INTERVIEWSigrid Kaag

Minister Sigrid Kaag: ‘Het lijkt soms net alsof ik een eeuwige inburgeringscursus moet doen’

Beeld Fotografie: Martine Stig | Visagie: Irena Ruben(House of Orange)

Sigrid Kaag spreekt zes talen, heeft een glanzende internationale loopbaan en wil de eerste D66-premier van Nederland worden. Dus niet per se de eerste vrouwelijke premier, want de hokjes ‘vrouw’ of ‘feminist’, daar wordt ze liever niet zomaar ingestopt. ‘Ik heb carrière gemaakt als méns.’

Wanneer minister Sigrid Kaag samen met haar politiek assistent binnenloopt bij Boerderij Meyendel in Wassenaar – een ‘uniek gelegen selfservicerestaurant voor de hele familie, inclusief viervoeters’ – zwaait ze bij wijze van begroeting, want die ellebogen vindt ze ‘zo suf’. De manager van Meyendel (‘Rutte komt hier ook altijd, leuke gozer’) heeft een ventilator en een kan citroenwater voor ons neergezet, want het is warm, 32 graden, en het zal nog warmer worden. Maar Kaag klaagt niet: eerder woonde ze in Soedan, dát was pas warm.

U heeft ook jarenlang voor de Verenigde Naties in Libanon gewerkt. Ik begreep dat het huis dat u daar bewoonde met uw Palestijnse man en vier kinderen compleet is vernietigd door de recente ramp.

‘Zo ongeveer, ja. Een vriendin, die daar parlementslid is, appte: ‘Nou Sigrid, je moet maar niet meer naar je oude huis gaan kijken, want dat is er gewoon niet meer.’ Het was een fijn huis, vlak bij de haven in een leuk deel van Beiroet, herbouwd na de burgeroorlog. Zo van: we zijn er nog, let’s go. En dan nu dit.’

Op Twitter zond u het Libanese volk een blijk van medeleven, in het Arabisch. Daar werd niet door iedereen even vrolijk op gereageerd. ‘Ik snap geen bal van wat er staat maar ze zal wel weer een zak geld beloven.’

‘Tegen degene die dat twitterde zou ik willen zeggen: er is een vertaalknop, druk daar eens op. Ik zit overigens nauwelijks meer op Twitter. Ik schrijf wel mijn eigen tweetjes, maar de app heb ik niet meer op mijn telefoon. Ik vind het intimiderend, vuilspuitend, je schiet er niets mee op.’

U zei eerder niet tegen onbeschofte mensen te kunnen, tegen de ruwheid in het debat. Hoe beziet u in dat licht de huidige politiek?

‘Nou, het is niet zozeer dat ik er niet tegen kan, ik vind dat we dat niet moeten willen met zijn allen. Je kunt het oneens zijn met elkaar, maar dat kan ook op een fatsoenlijke manier, als je daadwerkelijk een dialoog wilt. Daar draait het toch om in een samenleving. Zeker als je een politiek ambt vervult. Doe je dat op een intelligente en beschaafde manier, dan verhoogt dat het aanzien van de politiek. En hoe kijk ik dan naar de politiek: ik denk dat die verruwing een symptoom is van de polarisatie. Dat is ook een van de redenen waarom ik me kandidaat heb gesteld. Je kunt niet continu klagen over verruwing en de volgende dag meedraaien in dezelfde ponyshow.’

Rutte riep ‘pleur op’, Baudet heeft het over homeopathische verdunning, de mannen van Denk intimideerden Turkse Kamerleden, Femke Merel van Kooten stapt in en uit partijen, Henk Krol is een clown en uw huwelijk met een Palestijn was voor Wilders aanleiding om te twitteren: ‘Geen Arafat-islam-terreur-lover als premier.’ Dat zijn dan je collega’s.

‘Ha, ja, ik geloof zelfs dat Baudet ze ambtsgenoten noemt, in plaats van collega’s. Maar goed, op dit soort momenten is het zaak om een zekere mate van volwassenheid te tonen en daarboven te gaan staan. Niet vanuit het idee: ik ben beter, maar omdat ik trouw wil zijn aan wat ik zeg.’

Maar is het ook leuk?

‘Ja, het ís leuk. Het is spannend. Het is niet dat ik dacht: o, gewoon een nieuwe baan. Nee, ik ben gemotiveerd voor het leiderschap omdat ik enorme kansen zie voor de Nederlandse samenleving, ook in verbinding met de rest van de wereld.’

U heeft een prestigieus buitenlands profiel, met uw staat van dienst had u overal kunnen aanschuiven. Waarom dan toch de keuze voor Nederland?

‘Omdat dit mijn land is. En omdat er uiteindelijk niets beter is dan je eigen land te mogen dienen op het moment dat het ertoe doet. En dat doet het nu. Het populisme heeft te weinig weerwoord gekregen. Zoals Alexander Pechtold zei: ‘Aan sommige tegenliggers herken je de goede richting.’ En nee, dan staat niet iedereen meteen te klappen, maar er staat te veel op het spel om het níét te doen.’

Critici zeggen dat u na 25 jaar in het buitenland het Nederland van nu niet meer zou kennen.

‘Ik weet het. Dat is onzin.’

In 2017 werd u op het partijcongres in Leeuwarden geïnterviewd in een De Wereld Draait Door-achtige setting. Eén minuut voor de show vroeg u de gespreksleider: ‘Wat is DWDD eigenlijk voor programma?’

‘Ja, ze zeiden toen dat ik ‘gastvrouw’ moest zijn, ofzo?’ (kijkt naar haar politiek assistent)

Politiek assistent: ‘Tafeldame.’

Kaag: ‘O ja, tafeldame, dáár sloeg ik op aan. Ik dacht: waar hebben we het over? Ik kijk heel weinig televisie.’

Dit ging natuurlijk niet over of u wel of geen televisie kijkt.

‘Nee, en ik snap ook wel dat het een makkelijk voorbeeld is, om te zeggen: oh, wat wéét zo iemand nou van Nederland. Maar dat is niet terecht. Die programma’s vond ik gewoon niet interessant.’

Sigrid Kaag: ‘Je kunt niet continu klagen over verruwing en de volgende dag meedraaien in dezelfde ponyshow.’Beeld Martine Stig

Een goede vriend van u, ook ooit uw collega bij Shell, zei dat het de internationale belangstelling is die u beiden bindt. Hij zei: ‘We erkennen het belang van Nederland, maar ook de relativiteit ervan. We staren ons niet blind op 17 miljoen mensen.’

‘Ik zou het anders formuleren. Als je lang weg bent geweest duurt het even om te settelen, dat is ontegenzeggelijk waar, maar inmiddels ervaar ik Nederland echt als mijn basis. Wat ik daarbij níet wil verliezen, is wat ik heb geleerd op het wereldtoneel. Bovendien heb ik kinderen die hier wonen, werken en studeren. Dan krijg je een spoedcursus in alles wat er leeft. Het lijkt alleen soms net alsof ik een soort eeuwige inburgeringscursus moet doen, waarvan ik het certificaat nooit mag halen. Terwijl: ik ben hier geboren en getogen. En doordat ik een tijdje weg ben geweest heb ik juist een veel scherpere blik op zaken. Ik zit niet vastgebakken in patronen, wat je nog weleens ziet aan het Binnenhof.’

Heeft u zich in al die jaren in het buitenland weleens geschaamd voor Nederland?

Besmuikt: ‘Ja.’

Dan: ‘Nou – niet voor Nederland. Wel voor de houding en toon van de Nederlandse politiek. Nee, ik ga niet zeggen wanneer.’

De VN had in 2015 kritiek op Zwarte Piet. U werkte daar toen. Ik kan me voorstellen dat je dan wel even met je hoofd in je trui staat bij het koffiezetapparaat.

‘Niet alleen daar, overal zeiden mensen: wáááát, jullie Nederlanders? In het begin stond ik dan nog wat te murmelen over tradities, maar daar ben ik mee opgehouden. Het ís ook niet uit te leggen.’

Sinds 26 oktober 2017 is Sigrid Kaag namens D66 minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ze profileert zich stevig met toespraken over de stand van de Nederlandse samenleving, in haar lovend ontvangen Abel Herzberglezing spreekt ze zich fel uit tegen populisme. Wanneer ze zich dit jaar op 21 juni verkiesbaar stelt als nieuwe lijsttrekker voor D66 ziet fractievoorzitter Rob Jetten, haar enige rivaal van betekenis – al doet ook Ton Visser een gooi – onmiddellijk af van het lijsttrekkerschap.

Nynke de Zoeten, parlementair verslaggever van Nieuwsuur, zei daarover: ‘Jetten vinden ze bij D66 heel capabel, maar op Kaag zijn ze verliefd.’

Kaag, lachend: ‘Dat was heel aardig ja, je zou er bijna van giechelen.’

U was zelf in uw jonge jaren verliefd op Hans van Mierlo.

‘Nou, verliefd… Maar hij was wel een soort idool, ja. Samen met een vriendin heb ik hem eens gebeld. Dat kon toen nog, mensen stonden gewoon in het telefoonboek. We waren stomverbaasd dat hij ook echt opnam, met die mooie sonore stem.’

En toen?

‘Snel opgehangen natuurlijk. En de rest van de dag bang zijn dat ons nummer te traceren was.’

Mensen die enthousiast over u zijn, roemen allemaal uw superieure kalmte. ‘Ze straalt gezag uit, spreekt zes talen, potverdorie wat knap.’ U biedt een soort kosmopolitische belofte. Maar als ik dan vraag naar de inhoud weten ze het niet zo goed.

‘Ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zijn meestal niet in het nieuws. Het is niet dat je de krant openslaat en denkt: heb je haar weer. De meeste mensen slaan nu eenmaal niet aan op buitenlands beleid. Ik heb vooral bekendheid verkregen door mijn speeches. Zo is dat beeld ontstaan. En nu zijn we bezig met ons verkiezingsprogramma, met: wat is ons verhaal? En dat gaat keihard over kansengelijkheid, kansóngelijkheid, over Nederland uit de crisis, een tolerante samenleving en een economie die moderner, eerlijker en duurzamer moet.’

Ondertussen stemde D66 tegen toen het ging over de opvang van 500 weeskinderen uit Griekse vluchtelingenkampen.

‘In dit kabinet hebben we met de ChristenUnie keihard gevochten voor het kinderpardon, maar het is duidelijk dat er een gespleten stemming is. Staatssecretaris Broekers-Knol heeft nu een plan op tafel gelegd om goede opvang en veiligheid voor de kinderen dáár te regelen, en daarvoor krijgt ze de tijd. Het is wel zo dat wij als D66 zeggen, en nu zet ik even mijn lijsttrekkershoed op: we willen er echt voor zorgen dat dit goed komt, of dat nou in Griekenland is of hier.’

Sigrid Kaag: ‘Doordat ik een tijdje weg ben geweest heb ik juist een veel scherpere blik op zaken. Ik zit niet vastgebakken in patronen.’Beeld Martine Stig

Dat was niet de inzet.

‘Dit was een heel lastige inderdaad. Ik kan je verzekeren dat we onder mijn leiding in een volgend kabinet niet meer tegen dit soort plannen zullen stemmen.’

Waarom nu dan wel?

‘Omdat je in een breder pakket van afspraken zit, daarin heb je ook een verantwoordelijkheid.’

Toen u zichzelf kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap zei u: ‘Voor mij is politiek durven kiezen. Overtuigen. Niet verschuilen achter draagvlak, maar het zelf creëren.’ Dit was nou precies een moment om dat te doen.

‘Jawel, en binnen de partij was dat draagvlak er ook, maar als minister voor Buitenlandse Handel krijg je andere dingen voor elkaar dan als lijsttrekker. Als D66-lijsttrekker zeg ik: je kunt niet alles en iedereen binnenhalen, je wilt illegaliteit tegengaan en je wilt ook echt een einde maken aan asociale veiligelanders, die moeten terug naar eigen land, maar voor de veiligheid en opvang van kinderen onder de 5 jaar moeten we niet bang zijn.’

Was die tegenstem ook een poging om de rechtse kiezer aan D66 te binden?

‘Nee, dat speelde absoluut niet, het is echt een kwestie van afspraken met andere partijen. Ik kan het niet diepzinniger maken dan het is.’

Een andere troefkaart lijkt uw vrouw-zijn te zijn. Zelf benadrukt u ook uw ambitie om in 2021 de eerste vrouwelijke premier van Nederland te worden.

‘Nee, ik wil de eerste D66-premier worden. Meestal is dan de wedervraag: o, dan bent u dus de eerste vrouwelijke premier. Ja, want ik ben nu eenmaal een vrouw. Maar ik heb een staat van dienst van meer dan dertig jaar, overal ter wereld, op het hoogste politieke niveau, I am in it to win it. Ik heb carrière gemaakt als méns, niet als vrouw. Ik ben natuurlijk wel gevoelig voor de rechten en positie van eenieder die kwetsbaar is, maar dat kunnen allerlei identiteiten zijn. Ik denk dat Nederland, dat zichzelf als zo progressief ziet, wat dat betreft nog heel wat stappen kan zetten. Zoveel landen hebben vrouwelijke leiders, al zo lang! Golda Meir van Israël, Benazir Bhutto van Pakistan, Angela Merkel van Duitsland, dat zijn allemaal capabele mensen.’

Hoe komt het dat Nederland achterblijft?

‘Wij zijn conservatiever. Dat is gewoon zo. We doen het nog stééds niet goed als het gaat om vertegenwoordiging van vrouwen aan de top. Parttime werken zal niet helpen, ik denk ook echt dat we de kinderopvang gratis beschikbaar moeten maken, anders blijven we zitten met een arbeidsmarkt en een politiek die op te veel plekken dominant blank en man is.’

U zegt blank?

‘Ja, nee, wit is het tegenwoordig. White, wit, dat is het correcte woord.’

Die witte man in pak is precies waarom mensen enthousiast worden van het idee van een vrouw als premier. Het is misschien een tweederangstroefkaart, maar het is een troefkaart, in ieder geval in de geest van de kiezer.

‘En dat is ook prima. In de politiek gaat het om veel verschillende dingen: je moet mensen weten te inspireren, je moet een pakkende boodschap hebben, visie hebben, de mensen moeten mij vertrouwen, en daarbij kun je ook nog zeggen: hee, sinds 1848 komt er nu ook nog een vrouw in het Torentje. Maar ik laat me niet reduceren tot één onderdeel. Een mens heeft veel identiteiten.’

Sigrid Kaag: ‘Ik laat me niet reduceren tot één onderdeel. Een mens heeft veel identiteiten.’Beeld Martine Stig

NRC-columnist Maxim Februari had het in zijn column over parmantig-braaf seksisme, om lijsttrekkers op sekse te segregeren.

‘Mooi, parmantig-braaf seksisme. Heel chic gezegd.’

Een andere NRC-columnist, Marc Kranenburg, had het daarentegen over de vagina vote.

‘Ik las de titel van dat stukje en dacht: sorry? Ook weer zo typisch. In andere landen hadden ze zichzelf hierin gecensureerd. Ze hebben toen snel de titel veranderd, maar de nieuwe was nóg erger, toen stond er iets van: ‘Ze moet het hebben van sekse.’ Dat zegt ook weer veel over Nederland. Maar wel zó’n mond hebben over vrouwenrechten elders.’

Hoe feministisch is Nederland?

‘Er is een nieuwe generatie aan zet, dat idee heb ik wel. Wij spreken veel met studenten, en dan merk je dat zowel jonge mannen als jonge vrouwen helemaal niet van dat soort ouderwetse reflexen hebben. Die zijn veel meer bezig met: hoe kan ik zin geven aan mijn leven, doe ik het juiste, past mijn studie daarbij. Dat zijn echt andere gesprekken.’

Het is maar net wie je spreekt. Tikje gechargeerd, maar waar ik vandaan kom worden vrouwen nog gewoon kapper en hebben mannen een bestelbus. En zij zijn met meer.

‘Dat klopt. Maar goed, ik denk dan ook: zij kan ook een kapsalon beginnen en dan is ze een mkb’er, en hij is misschien zzp’er. Iedereen heeft dromen en idealen, en juist voor deze generatie is er ruimte om zo veel mogelijk uit het eigen kunnen te halen. Vroeger studeerde je dit en dan werd je dat. Dat is niet meer zo, de mogelijkheden zijn eindeloos, dat zie ik ook aan mijn eigen kinderen.’

Beschouwt u zichzelf als feminist?

Weifelend: ‘Ja, maar ik ben geen Dolle Mina ofzo.’

Waarom zegt u dat zo aarzelend?

‘Nou, omdat je in Nederland dan meteen in een hokje wordt geplaatst. Ik zou liever zeggen: ik ben iemand die zich inzet voor de volledigheid en gelijkheid van rechten van eenieder, en ben bereid kritisch te kijken naar waar die achterstelling plaatsvindt.’

Dan ben je dus feminist.

‘Ja, ja. Maar ik wil graag de vertaling maken naar de Nederlandse lezer, als je begrijpt wat ik bedoel.’

Jawel, maar eigenlijk moet je gewoon kunnen zeggen dat je feminist bent zonder erbij te roepen dat je heus ook leuk en aardig bent.

‘Ja, alsof je een soort Meryl Streep in The Devil Wears Prada bent. Nee wacht, dat is de verkeerde analogie. Wel een geweldige film trouwens. Vooral de rechtsere partijen doen vaak alsof gendergelijkheid een soort ideologisch gedreven gekke Henkie-agenda is, alsof je van de feiten weggaat. Terwijl het gewoon een zakelijke agenda is – vrouwen maken 50 procent uit van de wereldbevolking. Als zij meewerken is dat goed voor de economie, voor onafhankelijkheid, voor alles, nog afgezien van de voordelen voor de bedrijven zelf.’

Kaag studeerde Arabisch en Midden-Oostenstudies aan de universiteit van Caïro en behaalde daarna een master of philosophy internationale betrekkingen aan Oxford. Haar eerste baan is analist bij Shell, maar ze komt er al snel achter dat ze ‘niet warm of koud wordt van winstmarges’. Ze komt bij het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken terecht en start een succesvolle carrière als diplomaat bij de Verenigde Naties, waarbij ze afwisselend in New York, Genève, Soedan, Syrië en Jeruzalem woont. In 2013 breekt ze internationaal door wanneer ze namens de Veiligheidsraad de ontwapeningsmissie in Syrië gaat leiden. Uit een profiel in de Volkskrant eerder dit jaar: ‘Ook in Nederland groeit de belangstelling voor de vrouw die onderhandelt met Assad over zijn wapenarsenaal.’

Sigrid Kaag: ‘Vooral de rechtsere partijen doen vaak alsof gendergelijkheid een soort ideologisch gedreven gekke Henkie-agenda is, alsof je van de feiten weggaat.’Beeld Martine Stig

Hoe werkt dat, een regime ontwapenen?

‘Dat wist ik ook niet toen ik eraan begon, dat wist niemand. Het was nooit eerder gedaan. Chemische ontwapening vindt normaal gesproken plaats in vrijwillige samenwerking met het land in kwestie, in tijden van vrede. Van vrede was nu geen sprake, maar dit was het enige compromis om nog een aanval op Damascus te voorkomen, een ultiem politiek besluit om te zeggen: oké, dan gaan we ontwapenen in tijden van oorlog. Ongekend, dat zal ook nooit meer gebeuren. Ik wist ook echt niet waar ik ja tegen zei toen secretaris-generaal Ban Ki-moon me belde. Ik weet nog dat ik in Damascus aankwam en ze speciaal voor mij een veilige lijn hadden geïnstalleerd in mijn kamer zodat ik mijn man in Jeruzalem kon bellen, want Syrië en Israël zijn natuurlijk als het ware op voet van oorlog. Dus ik zeg: ‘Hoi Anis, met mij, ik geloof dat ik hier niet zo goed over heb nagedacht.’ En toen zei hij koel: ‘Nou ja, als het niet lukt kom je gewoon naar huis.’ Haha!

‘Als eerste heb ik een vergadering met allerlei experts georganiseerd op Cyprus, want dat is een veilige basis. Het is wel hét spionnenbolwerk, iedereen die in die regio zit, zit op Cyprus, maar het was nu eenmaal een makkelijke basis. Vanuit dat kantoor hebben we een groot chemisch wapenarsenaal, laboratoria, raketten, mobile labs – had ik ook nog nooit van gehoord –, documenten en trainingsinstallaties laten vernietigen. Chemische wapens worden normaal gesproken in het land zelf vernietigd, maar in dit geval was dat te gevaarlijk. Niet alleen omdat president Assad ze niet op wilde geven, maar je wil ook niet dat chemische wapens in handen komen van rebellengroepen als IS – al heb je maar één tubetje, dan ben je al the man. Sowieso hadden we voortdurend met allerlei belangen te maken, van de Russen, de Amerikanen, noem maar op. Als je het over polderen hebt: dát is polderen, met statelijke en niet-statelijke actoren. Een bizar verhaal dat ik pas onlangs aan mijn team vertelde, gek genoeg vergeet je die dingen: op een gegeven moment ging een lading mosterdgas het land uit via Latakia, dwars door oorlogsgebied, en net toen alles was overgeheveld op een Noors schip om ergens ver weg in de Stille Oceaan onschadelijk te worden gemaakt, begonnen die vaten te lekken, al dobberend. Echt verschrikkelijk.’

Wat doe je dan?

‘Ja, terug. Naar Latakia, waar het barstte van de rebellen. Heel spannend.’

Hoe ziet een zenuwachtige Sigrid Kaag eruit?

‘Ik ben niet zenuwachtig op dat soort momenten. Het was wel een intense ervaring, zo continu, 24 uur per dag on high alert zijn. En ik dacht ook wel even holy moly, wie gaat wat doen, wie belt de Syriërs, wie belt de Veiligheidsraad? Maar ik kan dat soort hoogspanning aan.’

U kreeg veel lof, zelfs een persoonlijke brief van Obama waarin hij u bedankte, maar uiteindelijk bleek Assad tóch nog chemische wapens te hebben. Diplomatiedeskundige Robert van de Roer zei daarover: ‘Kaag heeft de geregistreerde wapens opgehaald, jazeker, maar zeker niet de dictator Assad ontwapend. Kijk maar naar Assads vele chemische aanvallen daarna. In dat grote spel heeft ze zich niet goed staande gehouden. Ze werd als keurige VN-diplomaat bij de neus genomen door kwaadaardige partijen op de grond.’

Kaag: ‘Tsss.’

Nee?

‘Nee, niet mee eens. Hij haalt twee dingen door elkaar. Het chemisch wapenarsenaal, dát was de missie. Waar daarna nog aanvallen mee werden gepleegd, was chloor. En chloor is geen verboden middel, dat is gewoon te koop bij de supermarkt om mee schoon te maken. Je mag er geen wapens van maken, maar niemand kan je je chloor afnemen, er staan geen sancties op. Dat is ook onze grote frustratie geweest. Overigens, en dat is de tweede fout, zijn er in de burgeroorlog in Syrië veel meer mensen omgekomen door traditionele wapens. Dat was ook de terechte kritiek van Syrische burgers, die vonden dat de hele internationale gemeenschap, met name het Westen, zich te druk maakte over die chemische wapens, terwijl er duizend-en-één manieren zijn om te sterven. Maar de missie rond chemische wapens hebben we dus naar behoren afgerond.’

Heeft het feit dat u Arabisch spreekt daarbij geholpen?

‘Dat heeft zeker geholpen bij de politieke onderhandelingen, dat denk ik wel, ja.’

Ik zie ook liever u dan Karremans, als je dan toch met een dictator om tafel moet.

‘Ha, geen commentaar.’

Sigrid Kaag wordt op 2 november 1961 in Rijswijk geboren in een rooms-katholiek gezin als tweede dochter van een klassiek pianist (haar vader) en een onderwijzer (haar moeder). Als Kaag 6 jaar oud is, overlijdt haar broertje Harald kort na zijn geboorte aan een hartafwijking. Aan ‘iets dat nu heel makkelijk verholpen zou kunnen worden’.

Herinnert u zich zijn dood nog goed?

‘Ja, want hij werd helemaal blauw weggevoerd, dat vergeet je niet. Net als het telefoontje uit het ziekenhuis. We woonden in een huurflat in Zeist en daar hadden we zo’n zwarte telefoon hangen, zo’n bakelieten ding. Midden in de nacht belde het ziekenhuis om te zeggen dat mijn broertje overleden was. Ik stond naast mijn vader in zijn pyjama en hoorde hem zeggen: ‘Dank u wel dokter, dank u wel.’ Daarna begon hij te huilen. Dat vergeet ik nooit meer.’

Hoe werkt zo’n gebeurtenis door in een gezin?

‘Dat vind ik lastig om te beantwoorden. In die tijd werd weinig over verdriet gepraat. Mijn moeder ging ook nooit naar de begraafplaats. Ze was niet eens bij de begrafenis, dat kon ze niet aan. En mijn zus Julita en ik mochten niet mee. Mijn vader is alleen gegaan, met een vriend geloof ik, of met een collega zelfs. En daarna, ja… Het was een enorme klap. Het is ook nooit meer hetzelfde geweest, denk ik. Hoe jong of oud ook, het verlies van een kind is tegennatuurlijk. Een enorm verdriet. En omdat je er niet over hoorde te praten voelde mijn moeder zich enorm eenzaam.’

U was 12 jaar toen bij uw moeder een hersentumor werd geconstateerd.

‘Ja. Ze onderging meerdere operaties waarbij van tevoren niet duidelijk was of ze het zou overleven. En hóe ze het zou overleven. We hebben meerdere keren meegemaakt dat ze het laatste sacrament kreeg toegediend. Eerst wilden ze haar niet meer opereren, omdat ze al was opgegeven. Toen hebben ze dat toch gedaan, waarna er iets misging en ze een aantal maanden in coma heeft gelegen. Ze kwam weer bij, maar ze hadden wel zenuwen geraakt in haar gezicht, waardoor ze deels doof, blind en in eerste instantie verlamd was. Haar gezicht zat helemaal zó, scheef. Ze moest opnieuw leren praten.’

U vertelt het heel feitelijk.

‘Ja, omdat het al zo lang geleden is. Ik ben 58, het zou onverwerkt leed zijn als ik nu zou gaan zitten snotteren. En mijn moeder is toen ook niet overleden hè, ze heeft daarna nog een heel leven kunnen leiden. Niet het leven dat ze gehoopt had, maar ze heeft er het beste van gemaakt.’

En uw vader?

‘Die was zwaar gedeprimeerd. Hij is twee keer opgenomen geweest, één keer heeft hij zichzelf te vroeg ontslagen. Dat was geen succes. Toen waren we blij dat hij weer werd opgenomen, want hij kon eigenlijk niet voor ons zorgen. Mijn zus en ik zijn toen allebei naar een apart pleeggezin gegaan, dat wil zeggen, naar de ouders van vriendinnen, die ons opvingen.’

Kan het zijn dat uw diplomatieke antenne daar is geactiveerd? In het gezin van een ander, hoe aardig ook, kan je misschien niet altijd volledig jezelf zijn, met al je nukken en grillen.

‘Dat niet zozeer, maar ik denk wel dat mijn flexibiliteit, het kunnen omgaan met het onverwachte, daar wel vroeg is geactiveerd. Ik was altijd al een autonoom kind, maar hierdoor leerde ik nog eens extra dat het leven je kan verrassen, in goede of in slechte zin, en dat je daarbij altijd op jezelf moet kunnen rekenen.’

Voor anderen is dat juist reden om af te haken, omdat ze al te vroeg in hun leven zijn beschadigd.

‘Ik zal nooit iemand veroordelen die bij de pakken gaat neerzitten. Iedereen doet het op zijn eigen manier. Dat zie ik ook aan mijn kinderen: zelfde gezin, zelfde ouders, maar allemaal anders. Dat is een hele les. De spiegel die je kinderen je voorhouden is zo waardevol. Op je jeugd kun je moeilijk reflecteren, die was er nu eenmaal, maar als je kijkt naar je eigen kinderen zie je heel goed je eigen falen en vraagtekens.’

Wat is de belangrijkste les die ze u hebben geleerd?

Lachend: ‘Dat je ook met de beste bedoelingen de mist in kunt gaan.’

Kunt u dat concreet maken?

Lachend: ‘Nee, dat is de samenvatting.’

U heeft vier kinderen met uw Palestijnse echtgenoot Anis al-Qaq: Janna (25), Makram (22), Adam (21) en Inas (18). Wonen ze allemaal in Nederland?

‘Ja. De jongste woont nog thuis, die heeft een Internationaal Baccalaureaat gedaan (een tweejarige pre-universitaire opleiding, red.), Janna is afgestudeerd in Londen en woont in Amsterdam, ik heb een zoon die net weer is begonnen in Rotterdam en ik heb er nog een die in Wageningen studeert en daar ook woont, met zijn vriend.’

Nog even en u heeft een leeg nest.

‘Ja, wordt tijd, haha. Ik vond het geweldig om ze bij me te hebben, maar ik gun ze dat ze hier hun eigen leven gaan leiden, en ik gun ze ook alle privacy, daarom wil ik verder niets over ze zeggen. Dit is mijn lijsttrekkerschap, zij moeten hun leven als jonge mensen hier ten volle kunnen genieten.’

Ze gebruiken wel uw achternaam, begreep ik.

‘Bij sollicitaties ja, omdat ze er met een Arabische achternaam niet doorkomen. Ik zei nog van tevoren, dat zal wel meevallen, maar nee. En dan ging dit alleen nog maar om een baantje als bordenwasser. En dan hebben zij nog mondige ouders. Mijn dochter heeft op het voetbalshirt van school ook maar Kaag gezet, al deed ze dat ook omdat niemand de naam van mijn man uit kon spreken. Het is Al-Qaq, met een klank die achteruit je keel klinkt.’

Hoe bevalt Nederland hun?

‘Goed. Nou ja, het is ook wennen. Nederland is een land van clubjes, als je elkaar niet kent van de middelbare school is het best even zoeken. Internationale studenten hoor ik vaak zeggen: ‘Ik kom die Nederlanders nooit tegen.’ Ze willen wel, maar die gezelligheid die wij zo waarderen is niet meteen ook openheid, of nieuwsgierigheid naar anderen. Maar goed, als je op een zeker moment bij een sportclub gaat en je weg vindt is Nederland een heerlijk land, voor jong en oud.’

Het is nog een lange weg, D66 staat momenteel op 12 tot 14 zetels, maar wat gaat er veranderen als u in 2021 premier wordt?

‘Mocht ik premier worden, dan wil ik na vier jaar een Nederland achterlaten dat beter uit de crisis is gekomen, met meer banen, giga-veel woningbouw en kansarmen die zijn meegenomen, in onderwijs is dan weer écht geïnvesteerd, de gezondheidszorg niet te vergeten, en we hebben echt iets gedaan aan racisme en discriminatie.’

U heeft het tij mee.

‘Nederland liep achter. Het is nu aan D66 om te zeggen: hier is de lijn. Geen excuus meer.’

CV Sigrid Kaag

1961 Geboren op 2 november in Rijswijk.

1972-1980 Christelijk Lyceum Zeist.

1980 Aanvang studie aan de Universiteit Utrecht.

1985 BA Midden-Oostenstudies aan de Amerikaanse universiteit in Caïro.

1987 Master of Philosophy internationale betrekkingen aan St Anthony’s College in Oxford.

1988 Master of Arts Midden-Oostenstudies aan de universiteit van Exeter.

1988-1990 Werkzaam bij Shell International in Londen.

1990 Leergang internationale betrekkingen aan instituut Clingendael.

1990-1993 Werkzaam op het ministerie van Buitenlandse Zaken bij de afdeling politieke VN-zaken.

1994-1997 Programmamanager, hoofd donorrelaties van UNRWA in Jeruzalem.

1998-2004 Werkzaam bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Genève.

2004-2005 Senior adviseur van de VN in Khartoem en Nairobi.

2005-2010 Diverse functies bij UNICEF, waaronder regiodirecteur Midden-Oosten en Noord-Afrika van de kinderrechtenorganisatie van de VN.

2013-2014 Leidt als onder-secretaris generaal van de BN de missie voor de vernietiging van chemische wapens in Syrië, van oktober tot september.

2015 Onder-secretaris generaal in Libanon.

2015 Ontvangt eredoctoraat aan de universiteit van Exeter. 

2016 Ontvangt de Carnegie Wateler Vredesprijs voor haar werk in het Midden-Oosten.

2017 Benoemd tot minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Rutte III.

2020 Wordt op 5 september gekozen tot lijsttrekker van D66.

Sigrid Kaag is getrouwd met Anis al-Qaq en woont in Scheveningen.

Gezocht: duizend trouwe lezers

Op 7 november verschijnt het duizendste nummer van Volkskrant Magazine. In dat nummer willen we u centraal zetten, onze lezer, zonder wie die duizend nummers er nooit waren geweest. Wie bent u? Hoe woont u, en met wie? Wat víndt u, van ons en van de wereld? Voor een artikel zoeken we duizend lezers die hun antwoorden willen delen. Geprikkeld? Geef u op voor de Open Redactie, het panel voor Volkskrant-abonnees. Op 22 september ontvangt u dan de enquête in uw mail. We zijn benieuwd naar uw antwoorden!

Meer over