N-Korea stelt Westen voor gruwelijk dilemma

In Noord-Korea eist de dwaalleer van het communisme opnieuw talloze doden, maar nog steeds aarzelt het Westen om de humanitaire ramp als mensenwerk te zien, aldus Marcel van Hamersveld en Michiel Klinkhamer....

MISOOGSTEN zijn van God, hongersnood is van de mens, zo wil een oud Russisch spreekwoord. Rampen van de laatste soort hebben zich deze eeuw in communistische landen voorgedaan op een schaal die nergens geëvenaard wordt, zelfs niet in ontwikkelingslanden.

Zo blijkt uit recente berichtgeving dat in een van de laatste communistische paradijzen op aarde, Noord-Korea, een tot nu toe door het Westen onderschatte hongersnood met miljoenen slachtoffers dreigt. Dat is niets verbazingwekkends, want voor wie de geschiedenis van deze eeuw kent, horen communisme en hongersnood bij elkaar als dr Jekyll bij mr Hyde.

De problemen in de communistische landbouw zijn terug te voeren op de opvatting van Marx dat de landbouw collectief bedreven moet worden. In de Sovjet-Unie werd dit idee begin jaren twintig voor het eerst verwezenlijkt met het beleid van onteigening, collectivisering en dekoelakisatie (dat wil zeggen deportatie of executie van koelakken - 'rijke' boeren) van het platteland. Dit leidde tot boerenopstanden en een hongersnood die 5 miljoen slachtoffers maakte.

Lenin's opvolger Stalin hervatte dit beleid in 1928. In vijf jaar tijd lieten 14,5 miljoen mensen het leven, waarvan 8 miljoen in de hongersnood die zich in 1932 en 1933 voordeed in en rond de Oekraïne, de voormalige graanschuur van Europa. Na de dood van Stalin hield de malaise in de Sovjet-landbouw aan, met dit verschil dat leiders als Chroesjtsjov en Brezjnev hun volk niet dood lieten hongeren, maar ertoe overgingen graan te importeren uit de Verenigde Staten.

Het is dat Amerikaanse demografen in de jaren tachtig vaststelden dat tussen 1958 en 1962 30 miljoen Chinezen waren 'verdwenen', anders was de grootste hongersnood uit de menselijke geschiedenis onopgemerkt gebleven. En ook de hongersnood, begin jaren tachtig, in het socialistische Ethiopië van Haile Mengistu had een ideologische achtergrond.

De Koreaanse Volksrepubliek streeft sinds haar oprichting in 1948 naar joetsje, ofwel: autarkie. Landbouw werd opgeofferd aan industrie, lichte industrie aan zware, consumptie aan investeringen. De Grote Leider Kim Il Sung meende dat de zware industrie, vooral de machinebouw, garant stond voor een snelle economische groei. De ontwikkeling van de agrarische productie zou daardoor vanzelf versneld worden.

Aanvankelijk leek deze strategie succesvol te zijn, maar in de jaren zestig heeft het kapitalistische Zuiden een (inmiddels onoverbrugbare) voorsprong genomen op het Noorden. Hieraan is de economische dwaalleer van het communisme debet: de centrale planning is uiterst ondoelmatig; voor moderne technologie verkoos het land zich af te sluiten; de productiviteit daalde door het ontbreken van prestatieprikkels. Torenhoge militaire uitgaven en ideologisering van maatschappij en economie deden de rest. De huidige hongersnood is maar zeer ten dele het gevolg van natuurrampen.

Net als Stalin deed in 1933, houdt Pyong Yang de grenzen hermetisch gesloten en wordt een ieder die - op zoek naar een broodkruimel - het land probeert te ontvluchten neergeschoten. Politieke belangen wegen zwaarder dan menselijke; de onderhandelingen met Zuid-Korea zijn stukgelopen op het feit dat het Zuiden het voedsel direct wil uitdelen, maar het Noorden daarvoor het eigen leger inzetten.

Verbazingwekkend is niet de omvang van de Noord-Koreaanse hongersnood, maar het feit dat Westerse waarnemers in dergelijke gevallen zo laat alarm slaan. Aanwijzingen voor een hongersnood in China waren er eertijds voldoende. Hadden Westerse waarnemers hun werk gedaan, had men de hongersnood ofwel kunnen voorkomen, ofwel in omvang kunnen beperken.

Al in 1933 gebeurde hetzelfde bij de hongersnood in de Oekraïne. Bernard Shaw maakte toen een door de Sovjet-autoriteiten geregisseerde rondreis door het rampgebied, en verklaarde bij terugkomst in Engeland dat de geruchten over een hongersnood uit de lucht gegrepen waren.

Na meer dan 40 miljoen communistische hongerdoden heeft men nog niets geleerd en bestaat nog steeds de neiging om dit typisch communistische verschijnsel te onderschatten en te bagatelliseren. Je moet er niet aan denken dat de hongersnood in China nooit aan het licht was gekomen. Dan was de Chinese communistische partij erin geslaagd om wat wellicht de grootste massamoord uit de geschiedenis van de mensheid is, te verdoezelen. De Chinese hongersnood had nooit kunnen gebeuren als die niet met grote inspanningen geheim was gehouden door het regime van Mao.

Het Westen staat nu voor een dilemma. Moet het Noord-Korea hulp bieden en daarmee meewerken aan het instandhouden van het systeem dat de hongersnood veroorzaakt heeft, of kiezen voor non-interventie in de hoop dat de Koreanen in opstand komen tegen hun anachronistische totalitaire regime?

Hongersnoden lijken echter onvermijdelijk in communistische landen. Ze vormen een uitvloeisel van de interne logica van het systeem. De westerse onderschatting van de nood toont weer eens aan dat de ontmaskering van het communisme nog nauwelijks op gang gekomen is.

Marcel van Hamersveld en Michiel Klinkhamer zijn Ruslandkundigen.

Meer over