Het eeuwige levenMilou Hermus (1947-2021)

Milou Hermus maakte briljante illustraties en was een extravagante persoonlijkheid in de Amsterdamse kunstwereld

In 1977 werd Milou Hermus in een klap beroemd dankzij haar veelgeprezen illustraties in Avenue – heftige rode tekeningen van model en collega-kunstenaar Moniek Toebosch met een fles ketchup op de grond.

Milou Hermus (1967). Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad P
Milou Hermus (1967).Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad P

Nel Punt, de grafisch ontwerper met wie ze veertig jaar samenwerkte, zegt dat ze een flamboyante persoonlijkheid was. ‘Als zij bij Arti of De Kring binnenliep, dan kwam er echt iemand binnen’, zegt ze. ­Videokunstenaar en stockfotograaf Peter Hermus noemt zijn extravagante zus een matrone. Met haar abstracte illustraties sloeg ze nieuwe wegen in. En later leidde ze een nieuwe generatie illustratoren op. De suïcide van haar levenspartner Ton Blommerde in 2005, gevolgd door de dood van haar moeder, wierpen een schaduw over haar leven. Het werk redde haar. Van abstract schakelde ze terug naar figuratief. Zo maakte ze onder de titel Les Belles Hollandaises een serie illustraties van vrouwen die ze in de jaren zeventig als twintigers al had getekend. Nu tekende ze ze nog een keer als een krachtige zestigers. ‘Vrouwen over wiens lijf, handen en gezicht het leven heen gefietst is’, zei ze zelf. Vervolgens maakte ze een portrettenserie van 18 mannen die haar in het leven hadden gefascineerd onder de titel Hollandse Heren. Onder anderen Huub van der Lubbe, Wim Pijbes, Wim Crouwel en Alexander Rinnooy Kan poseerden voor haar, gekleed in een singlet. Ze overleed op 11 april aan de gevolgen van acute leukemie.

Milou Hermus werd geboren als oudste in een kunstzinnig Dordrechts gezin met vier kinderen. Haar vader, die de kost verdiende als machinist op een veerboot, ­begon op latere leeftijd bronzen beelden te maken. Haar moeder maakte wat ze zelf kiekkeriekie-plaatjes noemde.

Milou was een tekentalent. Na drie jaar mulo mocht ze naar de kunstacademie St. Joost in Breda voor een modeopleiding. ‘Ze borduurde met pitten en vogelzaad en schilderde organen op kledingstukken’, zo stond in het vorig jaar verschenen boek van haar verzamelde werk.

Haar gewaagde ontwerpen, zoals een jurk van doorzichtig plastic, toonde ze op experimentele modeshows. Toen er protesten klonken, plakte ze de aanstootgevende lichaamsdelen af met witte pleisters.

Op het moment dat ze in 1967 afstudeerde, stond ze al in modeweekblad Cri onder de kop ‘Milou Hermus, vooral geen keurige mode’. Op de foto staart ze eigenwijs met de kin omhoog in de camera, met knieën in rode netkousen en een alpinopet. ‘Ze wist altijd iedereen in te pakken’, zegt haar broer Peter. Samen met kunstenaar Tom Blommerde, die ze op St. Joost had ontmoet, betrok ze een atelierwoning in Amsterdam-Noord. Later zou ze verhuizen naar een statig pand aan de Stadhouderskade, vlak naast het Rijksmuseum. Aanvankelijk deed ze veel reclamewerk voor de herenkostuums van Van Gils. ‘Vooral de fraaie handen met de sigaret vallen op bij de modellen’, zegt haar broer Peter.

Na de doorbraak met ketchuptekeningen voor Avenue kon ze verhuizen naar het pand aan de Stadhouderskade. Al gauw werd dit een centrum voor de Amsterdamse kunstscene. Ze maakte illustraties voor jaarverslagen van bedrijven en voor omslagen van talrijke tijdschriften.

Begin jaren tachtig verscheen ze in de rubriek Schoonheid van Paul Huf en Merel Laseur in NRC Handelsblad. Ze stelde: ‘Sinds ik dertig ben, vind ik mijzelf verschrikkelijk mooi.’

Dat bleef ze tot haar dood.

Meer over