'Mijn ouders hebben het heel goed gedaan - zo kan het dus ook'

Cornald Maas in gesprek met kinderen van gescheiden ouders. Deze week de laatste aflevering: Sjoukje van Krimpen-Statema (42), uitvaartondernemer. Ze heeft geen seconde last gehad van de scheiding van haar ouders, die alles in pais en vree regelden....

‘10 was ik, toen mijn ouders uit elkaar gingen, en ze zullen er verdriet om gehad hebben, maar eigenlijk is alles vlekkeloos gegaan. Mijn broer en ik hebben nergens last van gehad. Wat ik hooguit jammer vond was dat de ouders van een paar vriendinnetjes toe waren aan hun twaalfenhalfjarig huwelijksfeest en dat mijn ouders na twaalf jaar uit elkaar gingen. Wij kregen geen feestje maar een scheiding.

Mijn ouders waren jong getrouwd. Ik denk dat mijn moeder vrij naïef in het huwelijk is gestapt. Ze kwam uit een beschermd nest waarin ze het enige meisje was. Ze is altijd gevoelig en lief geweest, en een praktische en zorgzame moeder. Mijn vader was anders: gericht op de buitenkant, een charmeur, maar intussen nogal gesloten. Hij zorgde dat het ons aan niets ontbrak. In de tijd dat iedereen nog zwart-wit had, haalde hij een kleuren-tv in huis, en we hadden de eerste vaatwasser in de buurt. Maar verder was hij een vrijbuiter, druk met zijn werk. Hij had een autobedrijf in Friesland en was nauwelijks bij de opvoeding betrokken. Mijn moeder nam alle beslissingen: naar welke school we gingen, bij welke sportclub we ons aansloten. Voor ons veranderde er dus nauwelijks iets toen mijn vader na de scheiding de deur uit ging. Hij was toch al amper bij ons dagelijkse wel en wee betrokken.

Eens in de drie weken zochten mijn broer en ik hem op. Mijn moeder en vader hielden contact. Als er beslist moest worden over voor ons echt belangrijke dingen, deden ze dat, vermoed ik, samen. Ruzies hadden ze niet, de inboedel werd eerlijk verdeeld, ze spraken nooit een kwaad woord over elkaar. Sterker nog: toen ik een keer een rotopmerking maakte over mijn moeder corrigeerde mijn vader mij: ‘Ik wil geen grote mond over je moeder horen.’

Mijn moeder liet ons na de scheiding twee huizen zien en wij, mijn broer en ik, mochten kiezen waar we gingen wonen. Dat het veel kleiner was dan ons eerste huis kon ons niks schelen. Veel belangrijker was dat mijn moeder ons altijd het gevoel heeft gegeven dat we er mochten zijn en dat ze vertrouwen in ons had. Ze is mijn vader altijd aardig blijven vinden, maar ik denk dat ze zich tijdens haar huwelijk met hem is gaan realiseren dat hij nooit zou veranderen en eeuwig een vrijbuiter zou blijven. Ze heeft het later ook wel eens tegen mij gezegd: dat ze op een gegeven moment niet meer van hem hield.

Vrij snel na het huwelijk met mijn vader heeft ze haar huidige man leren kennen, een jeugdliefde die ze opnieuw ontmoette. Mijn stiefvader verschilt in alle opzichten van mijn vader: hij loopt niet in driedelig pak maar in een spijkerbroek, is milieubewust en zorgzaam voor mijn moeder. In het begin moet het moeilijk voor hem zijn geweest, die drie-eenheid die mijn moeder, broer en ik waren. Hij wilde, anders dan mijn vader, meebeslissen over de dingen die in huis speelden. Ik accepteerde dat aanvankelijk nauwelijks. Mijn broer is op een gegeven moment zelfs bij mijn vader gaan wonen. Maar mijn moeder en stiefvader passen wonderwel bij elkaar en zijn heel gelukkig samen.

Mijn vader heeft nog verschillende relaties gehad maar is nu alleen. Ik denk dat mijn moeder altijd zijn grote liefde is gebleven. Misschien ook wel omdat zij de moeder van zijn kinderen is. Hij en zij bellen elkaar als er iets is en zijn elkaar nooit uit het oog verloren.

Zelf hebben mijn man en ik inmiddels twee zoons op de wereld gezet. Ons twaalfenhalfjarig huwelijksfeest zit er al op. We hebben het in het bijzijn van mijn schoonouders, mijn moeder en mijn stiefvader tijdens een etentje gevierd. Anders dan mijn moeder ben ik niet met de eerste de beste getrouwd. Ze waarschuwde me tevoren ook: zorg dat je vergelijkingsmateriaal hebt. Net voor ons huwelijk nam ze me apart: ‘Is hij goed voor jou?’ Dat kon ik van harte beamen. Ik heb gelijk gekregen: we zijn nog altijd heel gelukkig samen en we hebben de taken thuis goed verdeeld. Mijn man is, anders dan mijn vader, zeer bij de opvoeding van onze kinderen betrokken. Hij werkt als coach, ik heb een uitvaartbedrijf, maar belangrijker dan ons werk vind ik dat we met z’n vieren veel tijd samen doorbrengen.

In ons geval komt het vast nooit van een scheiding. Maar mijn man en ik hebben het wel tegen elkaar uitgesproken: mocht het er ooit toch van komen, dan staat het belang van de kinderen voorop. Je blijft tot je dood verantwoordelijk voor je kinderen, ook als je onverhoopt uit elkaar gaat.

Te vaak merk ik dat echtscheidingen in vechtscheidingen veranderen en dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat je in goede harmonie uit elkaar gaat. Te vaak lees ik in deze serie hoe beschadigd kinderen van gescheiden ouders zijn, ook in hun eigen relaties. Ik heb, anders dan zij, nooit geworsteld met bindings- of verlatingsangst. Mijn vader en moeder hebben het in die zin heel goed gedaan. Tja, ik zei het tevoren al: ik weet niet of mijn verhaal wel interessant is voor deze rubriek. Wij zijn hartstikke gelukkig, ik heb nooit last gehad van de scheiding van mijn ouders. Zo kan het dus ook.’

Meer over