Mooie villa's ontsieren de Horsten niet

De combinatie van Oranje en vastgoed is de laatste tijd niet altijd even gelukkig. Na alle perikelen rond het huis in Mozambique hebben we nu de Horstenaffaire, zij het dat onze kroonprins daar geen eigenaar van is, maar de koningin – of zoals ze de laatste tijd zo stuitend genoemd...

Hoewel ikzelf in een Rijksmonument woon en voorstander ben van het behoud van vaderlands erfgoed, lijken mij de betreffende panden echt rijp voor de Amerikaanse luchtmacht. Ik zie dan ook niet in waarom betreffende bouwvallen tegen hoge kosten gerestaureerd moeten worden om daarna te wachten op de volgende opknapbeurt.

Te hopen valt wel dat de nieuwe landhuizen een mooie, tijdloze architectuur krijgen. Van het project in Mozambique kan men zeggen wat men wil – en dat is dan ook in ruime zin gebeurd – maar de uitstraling van de huizen aldaar vind ik van grote klasse.

Een jaar of tien geleden kocht ik, schier argeloos, een collectie brieven van met name de koninginnen Emma, Wilhelmina en Juliana. Enige tijd later heb ik daar een boek van laten maken, Drie vorstinnen. Met name het interessante verhaal over hoe de Horsten in handen van koningin Wilhelmina terecht is gekomen, heeft momenteel een wel zeer actuele waarde.

Prins Frederik, de broer van koning Willem II, en prinses Louise hadden een dochter, prinses Marie geheten (Marietje). Zij had bepaald een weinig vreugdevolle jeugd gehad. Haar broers Frederik en Willem waren vroeg gestorven en haar enige zuster, Louise, die getrouwd was met de kroonprins van Zweden en Noorwegen (toen nog één), woonde in het Hoge Noorden.

Daarbij kwam nog dat haar moeder een moeilijk karakter had. Toch is ze tot haar 28ste bij haar ouders blijven wonen. De oorzaak gaf weinig reden tot vrolijkheid. Ze was bepaald geen schoonheid. Zelfs de Pruisische kroonprinses, die een naam had te verliezen op het gebied van het koppelen van royale personen, lukte het niet om voor prinses Marie een huwelijkskandidaat te vinden.

De trompetten werden dan ook uit het vet gehaald toen in 1869 Wilhelm von Wied bereid bleek te zijn om met Marie te huwen. Weliswaar maakte het hof in Berlijn bezwaar dat een prins zonder land trouwde met een nicht van de koning van Pruisen, maar koning Willem III trok zich niets van dat Duitse gemor aan en gaf wel toestemming.

Ondanks haar verdrietige jeugd en het overlijden, kort op elkaar, van zowel haar moeder als haar zuster Louise, heeft Marie in haar nieuwe omgeving heel wat meer geluk gekend. Ze kreeg drie zonen en twee dochters en woonde in Schloss Neuwied, een romantisch kasteel met een schitterend uitzicht over de Rijn.

Prinses Marie was zeer sympathiek, bescheiden en vriendelijk. Ze onderhield met verve de familiebanden in Nederland. Ze logeerde vaak in haar ouderlijk huis de Pauw, het huidige gemeentehuis van Wassenaar.

De schoonmoeder van Marie was een zuster van Emma’s moeder en dus een tante van koningin Emma. Voor Emma was tante Marie een steun en toeverlaat. Het was dan ook een grote teleurstelling voor de vorstin Von Wied dat Emma’s keuze voor een echtgenoot voor Wilhelmina niet op haar zoon Wilhelm was gevallen. Emma vond de prins Von Wied toch wel wat te min voor de koningin van Nederland.

In 1903 had koningin Wilhelmina vernomen als dat prinses Marie, die al een aantal percelen grond verkocht had aan projectontwikkelaars, de plannen opgevat had om ook de domeinen Raaphorst, Eikenhorst en Ter Horst (juist: de Horsten) wilde verkopen. Wilhelmina was zeer geïnteresseerd in dit schitterende, aaneengesloten natuurgebied. Het lag vlak bij Huis ten Bosch en bood volop gelegenheid voor uitstapjes, zelfs per boot. Ze wilde niet dat dit fraaie gebied ook verkaveld werd.

Ze schreef op 19 mei 1903 de volgende brief aan nicht Marie met de vraag of zij die de drie Horsten zou mogen kopen: ‘Ik zoude het toch te verdrietig vinden als die mooie buitens plaatsmaakten voor een villapark. Ik hoop ze in de naaste toekomst voor de hand van een bouwondernemer te kunnen vrijwaren.’

Uit de brief die ze op 4 juli stuurde, blijkt dat de aankoop geslaagd was. Ze kreeg de roerende goederen die zich in Ter Horst bevonden ten geschenke. En de oorspronkelijke buitens? Die werden gesloopt. In die tijd bestonden de Bond Heemschut en het Cuypersgenootschap nog niet.

Ik moest in deze kwestie direct denken aan een collega-projectontwikkelaar wiens standaarduitdrukking in de soort zaken luidde: ‘Plat die handel’.

Meer over