'Mijn vader wil heel graag dat mijn moeder gelukkig is'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. De ouders van Frea de Jong (29, communicatie-adviseur) gingen uit elkaar omdat ze te veel van elkaar verschilden....

‘Ik ben mijn ouders dankbaar dat ze uit elkaar zijn gegaan. Althans: zo kijk ik erop terug. Als 4-jarige vond ik het natuurlijk minder vanzelfsprekend. Maar achteraf is me duidelijk geworden dat ze te zeer van elkaar verschilden en uiteindelijk niet gelukkig zouden zijn geweest. Ze waren 18 en 20 toen ze trouwden, een katholieke boerenzoon en een atheïstische burgerdochter. Mijn oma van vaders kant kon het amper accepteren. Dat een katholiek met een niet-katholiek trouwde was in die tijd ongebruikelijk.

Drie kinderen kregen mijn ouders. Mijn moeder brak haar studie sociologie af, mijn vader werkte zich de blubber en volgde ook nog een avondopleiding. Mijn moeder werd steeds ontevredener over haar bestaan. Áls er al een avondje uit werd gepland, was mijn vader er te moe voor. Mijn moeder kwam aandacht tekort.

Uiteindelijk kwam ze een man tegen met wie ze een relatie begon. Dat vormde de directe aanleiding voor de scheiding, die in volstrekte harmonie verliep. Van meet af aan heeft de liefde voor hun kinderen bij mijn ouders voorop gestaan. Ze gingen een co-ouderschap aan, een regeling die in 1985 tamelijk bijzonder was. De ene helft van de week waren we bij mijn moeder, de andere bij mijn vader. Ze spraken af dat ze in hetzelfde dorp zouden blijven wonen tot wij het huis uit waren. Ze waren consequent in de opvoeding en hanteerden, bijvoorbeeld als het om uitgaan ging, dezelfde regels. Nooit maakten ze elkaar zwart in ons bijzijn. Mijn vader betaalde geen alimentatie; de kosten van de opvoeding deelden ze simpelweg. Aan het eind van het jaar zaten ze bij elkaar, een boekje met aantekeningen in de aanslag en dan namen ze alles door. Van begin af aan vierden we samen Kerst en Sinterklaas, inclusief de nieuwe vriend van mijn moeder, wat voor mijn vader toch wel even slikken moet zijn geweest. Maar hij zette zich daar grootmoedig overheen, in het belang van ons, ook al moest hij met lede ogen aanzien dat de vriend van mijn moeder ons duurdere cadeaus gaf; mijn vader had er het geld niet voor.

Aanvankelijk beschouwde mijn oudere zus de vriend van mijn moeder als het grote kwaad en de oorzaak van de scheiding. Ik vond op die leeftijd alles wat mijn zus vond, dus ik ging daarin mee. Hij had zelf geen kinderen en probeerde een vervangende vader te zijn. Dat accepteerden wij niet. Mijn moeder nam het altijd voor ons op. Toen haar vriend mijn broertje corrigeerde omdat hij te veel hagelslag op zijn boterham had gestrooid, gaf ze te kennen dat zij de enige was die daarover uitspraken mocht doen.

De relatie van mijn moeder en haar vriend hield geen stand. Ze kreeg verhoudingen met andere mannen die niet lang duurden. Ik zeg altijd dat mijn moeder, die al op haar 16de met mijn vader was, een verlate puberteit doormaakte. Veel geluk heeft ze niet gehad in de liefde, anders dan mijn vader. Hij kwam niet lang na de scheiding een gescheiden vrouw tegen met wie hij nu al 24 jaar een latrelatie heeft. Zij woont in Drenthe, hij in het westen van Nederland, beiden zijn niet van plan hun vrijheid volledig op te geven. Zij zou hier niet kunnen aarden, hij daar niet. ‘Ich bin ein Noord-Hollander’, zegt mijn vader altijd, met een verwijzing naar Kennedy.

Mijn moeder had niks toen ze ging scheiden, maar ze heeft een eigen zaak in kunstgebitten opgezet en dat is een goedlopend bedrijf geworden. Mijn vader heeft zichzelf opgewerkt van de lagere landbouwschool tot directeur van een thuiszorgorganisatie. Ze zijn allebei selfmade en ze hebben in de loop van de jaren een diepe vriendschapsband opgebouwd. Ze weten vrijwel alles van elkaar en bellen elkaar vaak. Mijn vader wil heel graag dat mijn moeder gelukkig is – hij vindt het vervelend als ze alleen is.

Toen ik in de puberteit zat, nam ik me één ding voor: ik zou het anders doen dan mijn moeder, ik zou niet aan het eerste het beste vriendje blijven plakken. Sterker nog: op mijn 15de maakte ik het om die reden uit met een jongen op wie ik toch echt gek was. Daarna volgden de nodige vriendjes en relaties, tot ik tijdens een college van mijn deeltijdstudie economie en recht een man tegenkwam met wie het liefde op het eerste gezicht was. Maar ik hield hem op een afstand omdat hij getrouwd was. Nadat we uiteindelijk toch gezoend hadden, was ik er meteen duidelijk over: ik ben niet het meisje dat de minnares gaat uithangen, we gaan er óf helemaal voor óf helemaal niet. Gelukkig had hij met zijn vrouw geen kinderen: dan zou ik er überhaupt niet aan begonnen zijn. Hij heeft haar na korte tijd verlaten.

Ik heb hem gezegd dat dat niet automatisch hoefde te betekenen dat wij dan een match voor het leven zouden zijn, maar

vooralsnog lijkt het daar gelukkig wel op. We zijn nu vier jaar samen en ik ben net bevallen van onze zoon Tomas. In zijn belang zijn we een geregistreerd partnerschap aangegaan. In een huwelijk zagen we niks: hoe kun je beloven dat je eeuwig bij elkaar zult blijven?

Veel meer dan een huwelijk is een kind een zegel op de liefde. Door een kind zul je, anders dan door het huwelijk, altijd aan elkaar verbonden blijven. Mijn ouders zijn erg trots op Tomas. Mijn moeder is zelfs zo in de gloria dat ze straks een dag per week gaat oppassen. En áls mijn vriend en ik ooit uit elkaar gaan, waar ik nu niet aan moet denken, dan hoop ik dat wij het voor Tomas net zo goed zullen oplossen als mijn ouders voor hun kinderen.’

Meer over