'Minder dollars, meer honger'

Aan de rand van het plein in het centrum van Morón zit Juan onderuitgezakt op de passagiersplaats van zijn fietstaxi....

Sinds Fidel Castro begin dit jaar de criminaliteit de oorlog verklaarde en in elke stad op elke straathoek een politieagent liet neerzetten, is Morón - 600 kilometer ten zuidoosten van Havana - veranderd in een ingedutte plattelandsstad, waarvan er zo veel op Cuba zijn.

'Vroeger', bralt Juan, alsof hij het over een ander decennium heeft, 'hadden wij ritselaars het hier hartstikke druk en verdienden we soms wel dertig dollar per dag. Nu scharrel ik hoogstens nog maar één dollar bij elkaar.'

Juan is 23 en zegt dat hij een aardig woordje Engels spreekt. Veel verder dan 'Life is a big pussy' komt hij niet, maar die woorden blijken wel zijn credo te zijn. 'Je moet pakken wat je pakken kan. Lelijk of mooi doet er niet toe.' Als ze maar blond - in Cuba synoniem voor buitenlands - zijn en vooral dollars hebben. 'Cubaanse mannen zijn populair bij buitenlandse vrouwen. Ze mag zelfs uit Haïti komen, als ze me maar meeneemt.'

Zijn vrienden beamen dat 'vroeger' alles veel beter was. Elke dag kwamen er bussen met toeristen in Morón aan. Voor een middagje wilden de buitenlanders hun vijfsterrenhotel op de luxe-eilandjes voor de kust wel even verlaten om iets van Cuba te zien.

Juan en zijn vrienden wisten precies hoe ze de toeristen geld uit hun zakken konden kloppen. Gestolen sigaren, illegale cd's en cassettes, goedkope rum, een rondleiding per fietstaxi of, als ze geluk hadden, een vlugge wip met een alleenstaande toeriste. Als het maar dollars opleverde.

's Avonds kwamen de huurauto's met mannelijke toeristen die na de disco steevast voor een paar uur een kamertje wilden huren. Juan kon alles regelen: het eerste contact met de Cubaanse meisjes, de kamertjes, een veilige parkeerplaats voor de auto en eventueel een volgende afspraak. En overal verdiende hij goed aan, getuige zijn Seiko-horloge, Levi's-spijkerbroek en Air Jordans.

Maar dat was vroeger. Dag in dag uit lezen de Cubanen in de partijkrant Granma dat Cubanen als Juan 'de huurlingen van het imperialisme' en 'de vijanden van de revolutie' zijn. Sindsdien ligt Juans handel stil en teert hij in op zijn reservevoorraad dollars. 'Minder fula, meer honger', vat hij zijn financiële situatie kort samen. 'Ik zou nog wel suikerriet kunnen gaan kappen, maar daar krijg ik blaren van en het levert maar een paar peso per dag op.'

Juan wijst naar een bankje in het park. 'Daar zaten gisteren twee Cubaanse meisjes met een buitenlander te praten. Toen de toerist was vertrokken, werden de meisjes door de politie meegenomen. We hebben ze niet meer teruggezien. Zelfs praten met een buitenlander is tegenwoordig al verdacht. Wie drie keer in het gezelschap van een toerist is gezien, wordt afgevoerd naar een heropvoedingskamp.'

Niet iedereen klaagt in Morón. Alfredo, gepensioneerd luitenant van de Revolutionaire Strijdkrachten en Angola-veteraan, zet zijn Chinese fiets tegen een boom om uit te leggen dat er echt ingegrepen moest worden. Diefstallen, overvallen, cohorten hoeren, geweld op straat, zo kon het echt niet langer. 'Dat waren wij in Cuba niet gewend. Niemand voelde zich meer veilig. Wij niet en de buitenlanders niet. Als de comandante en jefe niet had ingegrepen, zouden we hier geen toerist meer hebben gezien. De toeristen die wij het liefst hebben, houden nu eenmaal van rust en orde. De sekstoeristen zullen wel wegblijven en dat is maar goed ook.'

Alfredo hoopt wel, zegt hij fluisterend, dat 'de nieuwe maatregelen' niet te lang duren. Hij ritselde zelf ook af en toe moet nep-merksigaren. Zijn dochter ging wel eens op stap met een Italiaanse toerist en zijn zoon regelde dan een huurkamertje. Dat bracht voldoende geld op om in de dollarwinkels te kunnen kopen wat hij met zijn bonnenboekje allang niet meer kon krijgen. 'Veel Cubaanse gezinnen hebben nu geen toegang meer tot de dollar. Castro is slim genoeg om straks de teugels weer wat te laten vieren. Als hij dat niet doet, krijgt hij een hete zomer. Net als in 1994, toen er rellen in Havana uitbraken wegens de opgekropte woede over de schaarste.'

Meer over