Opinie

'Moszkowicz verdient het niet op deze manier te worden neergezet'

De bewoordingen van de deken dat advocaat Bram Moszkowicz niet zou deugen voor zijn vak gaan te ver, betoogt strafrechtadvocaat Richard van der Weide. 'De door de Deken voorgestelde sanctie van een - deels onvoorwaardelijke - schorsing is te zwaar. Een berisping of geheel voorwaardelijke schorsing is toereikend.'

OPINIE - Richard van der Weide
Bram Moszkovicz. Beeld anp
Bram Moszkovicz.Beeld anp

De reactie van confrère Bram Moszkowicz op het optreden van de Amsterdamse Deken Germ Kemper heeft iets heroïsch: David tegen Goliath, de baas van de lokale advocatuur. In de Telegraaf van 22 september jl. beticht Moszkowicz de Deken van 'karaktermoord' en wijt het optreden van de Deken in de tuchtzaak onder meer aan zijn optreden in de civiele zaak tegen Jort Kelder en het proces Wilders.

Opmerkelijk is dat Moszkowicz niet aanwezig was bij de behandeling van zijn eigen zaak; hij liet eerder weten dat de kwestie een principieel karakter droeg. Er zou, aldus Moszkowicz, sprake zijn van uitholling van het beroepsgeheim wanneer hij ter zitting van de Raad van Discipline zou verschijnen. Men zou veronderstellen dat hij dan aan de tuchtrechter komt uitleggen waarom de verwijten geen doel treffen.

Een inhoudelijk verweer kortom, hoor en wederhoor. Moszkowicz koos er echter voor weg te blijven en zich te laten vertegenwoordigen door zijn advocaat. Dat is vreemd. Wat er ook zij van de stevige bewoordingen aan het adres van Moszkowicz en de timing van de Deken - het was prudenter geweest het oordeel van de Raad van Discipline af te wachten - de wijze waarop Moszkowicz zich in de media verweert, kwalificeert als een gratuite poging alsnog zijn gram te halen. Dat is een advocaat onwaardig.

Ook het argument van het beroepsgeheim snijdt geen hout, want dat beoogt de belangen van zijn ex-cliënten te beschermen, degenen die nu juist het gedrag van Moszkowicz ter discussie stellen en bereid zijn daarvoor in de openbaarheid te treden. De betreffende cliënten hebben, anders gezegd, afstand gedaan van hetgeen het beroepsgeheim van de advocaat dient te waarborgen, in ieder geval waar het de klachtprocedure betreft. Kennelijk vinden zij het belang dat hun voormalig raadsman wordt aangesproken op zijn gedrag zwaarder wegen dan hun privacy. Dat zegt iets over de wijze waarop Moszkowicz met de betreffende cliënten is omgesprongen. En de Deken zal hun gegevens heus niet doorspelen aan justitie, daarvoor is geen enkele aanwijzing. De Deken is geen verlengstuk van het Openbaar Ministerie en heeft slechts een toezichthoudende en controlerende taak.

Geloofwaardigheid en integriteit
Indien aannemelijk is dat Moszkowicz in een aantal gevallen grote contante geldbedragen van cliënten heeft aangenomen en dit niet heeft gemeld, is dat bepaald onhandig en in strijd met de interne regels. Individuele advocaten zijn weliswaar geen hulpje van het opsporingsapparaat, echter moet voorkomen worden dat zij betrokken raken bij strafbare feiten. Sterker: de schijn van betrokkenheid is al schadelijk voor het imago van de beroepsgroep. Advocaten dienen de belangen van hun cliënten te behartigen, hetgeen alleen mogelijk is wanneer hun geloofwaardigheid en integriteit in en buiten de rechtszaal niet ter discussie staat. In het andere geval straalt de gebrekkige reputatie van de advocaat af op de cliënt, waardoor aan diens verdediging afbreuk wordt gedaan. De vraag is waarom Moszkowicz de gelaakte betalingen niet heeft gemeld, alsook waarom hij de betreffende cliënten bijvoorbeeld niet heeft uitgenodigd betalingen van aanzienlijke omvang via de bank of in gedeelten - naar rato van uitgevoerde werkzaamheden - te verrichten. Daarmee had hij de nu ontstane problematiek uit de weg kunnen gaan, en was hij tevens verzekerd geweest van zijn honorarium.

Het is een goede zaak dat de interne regelgeving binnen onze beroepsgroep wordt gehandhaafd. In die zin is het toe te juichen dat de zaak is voorgelegd aan de tuchtrechter, aangezien het belang daarvan ons allen raakt en niet alleen meneer Moszkowicz. Een extra argument is dat Moszkowicz de bekendste strafpleiter van het land is en dus een publieke figuur. Hij heeft meer nog dan andere vakbroeders een voorbeeldfunctie.

Niettemin meen ik dat de door de Deken voorgestelde sanctie van een - deels onvoorwaardelijke - schorsing te zwaar is. Een berisping of geheel voorwaardelijke schorsing is toereikend en geeft evenzeer een duidelijk signaal af. Het komt mij voor dat Moszkowicz niet te kwader trouw heeft gehandeld. Hij is onzorgvuldig geweest wat betreft de betalingen en het voeren van een inzichtelijke administratie. Die slordigheid vinden we ook terug in het niet behalen van de vereiste opleidingspunten, waaraan hij eenvoudig kon voldoen. Dat maakt hem echter nog niet tot een slechte advocaat. Bram Moszkowicz is binnen de strafadvocatuur een gewaardeerd vakgenoot en bovendien een uitstekend pleiter. Hij verdient het niet op deze manier te worden neergezet, al valt er het nodige aan te merken op zijn gedrag waar het de financiële paragraaf betreft.

Tegen deze achtergrond ben ik van mening dat de bewoordingen van de Deken dat Moszkowicz niet zou deugen voor zijn vak, te ver gaan. Het zou de Deken bovendien hebben gesierd niet vooruit te lopen op de uitkomst van de procedure. In het tuchtrecht geldt net als bij de strafrechter het adagium dat iedere beklaagde onschuldig is totdat zijn schuld in rechte is vastgesteld. Dat behoort de primus inter pares toch te weten.

Richard van der Weide is strafrechtadvocaat te Amsterdam.

undefined

Meer over