postuumAarnout Loudon (1936-2021)

‘Mijnheer Akzo’ Aarnout Loudon: van adellijken bloede, topman in hart en nieren

Aarnout Loudon in zijn werkkamer bij Akzo in Arnhem. Beeld Roger Dohmen / ANP
Aarnout Loudon in zijn werkkamer bij Akzo in Arnhem.Beeld Roger Dohmen / ANP

Als ‘mijnheer Akzo’ stelde hij orde op zaken in het chemieconcern dat uit vele kleine ‘koninkrijkjes’ bestond. Voor de functie van minister bedankte hij. Donderdag overleed hij in zijn woonplaats Den Haag.

‘Mijnheer Akzo’ was een van zijn bijnamen in Arnhem, waar in zijn tijd het hoofdkantoor was te vinden. Aarnout Loudon kwam in 1969 bij het bedrijf, toen Akzo nog een wereldwijd conglomeraat was van vezel- en chemiebedrijven, zout, farmacie en verf met ruim 100 duizend werknemers.

In 1982 werd hij als afstammeling van een aristocratisch ondernemersgeslacht - zijn titel was jonkheer - voorzitter van de raad van bestuur. ‘Admiraal van de vloot’, noemde hij het weleens gekscherend. Mede dankzij zijn politieke netwerk werkte Aarnout Loudon zich daar op tot een van de belangrijkste captains of industry en een van de invloedrijkste Nederlanders. Tot 1994, het jaar waarin Akzo met het Zweedse Nobel fuseerde tot AkzoNobel, bleef hij topman van het bedrijf.

Hij had meteen als minister van Financiën kunnen toetreden tot het eerste paarse kabinet Kok, maar hij weigerde waardoor Gerrit Zalm zijn kans kreeg. Misschien vond hij het aanbod te mager. Collega-ondernemers hadden hem toen de beste man voor het premierschap genoemd.

Moeizaam proces

Een jaar later werd hij lid van de Eerste Kamer voor de VVD en voorzitter van van de raad van commissarissen van de ABN Amrobank, wat hij tot 2006 bleef. Dat combineerde hij met talrijke andere commissariaten zoals bij Shell en verzekeringsgigant Allianz, en met bestuursfuncties zoals de Amerikaanse Conference Board, het VNO, de Vereniging Rembrandt en het Koninklijk Concertgebouw. In de Volkskrant zei hij: ‘In mijn vorige leven beschouwde ik het politiek bedrijf als een moeizaam proces. Geven en nemen, compromissen sluiten, niet altijd even efficiënt. Ik heb nu de knop omgezet, ik maak deel uit van het parlementair systeem.’

Sinds hij in 2008 zijn laatste bestuursfunctie opgaf - die bij het Koninklijk Concertgebouw - keek hij steeds vaker terug op zijn jeugd in Nederlands-Indië. Als 5-jarige zag hij zijn vader Hugo Loudon daar voor het laatst. Die kwam op 18 september 1944 om op een van de beruchte Japanse hell ships die werden gebruikt voor het vervoer van krijgsgevangenen en romusha’s (Indische dwangarbeiders) naar bouwplaatsen voor bruggen, spoorlijnen en vliegvelden. Velen kwamen daar om door gebrek aan hygiëne, wreedheden van de bewakers en tekort aan voedsel. Het schip Junyo Maru, waar Hugo Loudon op zat, werd getorpedeerd door een Engelse onderzeeër die voor het een Japans vrachtschip aanzag. Minstens 5.600 mensen kwamen om, waarmee het een van de grootste scheepsrampen aller tijden was. De 8-jarige Aarnout was op dat moment samen met zijn broertje Francis en moeder geïnterneerd in een van de vrouwenkampen rond Batavia. ‘Mijn moeder was een ijzersterke vrouw die ons grote verantwoordelijkheden gaf in het kamp. Zo moest ik zorg dragen voor een bronzen paard dat na de oorlog aan mijn vader zou moeten worden teruggegeven.’

Vorig jaar gaf Loudon bij de Nationale Herdenking van 2016 nog een televisie-interview over zijn jeugdherinneringen. ‘Ik weet dat mijn vader een keer thuiskwam en dat hij een prik in zijn vingers had gekregen. Hij was schermer, maar ik was ontzettend boos’, zo vertelde hij.

Donderdag werd bekendgemaakt dat Aarnout Loudon was overleden. Komende dinsdag wordt hij in stilte begraven.

Schotse voorouders

Loudon had Schotse voorouders die in de 19de eeuw neerstreken op Java, waar ze aan de basis stonden van de mijnbouwonderneming Billiton en Koninklijke Olie. Hier verkregen ze de Nederlandse nationaliteit en een adellijke titel. Twee keer werd een Loudon topman van wat nu Koninklijke Shell heet. Aarnouts vader Hugo Loudon werkte vlak voor de oorlog op het ministerie van Koloniën in Den Haag. Hij trouwde hier met Henriëtte Snouck Hurgronje. Na Aarnout kregen ze in 1938 nog een tweede kind, Francis. Die werd later topman van de chique zakenbank Pierson, Heldring & Pierson.

Vóór de oorlog ging het gezin naar Nederlands-Indië waar Hugo Loudon benoemd was tot lid was van de Algemene Secretarie van de Gouverneur-Generaal. Na de oorlog keerde zijn moeder als weduwe met de twee kinderen terug naar Nederland. Zij hertrouwde in 1947 met Gijsbert Carel Duco baron van Hardenbroek van Lockhorst, heer van Hardenbroek. Aarnout ging rechten studeren aan de universiteit van Utrecht. In 1962 trouwde hij met Thalita Boon. Een van zijn grote passies was paardrijden. Hij deed mee aan cross-country, concoursen hippique en dressuurwedstrijden. Ook organiseerde hij als voorzitter van de Nederlandse Jagersvereniging vossenjachten.

Rillingen

In 1964 begon hij zijn maatschappelijke carrière bij de bank Mees & Hope voordat hij vijf jaar later naar Akzo vertrok. In 1978 werd hij vicevoorzitter van de raad van bestuur, nadat hij enkele jaren voor Akzo in Brazilië had gewerkt. ‘Er wordt hier gesproken over sectorbeleid, over sectorstructuurbeleid, over arbeiderszelfbestuur en Joegoslavische modellen. Het is werkelijk om rillingen van te krijgen’, zei hij bij terugkeer in Nederland in een interview met het Nederlands Dagblad. Vier jaar later was hij voorzitter van de raad van bestuur. Akzo was toen een federatie van los aan elkaar hangende onderdelen als Enka, Organon, Sikkens en andere bedrijven die de naam Akzo niet eens voerden. Loudon probeerde een ‘Akzo-cultuur’ in te voeren, waaraan hij zijn naam ‘mijnheer Akzo’ dankte. Maar de aanpak van de kleine koninkrijkjes leidde ook tot kritiek en beschuldigingen van ‘centralisme’.

Hij voerde tien jaar lang crisismanagement, waarbij vooral de noodlijdende vezeldivisie continu problemen veroorzaakte. Maar van afstoten wilde hij niet weten. ‘We zullen de vezels verdedigen tot elke prijs. Akzo Fibers hoort bij ons.’ In 1992 verscheen een advertentie in alle dagbladen met zijn beeltenis: ‘I am only the boss.’ Hij had orde op zaken gesteld. ‘Veel chemieconcerns zien hun winsten dalen, wij maken meer winst.’ Bij zijn afscheid stelde Loudon dat door de mondialisering de industrie zich zou verplaatsen naar Azië, waar een combinatie van high-tech en goedkope arbeid was te vinden. In 1994 werd hij opgevolgd door VNO-topman Kees van Lede. Later, onder Hans Wijers, specialiseerde AkzoNobel zich tot verfconcern.

Meer over