mee. ‘Naar het coulisselandschap in Twente. Schijnt prachtig te zijn.’

De man knikte instemmend, en zond toen een milde blik naar de etalage. ‘Die staat er zeker niet bij, hè?’

Meer over