columneva hoeke

Mijn schoonmoeder gaf ons wéér hetzelfde boek van Arend Bulder cadeau

Eva Hoeke Beeld Aisha Zeijpveld
Eva HoekeBeeld Aisha Zeijpveld

Bij het opruimen van de boekenkast, een karwei dat ons onverwachts plezier verschafte – we zijn nogal trots op dat ding, alles staat er schots en scheef in, maar alles viel er ook steeds vaker schots en scheef uit – stuitten we op het boek In en om de Kerkstraat, kleine geschiedenis van het oudste deel van Velp. Auteur: Arend Bulder. Op de achterflap stond een foto van een Herman Pleij-achtige man met een wat gereserveerde glimlach.

Ik ken de heer Bulder verder niet, ik weet alleen dat hij in of om die Kerkstraat woont en dat hij het in gelimiteerde oplage uitgebrachte boek In en om de Kerkstraat (500 exemplaren) in eigen beheer heeft uitgegeven (vormgeving: Arend Bulder), en ik durf wel te zeggen dat wij de enigen zijn, althans in Noord-Holland, die er drie exemplaren van hebben staan – en god weet wat er nog tevoorschijn komt als we de schuur gaan opruimen.

Oorzaak van dit alles is mijn schoonmoeder (90) uit Velp. Drie jaar geleden was de diagnose dementie nog niet officieel, slechts een vermoeden, en in één van die uitlopers bevond zich de fase dat ze iedereen steeds hetzelfde cadeau gaf, namelijk In en om de Kerkstraat van Arend Bulder, ook telkens met dezelfde aankondiging: ik heb nú iets. En daar was Arend Bulder weer met z’n boek over de Kerkstraat.

We mochten best weten dat Arend Bulder haar diepste respect genoot. Hij leidde het verzet in en om de Kerkstraat in Velp tegen een mogelijke verandering van de spoorwegovergang. Ik weet niet meer of hij nou voor of tegen de ondertunneling was, maar mijn schoonmoeder was het in ieder geval roerend met hem eens, en tegenspraak duldde ze niet.

‘Hoezo ben jij ineens zo begaan met die tunnel?’ vroeg de man toen we op de koffie kwamen.

‘Dat ben ik altijd al’, had ze geagiteerd geantwoord. ‘Bovendien is het een ongelooflijk aardige man.’ Het was zoals ze haar leven lang had gestemd: ze stemde niet zozeer op ideeën, maar op Hans van den Broek omdat hij uit Velp kwam en vriendelijk knikte in het voorbijgaan, en op Ruud Lubbers vanwege zijn mooie stoppelbaard. Wanneer een CDA’er iets minder goed gelukt was zei ze: ‘mooie handen’.

Over Arend Bulder mochten we ook niks vinden, het boek verkocht trouwens uitstekend.

De Man: ‘Door jou, ja.’

Schoonmoeder: ‘Ik wóón toch ook om en rond de Kerkstraat. Daar is niets geks aan.’

Hij: ‘Nog even en ik moet papa zeggen tegen Arend Bulder.’

Zij: ‘Ach jongen, hou toch op. Het is gewoon een mooi boek. Jij hebt verstand van Arnhem en meneer Bulder van de Kerkstraat, daar hoef je niet jaloers op te zijn.’

Vanaf dat moment maakten we graag grapjes over meneer Bulder, en die kwamen allemaal weer voorbij toen we daar zo zaten, aan onze keukentafel, ieder met een exemplaar van In en om de Kerkstraat van de heer Arend Bulder op schoot. Bij die van mij viel er een boekenlegger uit. Er stond een handtekening op van Arend Bulder.

Eerlijk is eerlijk: het boek hing van heerlijke feitjes aan elkaar, de moraal losjes verstopt tussen de regels, en al bladerend begonnen we de band tussen Arend Bulder en Paula van Roosmalen ineens wel te begrijpen. Het formalistische taalgebruik, haar bewondering, niet te persoonlijk, met kleine grapjes, ze moesten fijne gesprekken hebben gevoerd. De Man: ‘Kijk, dit is het huis van mijn ouders.’

Voor we sentimenteel worden: we weten verder niets van Arend Bulder. Of hij nog schrijft, of hij nog steeds in of om de Kerkstraat leeft en of mijn schoonmoeder hem zich überhaupt nog herinnert. Die middag gingen we dan ook gewoon door met opruimen, waarna we met drie volle tassen naar de kringloop reden.

Maar In en om de Kerkstraat hebben we bewaard.

Meer over